Convenant SP – COC

Convenant SP – COC

Soms gebeuren er leuke dingen. Voor mij kwamen SP en COC vandaag samen. Een maand of wat geleden benaderde COC Nederland me met de vraag wat ik voor hen kon betekenen.

Ook de fractieassistent van de SP in de Provinciale Staten had een soortgelijke brief gekregen. Ik regelde een gesprek. Er kwam een verzoek van het COC om een convenant af te sluiten met de Brabantse SP. Aanstaande vrijdag, 2 maart, is het zover.

Dan zitten afgevaardigden van de SP Noord-Brabant om de tafel met een delegatie van het COC. Het voorwerk is dan wel gedaan, maar ik ben blij dat in de drukke campagnetijd zoveel collega’s van de SP tijd hebben gevonden om er bij te zijn. Namens de SP zal Mahmut Erciyas uit Oss het convenant tekenen. Namens het COC Brabant i.o. tekent Kay Sachse. Hij is momenteel voorzitter van COC Eindhoven.

Hieronder de concept-tekst:       

Socialistische Partij (SP) en het COC komen het volgende overeen:
Het provinciebestuur dient in het collegeakkoord duidelijk uit te spreken dat het beleid dat gevoerd wordt gericht is op het bevorderen van diversiteit, gelijke kansen en emancipatie ongeacht seksuele oriëntatie, geslacht, leeftijd, etniciteit, levensovertuiging of handicap.In dit kader ontwikkelt de provincie initiatieven om de achterstelling van homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgender personen aan te pakken. Voor de uitvoering moeten bij de provincie voldoende financiële middelen beschikbaar gesteld worden.

Socialistische Partij (SP) en het COC zetten zich daarom gezamenlijk in om de positie van homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgender personen in de provincie op de volgende punten te verbeteren:

  • De provincie besteedt in haar aanbestedingen nadrukkelijk aandacht voor het (brede) diversiteitsbeleid van de uitvoerder. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor het toekennen van subsidies.

 

  • Roze ouderen leven in een groter isolement dan heteroseksuele ouderen en vragen zorg waarbij specifiek ingespeeld wordt op hun achtergrond en leefstijl. Hun voorkeur gaat uit naar geïntegreerde woonvormen bij ‘gewone’ woonvoorzieningen in een mix van half homo/half hetero. De provincie kan in het (gemeentelijk) beleid rond wonen, zorg en welzijn een aanjaagfunctie vervullen door innovatieve projecten die deze woonvorm, waarin zorg en welzijn gecombineerd worden, te bevorderen.

 

  • Op de regionale omroep moet aandacht zijn voor de LGBT (lesbische vrouwen, gaymannen, biseksuelen en transgender personen) gemeenschap in een regelmatig programma.

 

  • Uit onderzoek blijkt dat homo’s en lesbiennes reguliere sportvereniging overwegend mijden of daarin nagenoeg ‘onzichtbaar’ zijn vanwege de overheersende heteronorm. De provincie moet ervoor zorg dragen dat de breedtesport voor iedereen toegankelijk is en een anti-discriminatiecampagne voeren gericht op het bestrijden van homofobie in sportverenigingen.

 

  • LGBT scholieren en onderwijzers hebben nog veel te vaak te maken met onveilige situaties op school – zoals pesten en geweld. Desondanks vindt 90% van de scholen dat zij hierin geen taak hebben. De provincie stelt een actieplan op om de veiligheid van LGBT scholieren en onderwijzers te verbeteren.

 

  • In de jeugdzorg heerst grote onkunde over de omgang met problemen rond seksuele en/of geslachtsidentiteit. Hierdoor worden LGBT jongeren vaak niet goed geholpen, zo zij niet tegengewerkt worden in hun ontwikkeling. De provincie zorgt voor kennisverbetering op dit onderwerp.

 

  • Een vertegenwoordiger van een holebi-jongerenorganisatie krijgt zitting in het Provinciaal Jongerenplatform om de belangen van deze groep op het hoogste beleidsniveau beter door te laten klinken.

 

  • Homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hebben bovengemiddeld te maken met een verslavingsproblematiek. Toch ontbreekt er vaak een adequaat hulpaanbod. De provincie zorgt ervoor dat dit hulpaanbod op regionaal niveau gerealiseerd wordt.

 

  • Roze ouderen zijn vaker alleen dan heteroseksuele ouderen. Ook worden zij in bejaarden- en verzorgingstehuizen vaak buitengesloten. De provincie stimuleert de (bij-)scholing van medewerkers in de Ouderenzorg om adequaat in te kunnen gaan op de behoeften van roze ouderen.

 

  • In de thuiszorg schort het aan begrip voor de behoeften en leefstijl van roze ouderen. Veel roze ouderen voelen zich hierdoor onveilig en genoodzaakt om bijvoorbeeld hun abonnement op een gay magazine op te zeggen of foto’s van de (al dan niet overleden) partner te verstoppen. De provincie zorgt voor adequate (bij-) scholing van thuiszorgmedewerkers om in te kunnen gaan op de behoeftes van roze ouderen.

 

  • De provincie helpt bij de ontwikkeling van een ‘roze keurmerk’ voor bedrijven in de zorgsector om zodoende een adequate dienstverlening voor roze ouderen beter zichtbaar te maken. De Provincie ziet toe op jaarlijkse toetsing daarvan voor het behalen van het keurmerk.

 

  • In de uitvoering van de WMO is voor de provincie een ondersteunende en facilitaire rol weggelegd, waaronder met name de directe ondersteuning en het bevorderen van de professionaliteit van belangenorganisaties die binnen het raamwerk van de WMO als cliënten hun stem moeten kunnen laten horen. De provincie dient er op toe te zien dat homobelangen op gemeentelijk niveau opgenomen worden in de WMO-platforms en zorgt ervoor dat zij hun belangen daar goed kunnen behartigen.

 

  • In de uitvoering van de WMO ziet de provincie erop toe dat de belangen van hiv-positieven voldoende aandacht krijgen binnen het gemeentelijk beleid.

 

  • Roze ouderen hebben (veel) vaker geen kinderen of kleinkinderen die mantelzorg kunnen verlenen en zijn dus meer aangewezen op hulp van buiten of uit de LGBT gemeenschap zelf. De provincie ondersteunt de ontwikkeling van buddyzorg/maatjesprojecten gericht op roze ouderen.

 

  • Transgender personen stuiten in de Geestelijke Gezondheidszorg vaak op onbegrip, met als gevolg dat zij niet voldoende geholpen worden, zo zij al niet tegengewerkt worden. (Bij-)scholing van medewerkers in de GGZ is dringend noodzakelijk. De provincie zorgt voor adequate voorzieningen.

 

  • 11% van de biseksuelen geeft aan zorg rond hun seksuele identiteit nodig te hebben. Hiervoor bestaat haast geen aanbod. De Provincie zorgt ook hier voor adequate voorzieningen

 

  • LGBT-ers in kleine kernen leven vaak in een isolement en hebben behoefte aan een regionaal aanbod specifiek om hun behoefte toegesneden, waaronder het contact met gelijkgestemden. De provincie zorgt ervoor dat zo’n aanbod aanwezig en bereikbaar is. De vergoedingsregelingen voor het ontmoeten van gelijkgestemden dienen daarom voor roze ouderen uitgebreid te worden, vooral voor oudere lesbische vrouwen die gemiddeld genomen over een laag inkomen beschikken. Met het oog op het doorbreken van hun isolement zijn roze ouderen vaak aangewezen op roze seniorenbijeenkomsten die buiten de regio valt waar nu een vergoeding voor gegeven wordt.

 

  • Voor de emancipatie van de LGBT gemeenschap is het belangrijk dat op regionaal niveau voorzieningen – zoals ontmoetingsmogelijkheden en praatgroepen – aanwezig zijn. Vooral kleinere en middengrote gemeentes kunnen zo’n aanbod niet zelf ontwikkelen. De provincie heeft hier een regierol.

 

  • LGBT-onderwerpen liggen binnen allochtone groepen vaak moeilijk. De provincie ondersteunt daarom Dialoog-projecten om de bespreekbaarheid van homoseksualiteit in etnische kring te vergroten.

 

  • Discriminatie van LGBT personen op de werkvloer komt helaas nog vaak voor. De provincie ondersteunt anti-discriminatiebureau’s bij de aanpak van LGBT-gerelateerde discriminatie. De provincie ondersteunt een zichtbaarheidscampagne voor LGBT-personen op de werkvloer.

 

  • Homo-ontmoetingsplaatsen (HOP) zijn omstreden, maar ook een fenomeen van alle tijden en alle culturen. Veranderingen in de nabijheid van een ontmoetingsplaats – een nieuwbouwwijk bijvoorbeeld – kunnen leiden tot overlast en roep om de sluiting ervan. Helaas gaat dit ook dikwijls gepaard met protestacties waarin vormen van homofobie voorkomen die daarmee weer schadelijk zijn voor de acceptatie van homoseksualiteit. Het gevaar van sluiting van een ontmoetingsplaats kan zijn dat de HOP zich vervolgens willekeurig verplaatst en mogelijk weer voor vormen van overlast zorgt. Het fenomeen vraagt dus om zorgvuldig en bovengemeentelijk overleg, waarin het vooral als een vraagstuk van ruimtelijke ordening wordt opgevat. De provincie dient daar sturing aan te geven door het aanwijzen van een aantal HOP binnen de provincie.

 

  • Cultuur is identiteitsvormend en kan de discussie over omstreden thema’s bevorderen. De provincie besteedt daarom in haar cultuurbeleid nadrukkelijk aandacht aan roze cultuurprojecten.

Geef een reactie