Na klachten van omwonenden ben ik afgelopen donderdag op bezoek geweest naar de asfaltfabriek bij ’t Ven in de wijk Strijp in Eindhoven.

Samen met gemeenteraadslid Bernard Gerard heb ik een gesprek gehad met leden van het bewonerscomité en is de situatie bij KWS ter plekke bekeken. Vandaag heb ik hierover schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten.

De asfaltfabriek KWS is gelegen op industrieterrein De Hurk en ligt pal tegen de woonbuurt ’t Ven aan. Bewoners klagen al jaren over geurhinder en worden ziek van de lucht.

De ligging van de asfaltfabriek zo dicht bij woningen hoogst ongelukkig. Door de specifieke wijze van vergunningverlening en doordat het bestemmingsplan industrie in de categorie 4/5 toestaat, is oplossing van het probleem erg lastig.

Geacht College,

Bewoners van de wijk Strijp in Eindhoven lopen al jaren te hoop tegen overheidsinstanties vanwege geuroverlast die wordt toegeschreven aan de asfaltfabriek KWS op industrieterrein De Hurk. De provincie is voor wat betreft de milieuvergunning bevoegd gezag. SRE voert namens de provincie de controles op de MV uit en rapporteert aan de provincie.

Hierover heeft de SP-fractie de volgende vragen:

  1. Hoeveel klachten zijn er de afgelopen 10 jaar binnengekomen bij het provinciaal milieu-klachtenpunt uit de wijk Strijp in Eindhoven m.b.t. luchtkwaliteit en geuroverlast?
  2. Wat is er met die klachten gedaan, hoe zijn deze afgehandeld en tot welke concrete acties hebben de klachten tot nu toe geleid?
  3. Erkent uw college dat inwoners geregeld onevenredige overlast, met gezondheidsklachten tot gevolg, ondervinden van de uitstoot van KWS?

Voor zover bekend zijn in 2005 en in 2009 metingen verricht aangaande luchtkwaliteit en geur. De resultaten van 2005 lieten overschrijdingen van enkele stoffen zien.

  1. Welke maatregelen zijn hierna genomen om deze overschrijdingen in de toekomst te voorkomen?
  2. Hoe vaak is na constatering van de overschrijdingen gecontroleerd? Was er ook sprake van onaangekondigde controles? Zo ja, hoe vaak vonden deze plaats, zo nee, waarom is hiervoor niet gekozen?
  3. Bent u bereid de meetfrequentie bij KWS en in de directe omgeving op te voeren, ook gebruik makend van onaangekondigde metingen? Zo nee, waarom niet?
  4. Zijn de uitkomsten van geur- en emissiemetingen van 2009 al bekend en zo ja, wat zijn hiervan de bevindingen? Zo nee, wanneer worden deze verwacht?

In de beschikking 2001 wordt melding gemaakt van toepassing van best practical means. Tevens wordt gemeld dat een bedrijfsenergieplan dient te worden overlegd door het bedrijf. Daarnaast wordt gesteld dat van “uitmondingen in de buitenlucht” geen hinder mag worden ondervonden buiten de inrichting.

  1. Wat wordt concreet bedoeld met best practical means en wat is hiervan in de praktijk terecht gekomen? Is hier controle op geweest? Zo nee, waarom niet?
  2. Bent u het met mij eens dat de term best technical means op zijn minst ook toegepast dient te worden?
  3. Is de regelgeving betreffende geurhinder en uitstoot in ons omringende landen strenger dan hier? Kunt u bevestigen dat in de Duitsland 3x minder uitstoot wordt toegestaan dan in Nederland bij vergelijkbare inrichtingen?
  4. Is ooit door KWS een bedrijfsenergieplan aan de provincie overlegd? Zo ja, is dit slechts ter kennisgeving aangenomen of zijn er verbeterpunten overeengekomen? Zo nee, waarom hebt u hier nooit op aangedrongen?
  5. Welke sancties kunnen aan een ondeugdelijk energieplan worden verbonden?
  6. Zijn er consequenties verbonden aan de bepaling uit de beschikking 2001 dat van “uitmondingen in de buitenlucht” geen hinder mag worden ondervonden buiten de inrichting? Zo ja, welke?

In 2005 is een verhoging van de opslagcapaciteit door de provincie toegestaan van 20.000 naar 75.000 ton.

  1. Wat was de overweging van uw college om deze verhoging toe te staan? Waartoe diende deze verhoging van de opslagcapaciteit?
  2. Heeft de verhoging van de opslagcapaciteit geleid tot een verhoging van de productie(-capaciteit)?
  3. Zo ja, is dit toegestaan onder de lopende milieuvergunning?

De gemeente Eindhoven werkt momenteel aan een ‘Masterplan De Hurk’. Het plaatselijke bestemmingsplan staat industrie in de categorie 4/5 toe.

  1. Bent u het met ons eens dat industrie in de categorie 4/5 voor wat betreft het gedeelte van De Hurk aan de Strijpzijde van het Beatrixkanaal ongelukkig is gezien de ligging t.o.v. de wijk Strijp?
  2. Kadert het ‘Masterplan de Hurk’ ook in een provinciaal programma revitalisering bedrijventerreinen?
  3. Zo ja, bent u bereid om te bevorderen dat in ieder geval voor het gedeelte van De Hurk aan de Strijpzijde van het Beatrixkanaal zware industrie als asfaltfabrieken op termijn niet meer mogelijk worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?
  4. Acht u de gezondheid van Brabanders een provinciaal belang (i.h.k.v. de Structuurvisie)?
  5. Is bij u bekend tot welke directe en indirecte klachten de overlast door uitstoot in Strijp hebben geleid? Zo ja, tot welke klachten zijn bekend? Zo nee, bent u bereid bij GGD en huisartsen te inventariseren of in de directe omgeving van de asfaltfabriek meer meldingen van stank/uitstootgerelateerde klachten voorkomen?
  6. Wat is de stand van zaken rond de zogenaamde NIMBY-regeling? Is het aantal bedrijven al bekend dat gebruik maakt van de NIMBY-regeling?
  7. Kunt u bevestigen dat in 2010 begonnen wordt met het verhogen van de schoorsteen van KWS?
  8. Bent u met de SP-fractie van mening dat dit een tijdelijke oplossing is en dat een asfaltfabriek op zo een korte afstand van een woonwijk ongewenst is? Zo nee, waarom niet?
  9. Zo ja, welke consequenties verbindt uw college hieraan?

Geef een reactie