Bijzonder afscheid

Gepubliceerd op 0 reacties 4 minuten leestijd 143 x bekeken

2011 GZG

Afgelopen week moesten we even naar het ziekenhuis. Vroeger wist je dan nog niet waar je moest zijn, er was keus uit 3. Tegenwoordig is er nog maar één vestiging. Een week geleden waren we in het oude GZG voor een prachtige voorstelling in het kader van theaterfestival Boulevard. Dat was een mooi afscheid van een ziekenhuis waar ik menigmaal gelegen heb.

Ik was een paar maanden oud toen mijn oma zag dat ik vermagerde, iets wat eerder opvalt als je je kind niet dagelijks verzorgt zo neem ik aan. De huisarts liet me met spoed opnemen in het Groot Ziekengasthuis (GZG). Ik werd geopereerd aan een vernauwing aan de maaguitgang (er zal hier vast een meer gangbare medische term voor bestaan). Het verhaal gaat dat de anesthesie met een glaasje cognac werd gedaan omdat ik voor narcose nog te klein was.

Hiervan herinner ik me hiervan uiteraard niets behalve het litteken op mijn buik en het verhaal dat ik mijn leven lang hoorde van mijn oma: zij had mijn leven gered.

2011 GZG

Van een ander litteken herinner ik mij wel vaag wat beelden.  Tweeëneenhalf jaar oud was ik toen ik wederom in het GZG belandde omdat er een liesbreuk geconstateerd was. Helemaal zeker ben ik niet omdat ik later ook nog twee maal aan mijn amandelen ben geholpen, maar naar verluidt hoef je daarvoor niet te worden opgenomen. Misschien vroeger wel. Ik herinner me alleen nog dat ik in een zaal lag naast een jongetje en dat ik moest plassen in zo’n glazen urinaal. En boze nonnen, die bestierden toen nog deels de verpleging in het ziekenhuis.

De grootste aversie jegens ziekenhuizen ontwikkelde ik bij het knippen van de amandelen. Niet het knippen zelf, maar wat er aan voorafging: het gaskapje. De eerste keer wist ik niet wat me te wachten stond, maar de tweede keer liet ik me niet zomaar naar de martelstoel leiden. Twee verpleegsters en mijn vader waren nodig om me vast te binden voordat het verstikkende gaskapje op mijn mond gezet kon worden. Razend was ik.

Gelukkig mocht ik de tweede keer wél meteen mee naar huis, alwaar ik in het kraambed naast mijn moeder en kersverse broertje mocht liggen. Dát dan weer wel.

Gelukkig duurde het nog jaren voordat mijn laatste opname in het GZG volgde. Met een voet zo groot als een klomp werd ik door de huisarts naar het GZG gestuurd. Op de fiets naar de eerste hulp waar ik meteen werd opgenomen. Ik schrok me te pletter, hier was ik niet echt op voorbereid. Omdat men een naar binnen geslagen infectie wilde uitsluiten (Balkenende is ook voor zoiets opgenomen, alleen bij hem was het wel prijs), moest ik aan het infuus en werd er een iets op kweek gezet en bloed onderzocht. Het bleek loos alarm maar al met al goed voor een kleine week bedrust en verzorging op een éénpersoons kamer. Door vriendelijke zusters en broeders (geen religieuzen) dit maal.

2011 JBZ

Alles overziend (ik heb het hier niet over mijn recente medische geschiedenis) ben ik best wel een brekebeentje geweest (letterlijk, want tussendoor brak ik ook nog eens een middenvoetsbeentje). Maar krakende wagens rijden het langst.

Het GZG was oud en versleten, daarom is het goed dat er een ander ziekenhuis is gekomen. Het Carolus oogde ook niet echt fris meer, wat dat betreft is het nieuwe Jeroen Boschziekenhuis (JBZ) een verademing. Je waant je in een grote stad, zo immens ogen de gebouwen. maar vanbinnen is allesbehalve groots. Voor de bescheiden receptie moet je naar de eerste verdieping, waar ook het restaurant ver naar achteren is weggestoken.

Voor zo’n groots complex had ik een dito entree verwacht, maar dit was weer ouderwets Bosch kneuterig. Laten we hopen dat ik voorlopig gevrijwaard blijf van een aanleiding waardoor ik het tegendeel mag aanschouwen.

2011 GZG

Een week geleden betrad ik voor het laatst het oude GZG, voor de voorstelling ‘Het leven en de dood, de liefde en de tussentijd‘ van Sally & Molly. Er waren door de aard van de voorstelling niet veel kaarten beschikbaar, maar dit keer was ik er eens bijtijds bij en was het gelukt. De laatste voorstelling en ik moet zeggen dat ik het indrukwekkend vond.

Een batterij aan ‘verpleegkundigen’ stond klaar om de gasten welkom te heten, maar een rolstoel te begeleiden en een hoofdtelefoon op te zetten. Vervolgens werden we door de gangen en ruimten van het oude ziekenhuis gereden. De gangen waren hier en daar sfeervol bewerkt, soms d.m.v. videoprojecties. Zo werden we rondgereden met een hoorspel via de hoofdtelefoon, acteurs en figuranten die het verhaal uitbeeldden.

Het waren mooie verhalen, sommigen in sappig Bosch’ dialect verteld, maar allemaal mooi en soms aangrijpend. En zo intens omdat je je afgesloten van de buitenwereld in een helemaal aan de situatie aangepaste ruimte bevond. Ook letterlijk afgesloten want de monologen en geluidseffecten kwamen bijna allemaal rechtstreeks door de hoofdtelefoon binnen. Die combinatie maakte dat ik soms geen erg meer had in die tientallen ‘patiënten’ in de rolstoelen om me heen.

Knap gedaan en doodzonde dat relatief zo weinig mensen dit konden ervaren. Ik wens iedereen zo’n waardig afscheid van ‘hun’ oude ziekenhuis. Ik hoop dat theaterfestival Boulevard doorgaat met dit soort locatievoorstellingen in de stad, ze voegen namelijk echt wat toe.

Reageren?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Er zijn nog geen reacties geplaatst.