Noorwegen 🇳🇴 overleven als vegan 🌱

Hoe overleef je Noorwegen als vegan: het land van rendier-, eland- en walvisvlees en zalm en garnalen, dat zou wel een dingetje worden.

Vliegen naar Noorwegen

Maar we beginnen met onze nationale blauwe vogel, de KLM. Het was al weer een tijd geleden dat ik in het vliegtuig zat, dus toen de stewardess langskwamen met ene versnapering bij wijze van lunch was ik verrast. Het aanbod (sandwich eiersalade of kaas, bananenbrood) was wel geschikt voor vegetariërs, maar niet voor vegans. Voor de terugvlucht was ik dus gewaarschuwd, over de luchthaven van Oslo verderop meer.

Stavanger

We vlogen op Stavanger, een luchthaven vergelijkbaar met die van Rotterdam, zij het met wat uitgebreider aanbod aan winkels en eetgelegenheden. Over Stavanger later meer in een ander blog, over het eten kan ik kort zijn. Twee overnachtingen, dus twee avondmaaltijden. De eerste dag aten we bij wat achteraf een keten bleek te zijnL Døgsvil. Men had warempel een paar vegan gerechten op de kaart, en alle burgers konden geveganiseerd worden door het vlees te vervangen door Beyond Meat en vegan sauzen en kaas. Ik koos voor de ‘burger’ van gerookte aubergine en die was best te doen.

Voor het ontbijt kwamen we naast het station uit bij Espresso House (verderop meer), waar helaas het ‘hoofd vegan belegde broodjes’ zich ziek had gemeld, waardoor ik het met een vegan muffin moest doen.

De dag erna was een zoektocht, uiteindelijk ben ik bij een Thais restaurant gaan vragen en daar kon men veel gerechten ook vegan aanbieden. Ook dit was redelijk te doen.

Noorwegen: langs fjorden naar Bergen

Voor de bootreis naar Bergen – die vijf uur duurde – was ik voorbereid. Wel weer grappig dat er een Star*ucks aan boord was waar men wel  vier soorten plantaardige melk in de aanbieding had, maar geen espressomachine en melkopschuimert. Dat werd filterkoffie met koude amandelmelk. De veerbootmaatschappij zal wel hebben betaald voor het logo, maar of de koffieketen blij was met wat in hun naam werd aangeboden is maar de vraag. De aardige ‘barista’ kreeg mijn moeder aan het blozen met zijn lach, dus dat maakte weer vel goed. En daar kunnen we nog lang op teren.

Bergen

Tot mijn schrik zag ik tussen alle vis ook walvisvlees liggen in enkele toeristische eetkramen. Noorwegen voelt daar duidelijk geen gêne bij.

Bergen was heel toeristisch (in volgend blog meer hierover), maar daardoor hoefde ik niet op een houtje te bijten. Ook hier verbleven we twee dagen en dus twee maal een warme maaltijd. Via Happy Cow vonden we in de historische buurt Bryggen ergens achter in een steegje een klein tentje waar men goed was voorzien. Drie soorten vegan tosti’s – pizza-stijl) met lekkere en goed smeltende kaas en goeie koffie met havermelk. Niks over te klagen.

Het eerste diner aten we bij een leuk tentje met de naam Pygmalion, waar niets vegans op de kaart stond, maar desgevraagd bleek de jongedame achter de toog behulpzaam, desgevraagd:

I am your friend, I’m vegetarian.

Dat werd een aangepaste Thaise roerbakschotel, boordevol groenten en een paar cashewnoten. Noorwegen, dus teringduur ook al eet je geen vlees. Maar dat wisten we van tevoren. 

Ontbijten deden we bij God Brod, een biologische bakker waar men niet heel veel keuze had, maar je kon een broodje laten beleggen met hummus en een grote keuze aan sla en groenten.

De dag erna hadden mijn allesetende reisgenoten nog wat over en heb ik bij de Indiase buren een bakje dahl tadka gehaald en wat eten voor tijdens de treinreis de dag erna. Een restauratiewagen heeft immers beperkt aanbod en mijn vermoeden bleek juist. Tijdens de vier uur durende treinreis hield ik mezelf overeind met een bakje koude samosa chad met rijst.

Geilo (gemeente Hol)

Over die dubbelzinnige Noorse aardrijkskundige namen in een ander blog meer. Maar Geilo deden we aan als tussenstop, omdat we anders 9 uur in de trein naar Oslo zouden zitten. Geilo bleek een wintersportoord te zijn, alwaar we in een gigantisch wit houten hotelcomplex belandden met de intrigerende naam Dr. Holms.

Plantaardig eten in een bijna uitgestorven dorp waar buiten het sneeuwseizoen slechts een paar duizend zielen wonen leek me een uitdaging. We moesten snel beslissen of we in het Sportcafé wilden dineren of in het dure restaurant. Wat de receptionist (the only queer in Geilo) niet durfde te zeggen, bleek de gastheer van dienst zeer behulpzaam. Na overleg met de chefkok kon hij een bruschetta aanbieden en bij het vegetarische hoofdgerecht werd de aardappelpuree vervangen door vier gebakken aardappeltjes.

Overdag bezochten we een voor dit dorp mega-Spar, waar tot mijn stomme verbazing een koelinkje speciaal met vegan producten stond. En bij de zuivelproducten ook nog eens een ruim aanbod aan plantaardige yoghurt en melk. Niet superveel, maar veel meer dan waarop ik maar had durven hopen. In Bergen had ik al een potje hummus meegenomen en die kwam ’s anderendaags goed van pas, want…:

hummus Noorwegen

…het ontbijt was inbegrepen, maar als je je eigen beleg moet meenemen en enkel een paar broodjes van het buffet gebruikt, voel je je wel bekocht. En dan spreek ik nog niet van de vreemde keuze van Dr. Holms om maar liefst dríe soorten plantaardige melk aan te bieden maar vereer ook helemaal niks. Men wéét dus wel van ons bestaan af. Liever één soort plantenmelk, één soort plantaardige yoghurt en een hummusje en dan hoor je ons niet.

Oslo – het ontbijt

Noorwegen Espresso House

We hadden vanwege vier overnachtingen gekozen om voor het ontbijt eerst op inspectie te gaan, want vier keer betalen voor slechts wat droog brood zou wat al te gortig zijn. Aldus geschiedde: alleen al vanwege de enorme drukte – het leek wel een mierenhoop – zou ik er niet willen zitten. Naar ook hier weer één opzichtig geëtaleerd vegan ‘ding’: bananenbrood. Men weet het dus wel, maar voor de rest kan je als vegan verhongeren. En dat voor zo’n grote hotelketen.

In Oslo verbleven we vier dagen dus daar werd Happy Cow uitputtend geraadpleegd. Met op elke hoek een Espresso House (kunnen we die Star*ucks alsjeblieft inruilen voor deze Noorse keten?) was mijn ontbijt verzekerd. Helaas was het aanbod niet overal voorradig, maar wat ze aanbieden mag er zijn: een ‘stokbroodje Griekse stijl’ met veel groenten, ingemaakte uien en plantaardige feta was de lekkerste. Maar ook de groen bagel met hummus met een Aziatische twist was heerlijk en zelfs het roggebroodje belegd met sla en artisjokcrème was lekker.

Naast de belegde broodjes dus ook wat plantaardige zoetigheden en goeie koffie. En in elk filiaal regenboogvlaggetjes. Het personeel begroette bijna Amerikaans met een overdreven ‘Hei!’ alsof men je al jaren kent. Maar wie daarover zeurt is een kniesoor.

Diner in Oslo

In Oslo hoef je als vegan niets te kort te komen. De eerste avond aten we bij Habibi, een Palestijns-Libanees eettentje waar je vegan mezze kon bestellen. Dit deed ik en dat viel niet tegen. Sterker nog: het was erg lekker. In het bijzonder de gemarineerde en gebakken spruitjes en de dolma.

Valentino

De vraag “Kunnen we niet een keer Italiaans eten vanavond?” klinkt me niet altijd als muziek in de oren. Want niet elke stad heeft de luxe van een vegan pizzabar. Maar, op de app van de gelukkige koe vond ik in een buitenwijk een restaurant met naast de gebruikelijke gerechten een aparte vegan sectie met diverse pastagerechten en pizza’s: Valentino. Het bleek meer een wat uitgebreidere buurtkroeg waar je ook kunt eten. En toen de luidruchtige en enigszins beschonken dame vertrok konden we van onze hoge krukken afdalen naar knusse banken.

En, was het te eten? Zeker wel! Voor de groentjes moet je het niet doen, maar de plantaardige kaas en room liet ik voor de zekerheid toch maar even testen door de alleseters aan tafel. ‘Vet lekker’ omschrijft het wel. En de goedkoopste hap, aanrader dus, verlaat wat vaker het centrum.

Südøst

Oftewel Zuidoost, een Aziatisch-Europees fusierestaurant, gerund door Thai. Het was een waardige afsluiter van de vakantie. Een apart vegan menu of gerechtjes à la carte. Ik had dumpings met dries soorten paddestoelen vooraf en en gestoomde pannekoekjes met geroosterde namaakeend als hoofdgerecht. Bij de aanblik dacht ik dat het een kliederboel zou worden, maar na één pannenkoekje kreeg ik er aardigheid in. Met eetstokjes kom je een heel eind. Niets geknoeid en het smaakte erg lekker.

De luchthaven van Oslo

Ik sluit af met een wijze raad voor wie honger krijgt aan boord: koop wat als je na de controle bent. In Oslo vond ik een hummuswrap bij een eettentje en bij een winkel hadden ze daarnaast ook een pulled vego warp. En stukken goedkoper, boordevol groenten.

Al vraag ik me af hoeveel lezers – vegans en vegetariërs dan ook nog – op reis gaan naar Noorwegen. Maar mocht je gaan, dan gaan de planteneters wat beter beslagen ten ijs.

Geef een reactie