RWE gaat ook nog een poging doen om Essent veilig te stellen, maar pakt het iets subtieler aan. Of het wat uithaalt is de vraag, omdat het bedrijf aangeeft de overeenkomst niet open te willen breken.

Zoals ik het begrijp gaat het proberen om de toezeggingen op milieugebied wat beter uitleggen (‘wij snappen het niet goed’). Brinbaum van de Raad van Bestuur van RWE in het Brabants Dagblad (het hele artikel is hier te lezen):

Birnbaum: ,,Niemand kan toch verlangen dat wij hoe dan ook mil­jarden gaan investeren in duurza­me energie, terwijl er zo veel on­duidelijkheden zijn, zoals vergun­ningen die nog in procedure zijn. Maar we willen best kijken of de afspraken beter controleerbaar zijn te maken om zo de zorgen weg te kunnen nemen.”

 

Benieuwd of dit voldoende is om de tegenstemmende VVD- en PvdA-Statenleden alsnog over de streep te halen. Maar als dat niet lukt is nog niet alles verloren lees ik tussen de regels:

,,Lukt het in Brabant niet, dan ontstaat een nieuwe situatie. Met minder dan 80 procent van de aandelen heb­ben wij het over een andere deal, die wij dan opnieuw moeten be­zien.”

Met andere woorden, dan gaat RWE bekijken of ook met minder dan de vereiste 80 % van de Essent-aandelen de koop toch kan doorgaan. Het zal  toch niet zo zijn dat een democratisch besluit wordt gerespecteerd door de heren van Essent, RWE en de dames en heren van Gedeputeerde Staten?

Lees hier het interview met de RWE-topmijnheer (het zijn allemaal mannen) in het Brabants Dagblad.

Dan nog enkele bemoedigende ingezonden brieven uit het Brabants Dagblad van vandaag en gisteren:

Geen beter pleidooi om Essent niet te verkopen aan RWE, dan het betoog van Rinse de Jong, tweede man bij Essent in het Bra­bants Dagblad. Zijn antwoorden zijn nietszeggend. De badinerende wijze waarop hij over Provinciale Staten praat, getuigt niet van veel zelfkennis. Ik citeer: „Wij hebben niet het idee dat de politiek in Bra­bant ten volle beseft wat de conse­quenties zijn als de overname niet doorgaat..” En: „ Aan dit schaap moet nog even gesjord worden om te voorkomen dat het op een verkeerde manier over de dam gaat..” Ik vrees dat hij zelf de conse­quenties niet overziet. Ik ben het met hem eens dat een zelfstandig Essent zonder netwerk in een lasti­ge positie kan komen. Maar waar­om destijds ‘de straatstenen er niet uit gereden’ om samen met echte deskundigen die vreemde Splitsingswet te voorkomen.

In de 80’er jaren was ik hoofd van de sector Energievoorziening bij de NS. Toen werd de elektriciteits­voorziening gerund door inge­nieurs. Nu zijn het vooral marke­teers die geen notie hebben hoe elektriciteit wordt opgewekt en ge­transporteerd moet worden. En vooral deze groep vormt de spreek­buis van een energiebedrijf! Op de suggestie dat een zelfstandig Es­sent samen kan werken met ande­re bedrijven is het antwoord dat dat wel kan. Alleen weet hij niet met wie. Vraag dat dan aan uw ad­viseurs, zou ik zeggen. Tot slot maakt hij zich volkomen ongeloof­waardig met de opmerking dat het bijzonder is om als verkopende partij over je graf heen te willen re­geren. Je kunt toch gewoon je maatschappelijke eisen stellen. Ik ben trots op de Statenleden die te­gen stemden. Vanuit een maat­schappelijk besef dat een aantal ba­sisvoorzieningen in onze samenle­ving door de overheid gecontro­leerd moet kunnen worden!

Jacques Peeters

En:

Grote hulde voor de 28 leden van Provinciale Staten die de druk ge­trotseerd hebben en er voor heb­ben gekozen om Essent niet in de uitverkoop te doen. Ik heb grote zorg vanwege de 26 leden die daar om meerdere redenen anders over­denken. En nóg grotere zorg dat het college van Gedeputeerde Sta­ten, na het democratische proces van vrijdag, toch nog een besluit kan nemen dat door de burgers niet begrepen zal worden.

Als in hele Essent-zaak iets is dui­delijk geworden, is het dat het pro­vinciale en gemeentelijke bestuur­ders geen eigendom en macht mo­gen hebben over de basisvoorzie­ning electriciteit. Het geld is blijk­baar voor hen van het grootste be­lang. Helder is aangetoond -zoals dat ook in de financiële crisis tot uiting kwam – dat het aandeelhou­derschap niet garant staat voor een evenwichtige benadering van alle belangen, maar dat hebzucht en de daaruit al voortvloeiende dis­cussie over de bestedingen de bo­ventoon gingen voeren.

Het zou van goed nationaal beleid getuigen indien de rijksoverheid al­le aandelen van provincie en ge­meenten zou overnemen. Die krij­gen dan een reële prijs, die – als de rijksoverheid slim is – nadien afge­roomd kan worden omdat de pro­vincies toch al ruim in de midde­len zitten. Waarom zou een gebun­delde energievoorziening in Neder­land buitenlandse ondernemingen niet kunnen weerstaan?

S. van Thiel

Vooruit, nog eentje:

Chapeau voor de Provinciale Sta­ten dat ze vrijdag tegen de ver­koop van Essent aan het Duitse RWE gestemd hebben. Nu moe­ten alleen de Gedeputeerde Staten nog om, anders zitten we straks in Brabant toch nog met de gebak­ken peren. Jammer dat o.a. gedepu­teerde Rüpp van het CDA zich al­leen maar blind staart op de zak met geld. Hij is een prima bestuur­der, maar moet toch ook weten dat de miljardenopbrengst van de verkoop van Essent zo weer uitge­geven is aan een of ander duur prestigeobject.

Bij grote fusies moet men ook al­tijd vraagtekens zetten. In de regel, zo leert de geschiedenis, gaan al­leen de bestuurders er op vooruit en het nettoresultaat van de sa­menvoeging is vaak nihil. De nieu­we leiders willen het weer ‘beter’ doen en zullen extra bezuinigin­gen doorvoeren waardoor de resul­taten een jaar later beter lijken.

Die bezuinigingen worden altijd bereikt door mensen te ontslaan.

Onbegrijpelijk is het dan ook dat het eigen personeel voor de ver­koop aan RWE gestemd heeft. Es­sent is nog steeds een prachtig groot ‘ Brabants’ bedrijf dat goed op zijn centjes past. Ook wordt er volop in groene energie geïnves­teerd. Wij hoeven niet afhankelijk te zijn van het buitenland want er zit in Nederland nog genoeg gas in de grond. Laat Essent maar mooi zitten waar hij zit en ieder jaar mooi zijn miljoenen dividend aan de aandeelhouders Den Bosch, Til­burg en de provincie uitkeren.
Daar kunnen ze ieder jaar weer leuke dingen van doen. Deze ex­traatjes hebben ze in deze barre cri­sistijd hard nodig.

B. Kuilman

Geef een reactie