Op woensdag 21 juli 2010 brandde in Valkenswaard het bedrijf Timco Plastics geheel af. Twee aangrenzende panden brandden ook geheel of gedeeltelijk af, er moest een crisiscentrum worden ingericht, er moest een verpleeghuis worden ontruimd, er is minstens € 20 miljoen schade en de brandweer is 12 uur aan het blussen geweest en heel Valkenswaard stonk naar rook en verbrand plastic, met daarin schadelijke stoffen. Het was, kortom, een forse fik.

(met dank aan bernard Gerard voor het speur- en schrijfwerk)

Inmiddels heeft de gemeente Valkenswaard besloten om bureau Oranjewoud te laten kijken naar de rol van de gemeente bij de vergunningverlening en bij het toezicht hierop. Deze zelfkritische houding van de gemeente Valkenswaard lijkt mij een verstandige gedachte.

De provincie is bevoegd gezag bij Timco. Het komt mij voor dat ook bij de provincie eenzelfde zelfkritische houding op zijn plaats is.

Het Eindhovens Dagblad heeft de correspondentie rond de vergunningverlening in 2005 en de verslagen van de handhavingsbezoeken in de jaren 2006, 2007 en 2008 opgevraagd. Op basis hiervan heeft het ED een voorlopige analyse gepubliceerd. Ik ga er in het hierna volgende van uit dat deze analyse in dit geval juist is. Deze analyse roept vragen op.

Zo blijkt uit de correspondentie tussen de gemeente Valkenswaard en de provincie, dat de gemeente in 2004, in het aanlooptraject tot de vergunning, gewaarschuwd heeft voor de brandveiligheid bij het bedrijf.

De gemeente stelde (1) dat Timco handelde in strijd met de bouwverordening. Daarin is het verboden om op een open terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen of handelingen te doen, waardoor brand – of ander gevaar wordt veroorzaakt. Ook vond de gemeente (2) dat het plastic niet hoger dan drie meter zou mogen worden opgestapeld. Tenslotte vond de gemeente (3) dat er een afstand gehandhaafd moest worden tussen de opslag en de perceelgrens van 3,5 m.

Het toenmalige College van GS nam alleen de derde (3) aanbeveling van de gemeente over. Dit College meende ook, dat de milieuvergunning niet getoetst wordt (1) aan de bouwverordening en stond (2) het opstapelen van de pallets met plastic toe tot 6 m hoogte aan de Noordkant, 4 m aan de Oost- en Westkant, en 2 m aan de voorkant. Een lagere stapelhoogte vond het toenmalige College van GS “onnodig beperkend”.

Bovendien vond het toenmalige College dat het niet ging om “stoffen, die spontaan vlam konden vatten”. Verder verplichtte het toenmalige College het bedrijf tot een sprinklerinstallatie binnen de twee bedrijfshallen. Boven de overkapping, waar regelmatig veel opgeslagen plastic stond, hoefde van de vergunning geen sprinklerinstallatie aanwezig te zijn.

Toen er in januari 2005 eenmaal een ontwerpbeschikking lag, diende de gemeente Valkenswaard bedenkingen in. Deze werden twee maand later weer ingetrokken. Wat er in die bedenkingen stond en waarom Valkenswaard zich later bedacht, is nog niet bekend.

Het bedrijf is in het verleden regelmatig bezocht door handhavende ambtenaren. Dat was niet zonder reden, want er zijn meermalen overtredingen van de regels geconstateerd. Het ED noemt hier de volgende feiten:

  • In februari 2008 constateerde de sprinklerinspecteur dat er brandbare spullen op de verkeerde plaats waren opgeslagen (namelijk waar geen sprinkler was). Dat leidde toen niet tot het afkeuren van de installatie.
  • Op 11 maart 2008 constateerde een medewerker van het SRE (die namens de provincie controleerde) dat er spullen te dicht bij de erfgrens stonden.
  • In mei 2008 en juli 2009 trof het SRE geen overtredingen aan.
  • Na een bezoek op 13 juli 2010 (een week voor de brand) is de sprinklerinstallatie afgekeurd “omdat deze niet de beveiliging waarborgde die men ervan zou mogen verwachten vanwege de exorbitant grote opslag van goederen binnen 10 m van de gevels”.
  • Uit foto’s en getuigenverklaringen zou blijken dat op de dag van de brand de pallets met plastic weer te dicht op de erfgens stonden. De Brandweer moest in elk geval met pallets gaan slepen om de achterkant van het bedrijf te kunnen bereiken. De waarde van deze beweringen wordt meegenomen in het lopende onderzoek.

De volgende vragen zijn ingediend:

Dit brengt mij tot de volgende vragen:

1)     Kunt u een volledig overzicht geven van de correspondentie tussen het toenmalige College van GS en de gemeente Valkenswaard rondom de vergunningverlening aan Timco Plastics, en van de achterliggende beweegredenen van het toenmalige College van GS, met daarin in elk geval antwoord op de vragen:

a)      Waarom dit College onvoldoende waarde hechtte aan het standpunt van de gemeente Valkenswaard m.b.t. het brandgevaar van de aanvragende onderneming Timco?

b)      Waarom een milieuvergunning niet aan de bouwverordening getoetst zou mogen worden?

c)      Waarom de bouwverordening niet in eigen recht (dus ongeacht de milieuvergunning) tot de voorschriften kon leiden, die de gemeente Valkenswaard zich wenste m.b.t. de stapelhoogte?

d)      Waarom een stapelhoogte van 3 m onnodig beperkend zou zijn?

e)      Waarom er geen sprinklerinstallatie buiten de bedrijfshallen voorgeschreven is?

f)        Wat er in de bedenkingen van de gemeente Valkenswaard stond m.b.t. de concept-vergunning?

g)      Waarom de gemeente Valkenswaard uiteindelijk deze bedenkingen ingetrokken heeft?

2)     Kunt u mij een volledig overzicht geven van de handhavingsactiviteiten, die door of in opdracht van de provincie uitgevoerd zijn, en van de uitkomsten daarvan?

3)     Kunt u mij uitleggen hoe een uiterst brandgevaarlijk bedrijf gewoon kon doorwerken met een afgekeurde sprinklerinstallatie?

4)     Kunt u mij in meer algemene zin uitleggen of er al in een eerder stadium reden is geweest tot sancties tegen het bedrijf, waaronder (tijdelijke) sluiting of dwangsommen of iets dergelijks? Is het doen en laten van Timco aanleiding tot bespreking geweest in uw College?

5)     Bent u het met mij eens dat ook de provincie aan een extern bureau opdracht zou moeten geven om de verlening en de handhaving van de vergunning in kaart te brengen? Zo nee, waarom niet?

De gebeurtenissen bij Timco passen in een groter geheel. Ook hier weer is het ED een inspiratiebron. In het ED van 2 augustus 2010 wordt beschreven, dat de afgelopen jaren een kleine honderd recyclingbedrijven in vlammen opgingen. In de regio Eindhoven ging het o.a. om Bowie Recycling in Helmond en Son.

Deskundigen zijn verontrust en de branchevereniging ook. “Nog geen 10% van de recyclingbedrijven” zegt deskundige Bakker van het (belanghebbende) bedrijf Anaparts in Almere “heeft voldoende opsporingsapparatuur om broei op te sporen”. Dit “terwijl preventie betrekkelijk eenvoudig is” en “door sommige brandverzekeraars verplicht gesteld wordt”. VROM doet er weinig aan (aldus nog steeds het ED) en stelt de provincies en de Veiligheidsregio’s verantwoordelijk.

6)     Hoe staat uw College tegenover de teneur van deze beweringen?

7)     Is uw College bereid en in staat om de regelgeving m.b.t. recyclingbedrijven aan te scherpen in die zin, dat er in de vergunning veel meer aandacht besteed wordt aan preventieve maatregelen? Zo nee, waarom niet?

Geef een reactie