Sport & discriminatie

Bij het Sportplan Brabant 2016 heb ik in het voortraject meerdere keren aandacht gevraagd voor discriminatie in de sport.

Sport & discriminatie

Met steun van 50PLUS en de VVD heb ik er bij de laatste commissie voor gepleit om een non-discriminatiebeding op te nemen in de subsidieverordening en om als provincie Noord-Brabant samen met de sportwereld een statement te maken tegen discriminatie.

En dat is overgenomen door Gedeputeerde Brigite van Haaften:

Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant

Aanleiding

Op 25 november j.l. heeft de Statencommissie Cultuur & Samenleving gesproken over het Sportplan Brabant 2016. Onderdeel van het Sportplan is een subsidieregeling waarmee Brabant investeert in top- en breedtesport. Een aantal fracties heeft gepleit voor een anti-discriminatie bepaling in de subsidieregeling. Hiermee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat Gedeputeerde Staten subsidie verstrekt aan topsportaccommodaties of –evenementen waar sprake is van discriminatie van bepaalde groepen in de samenleving. Via deze Memorie van Antwoord geven wij aan op welke wijze wij deze wens uit de Statencommissie willen honoreren.

Aanpassing van de subsidieregeling

De Provincie Noord-Brabant spreekt zich uit tegen discriminatie in de sport. Wij onderschrijven de oproep zoals een groot aantal fracties die heeft gedaan en wij willen ons sterk maken voor die groepen die geen gelijke kans hebben op sportparticipatie. Daarbij willen we ons aansluiten bij de richting en acties die landelijk voor anti-discriminatie zijn ingezet.

In het Statenvoorstel (PS 52/11) en de bijbehorende subsidieregeling hebben we dit willen ondervangen door het belang te onderstrepen van toegankelijkheid. Dit begrip wijst niet alleen op toegankelijkheid voor bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking, maar ook op een faire bejegening van alle deelnemers of bezoekers. Overigens geldt voor de uitvoering van al onze beleidsinstrumenten dat wij gehouden zijn aan de wet, en daarmee aan uitgangspunten van non-discriminatie en gelijke behandeling.

Gelet op de bespreking in de Statencommissie willen we echter meer nadruk leggen op voorkomen van discriminatie. Het kan niet zo zijn dat publieke middelen worden toegekend voor activiteiten waarbij discriminatie aan de orde is. Wij willen het dossier ‚Sportplan Brabant 2016‛ daarom op twee punten nader aanpassen.

Ten eerste benadrukken we in het Statenvoorstel ‚Sportplan Brabant 2016‛ dat discriminatie geen kans moet krijgen; in de uitvoering van het Sportplan vragen we aandacht voor toegankelijkheid voor iedereen. Deze toegankelijkheid uit zich niet alleen in fysieke toegang, maar ook in faire bejegening van alle sporters en bezoekers (Statenvoorstel, paragraaf 4, pag. 5).

Ten tweede hebben we het begrip ‘toegankelijkheid’ ook in de toelichting op de subsidieregeling nader uitgewerkt (Subsidieregeling Sport, Toelichting, pagina 29, bij artikel 2.4). Toegankelijkheid was al een subsidievereiste, en met deze toelichting kunnen wij ook echt handelen in de uitvoering van de subsidieregeling.

Daarnaast hebben we in het Statenvoorstel aangekondigd dat we met een aantal partners een convenant willen opzetten (Statenvoorstel, pagina 10). Wij zullen ons inspannen om gezamenlijk met de convenantpartners een krachtig statement tegen discriminatie in het convenant op te nemen.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

(bron www.gk.nl)