In Japan: zweven op grote afstand

0 No tags Permalink

In Japan maak ik op grote afstand mee dat in Rotterdam een Turkse minister al scheldend de diplomatieke auto wordt uitgehaald omdat ze geen campagne mag voeren voor haar baas met dictatoriale neigingen. En dat allemaal omdat de ervaren premier het nodig vond een paar dagen voor de verkiezingen de zaak op de spits te drijven. En ondertussen wist ik voor het eerst in mijn leven niet zeker op wie ik voor me laat stemmen. Dat en over Japan in dit blog.

Na de gekte van Tokyo

Tokyo was dus crazy. Na deze megastad reisden we met de supersnelle Shinkansen naar Nagano, de stad van de Winterspelen van 1998. Een door die spelen uit de kluiten gewassen provinciestad waar voorheen een intercity stopte, maar nu een hoge snelheidstrein.

Zoals elke stad is de bezienswaardigheid hier – jawel – een tempel. Was het in Tokyo koud, in Nagano lag nog hier en daar sneeuw. Verder is het een woestijn voor vegetariërs en homo’s. Nou was Tokyo al geen paradijs op die vlakken, maar Nagano, Matsumoto, Nagoya, Kyoto en ook Hiroshima is er weinig te beleven.

Vegetarisch…

Als was Kyoto een uitzondering voor vegetariërs. Waarschijnlijk vanwege het grote aantal toeristen. Wat in Hiroshima dan weer niet een voordeel blijkt.

We moesten dus heel wat moeite doen om fatsoenlijk eten te vinden. Zoals ik op Facebook al meermalen schreef: als vegan zou ik Japan mijden als de pest. Je verhongert gewoon. Tenzij je met droge noedels of rijst genoegen neemt. Niet alleen moet er in elke sandwich, broodje, gerecht een wordt in, een gefrituurd stukje kip tussen of een lap spek bij. Om over kaastosti’s waar bij de eerste hap iets van vis verstopt zit.

Of de hipster koffietent (bij ons een garantie voor meerdere veganistische opties). Er lagen heel wat aantrekkelijke en op het oog vleesloze hapjes in de vitrine. Maar bij doorvragen bleef er niks over. Zelfs de groentensoep was gemaakt van kippenbouillon. Ik hield het maar op wat zoets.

(tekst gaat verder onder de foto’s)

Of veganistisch?

En als je al via GoogleTranslate hebt duidelijk gemaakt dat je vegetarisch eet (het Japanse woord voor vegetarisch is bijna letterlijk overgenomen uit het Engels), dan gaan ze meteen op de veganistische tour. Ook niks mis mee, integendeel, maar het toont wel hoe weinig men ervan af weet.

Nu kunnen we bijna niet meer zonder de app van HappyCow, hiermee zoek je alle restaurants en winkels op waar vegetarische gerechten verkocht worden. Maar soms zijn zaken dan nog niet te vinden omdat men vergat de pan met de engelstalige naam buiten te hangen.

En soms vind je het wel, ondanks dat sommige eettentjes eruit zien als ouderwetse Japanse huisjes. Maar dan vergat de kok het bord buiten te zetten met alle ingrediënten die je weg kan laten. Dan heb je eerst beiden met handen en voeten en beider iPhones geprobeerd één en ander duidelijk te maken. Bij het serveren toverde de kok het bird tevoorschijn en zei trots: “No meet, no fish, no egg, no diary, no msg”. Had dat maar eerder gedaan.

Saizencyukaanzu - Nagoya

Maar dan hadden we ook wel de tent voor ons alleen, en een lekker stukje jazz erbij. De enige plek in Japan waar ik geen jazz hoorde was in twee macro-biotische restaurantjes. Daar was yogamuziek de norm.

Kortom, doordat je niet eet wat de gemiddelde Japanner eet, dan kom je wel op interessante plaatsen. En het leuke van de macro-biotische plekken is dat je wel echt Japanse gerechten eet.

Roze woestijn

Niet alleen voor vegetariërs is Japan een woestijn, voor LHBTI’s is het helemaal erg. En dat ligt voor een deel aan de gesloten cultuur.. Tokyo mag dan enkele districten hebben die gelijkslachtige relaties dezelfde rechten toekent als heterokoppels, maar op homogebied is het lou loene in Japan.

Als je bedenkt dat de agglomeratie Tokyo meer inwoners telt dan Nederland, maar slechts enkele homobars en -sauna’s kent, dan zegt dat al iets. Sommige mensen liepen weg als je in hetzelfde bad ging zitten om maar eens wat te noemen. Veel Japanners zagen we niet in de gay bars en op de social apps zag ik een enkele keer staan ‘only Japanese‘. Dat mag allemaal, het is ieders goed recht. En voorkeuren hebben we met zijn allen, maar het is een wezenlijk verschil met andere Aziatische landen die ik bezocht.

Hier lijkt het wel onderdeel van een gesloten, op zichzelf gerichte cultuur. Mocht het lijken op het voorland van wat rechts-radicale en in toenemende mate ook van oorsprong de meer rechtstatelijke partijen (VVD, CDA, PvdA) in Nederland voorstaan, dan ben ik weer bevestigd in wat ik niet wil.

Blik naar buiten, inclusief denken, open geest. Doe mij dat maar.

Terug naar de LHBTI’s. Aangezien ze voor mij zo goed als onzichtbaar waren, houd ik het even bij het deel waar ik meer oog voor heb: de mannen. Ik dacht er genoeg te herkennen, de meeste liepen er als modepoppetjes bij. Maar wel hand in hand met een meisje. In Nagano en Matsumoto was niks te beleven, in Hiroshima stond alleen een pornobioscoop in de roze reisgids.

In Kyoto was wel een kroegje. En zoals overal in de Japanse steden, worden meerdere verdiepingen gebruikt voor horecagelegenheden. We moesten eerst het juiste gebouw zien te vinden, na een paar keer heen en weer te zijn gelopen vonden we de plek. Met de lift naar de derde verdieping en in de gang vier of vijf deuren van verschillende bars, clubs en restaurants. Wij openden de deur van de gay bar en belandden in een miniclubje waar plaats was voor ene bar met vier krukken en een bankje was voor ene mens of drie. Aan de bar een buitenlander, er werd gerookt (hier heel normaal), en we kregen de kaart voorgeschoteld.

Of we dat stukje even goed wilden lezen: we waren hoe dan ook 700 Yen per persoon kwijt om aan te mogen schuiven. En een drankje kostte ook nog eens 800 yen. Meestal komt er nog BTW bij ook. We zijn maar weggegaan.

Alcohol

In Hiroshima ontmoetten we wel een soortgenoot die drie woorden Engels sprak. Evenveel als ik Japans. Maar het enthousiasme was er niet minder om: “Europe, gays, okay; Japan not“, en hij kruiste zijn armen. Hij zoende me in het openbaar op beide wangen, iets waar k normaal gezien geen moeite mee heb. Maar gezien zijn enorme kegel, in dit geval wel.

Die kegel brengt me op de alcohol. Daar lusten ze wel pap van. Je moet wat als je een keer uit dat harnas wil ontsnappen. Dat lukt dan ook aardig. Een wereld van verschil als je je in het uitgaansgebied begeeft. Daar zie je uitgelaten Japanners op straat. En in die ene kroeg waar ik ben geweest.

Het was nog een hele toer om iets te bestellen zonder alcohol, op de kaart stonden alleen maar cocktails. GoogleTranslate er maar weer bijgehaald. De barman begreep het, sloeg aan het mixen en serveerde me een drankje dat gewoon naar sprite smaakte. Knap werk.

Hiroshima

Hiroshima Dome - Japan
Over het algemeen kan ik zeggen dat Japan niet mijn favoriete bestemming is. Al hebben we enkel de steden gezien. Wel was elke stad een stukje leuker dan de vorige. Ik tik dit blog in de Shinkansen van Hiroshima naar Osaka, ons eindstation.

Hiroshima is tot nu toe wat mij betreft de leukste stad om te verblijven. Al is leuk niet het beste woord in dit geval. Want je gaat naar Hiroshima omdat een atoombom op is gevallen. Daar kan je nie tom heen. Bomen die het overleefd hebben, daar hangt een bordje aan. De paar gebouwen die overeind bleven na de verwoestende bom, die zijn voorzien van een gedenkplaat.

Overal in de stad vind je herdenkingsplekken. En er is het Vredespark, op de plek waar de bom is ingeslagen. Met het monument en de vele monumentjes er omheen. De Hiroshima Dome – of wat ervan over is – laat wat van de verwoesting zien. De kale vlakte moet enigszins met die van Rotterdam na het bombardement te vergelijken zijn. En die kale vlakte is er niet meer. Zo’n aangetast gebouw laten staan, dat maakt wel indruk, al was het één van de weinige gebouwen die nog overeind stonden. Niet representatief dus, maar het doet wel wat. Ik vroeg me af of een gestutte ruïne van de Laurenskerk niet een mooier symbool zou zijn geweest.

Hieronder de foto’s van Japan tot nu toe. De foto’s per stad bekijken -> klik hier.

Zweven

Overmorgen mogen we weer een volksvertegenwoordiging kiezen. Na het gedoe om te kunnen stemmen voor het Oekraïne-referendum van vorig jaar, heb ik het dit keer grondiger aangepakt. Natuurlijk probeerde ik het weer via de balie op het stadhuis, maar daar wisten ze wederom niets. Gelukkig had ik nog het e-mailadres van Bureau Verkiezingen, dus een machtiging was snel geregeld.

Maar daarmee wist ik nog niet naar wie mijn stem zou gaan. Ik zweefde enorm tussen drie partijen. Wat nog maar eens bevestigd werd door een zo eerlijk mogelijk ingevulde Stemwijzer: GroenLinks, PvdD en Art1kel1 eindigden gezusterlijk aan kop. PvdD viel af op het punt ‘Europa’ en vanwege teveel dogmatisme en drammerigheid. Sinds de SP heb ik daar een broertje dood aan.

Beetje vreemd te ervaren dat ik voor het eerst maar niet kon kiezen tussen mijn verstand en mijn gevoel. Maar ik was niet alleen merkte ik op de sociale media. Volop discussies, mensen die overstapten naar een andere partij of mensen die net als ik worstelde. Mocht ik twee keer stemmen, dan werd het én Artikel1 én GroenLinks.

Het wordt dus een keuze tussen verstand en gevoel. Het wordt weer GroenLinks, en wel Liesbeth van Tongeren.

 

 

Nog geen reacties ingezonden.

Schrijf hier je reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *