Onderzoek gouden handdrukken

Onderzoek gouden handdrukken

Dat wordt een aardige zeperd. Het CDA gaat behoorlijk op haar smoel nu professor Ron Niessen bedankt heeft voor het onderzoek naar de goudgerande afvloeïngsregelingen voor ambtenaren.

Eerst werd alleen met de grote partijen overlegd (kleine oppositiepartijen terecht over de emmer), uiteindelijk wordt het besluit Statenbreed aangenomen. En nu blijkt volgens de professor dat hij compleet verrast was door het besluit, en… zelf ooit een goede (en overigens wettelijk goedgekeurde) afvloeïngsregeling heeft genoten.

Het siert hem dat hij dat als voornaamste reden aangeeft om het onderzoek niet uit te willen voeren. Omdat een ‘provincie-ambtenaar’ alles al op het weblog van Marusjka Lestrade heeft gepubliceerd, zal er geen bezwaar zijn als ik dat ook doe. Hieronder de brief van professor Niessen, waarin hij Provinciale Staten aangeeft af te zien van het onderzoek:

Geachte dames en heren,

Afgelopen vrijdag 5 oktober nam u unaniem het besluit mij de opdracht te verlenen tot een onafhankelijk onderzoek naar de – wat ik maar even zo zal noemen – “gouden handdrukken” voor ambtenaren van de provincie. Ik was volkomen verrast door het bericht daarover. Ik had namelijk met de juridisch adviseur van de provincie, die mij gepolst had voor mijn beschikbaarheid voor het onderzoek, een afspraak op dinsdag 9 oktober om de eventuele implicaties te bespreken van het feit dat ik zelf in 1999 met een afvloeiingsregeling het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heb verlaten. Dat was op basis van een toen op het departement geldende regeling voor enkele 55-plussers. Ik vroeg mij af of dit voor Provinciale Staten een belemmering zou zijn om mij het onderzoek te laten verrichten.

Na veelvuldig contact met de vice-voorzitter van de Staten heb ik besloten de opdracht tot onderzoek niet te aanvaarden. Graag breng ik het volgende onder uw aandacht. Ik heb het punt waar het hier om draait, zelf aangekaart. Niet dat ikzelf daarin een beletsel zag om objectief te kunnen oordelen over de zgn. “gouden handdrukken” van Noord-Brabant. Mijn afvloeiingsregeling was immers een regeling die voor meer mensen van BZK openstond. Bij mijn herinnering hadden ook andere ministeries iets dergelijks. Van BZK hebben zo’n 15 mensen, onder wie ikzelf  gebruik gemaakt van deze regeling. 

Ik heb onmiddellijk nadat ik vernam van uw besluit,  aan de griffier gemeld hierover te moeten nadenken. Ik was (en ben) bang dat het punt steeds zou meespelen en dat daardoor de geloofwaardigheid van mijn eindoordeel steeds in twijfel zou worden getrokken. Sommigen zouden menen dat mijn conclusies – over de gehele linie of in bepaalde gevallen – te mild zouden zijn, omdat ik gelet op mijn situatie, afvloeiingsregelingen automatisch rechtvaardig zou vinden. Anderen daarentegen zouden kunnen beweren dat mijn conclusies te streng zijn, juist omdat ik de indruk zou willen wegnemen dat mijn situatie op mijn oordeel van invloed zou zijn. Kortom, het is nooit goed of het deugt niet!

Hoezeer ik ook vereerd ben door uw beslissing – ik werd zelf daardoor een tijdje in twijfel gebracht – het is noch in het belang van het onderzoek, noch in mijn belang om uw opdracht te aanvaarden. Tot mijn grote spijt moet ik daarom de opdracht teruggeven. Voorzover de gang van zaken aan mij te wijten zou zijn, bied ik u daarvoor mijn excuses aan.

Met de meeste hoogachting,

Tot zover de brief. Nu moest alles ook nog eens supersnel afgerond worden, een onmogelijke klus lijkt me. Ik snap ook niet waarom de collegepartijen met het CDA voorop, zo’n haast hadden. Een gedegen onderzoek heeft tijd nodig. Alleen al het doorspitten van alle dossiers kost veel tijd. Dat kan nooit binnen een maand goed gedaan worden.

Nu hebben de fractievoorzitters besloten om de Zuidelijke Rekenkamer te benaderen met het verzoek of deze instantie het onderzoek wil overwegen te doen. De Zuidelijke Rekenkamer is de gemeenschappelijke rekenkamer van de provincies Noord-Brabant en Limburg. Op grond van artikel 183 van de Provinciewet onderzoekt zij de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door het provinciebestuur gevoerde bestuur. De gehele oppositie, dus ook de SP, wilde vanaf het begin dat de Zuidelijke Rekenkamer het onderzoek op zich zou nemen. Het is te hopen dat ze de het verzoek positief beoordeelt. De onderste steen moet namelijk boven komen.

This Post Has One Comment

Geef een reactie