Nóg meer anti-homogeweld

Gepubliceerd op 0 reacties 3 minuten leestijd 96 x bekeken


Alsof de duvel ermee speelt. Begin deze week nog het nieuws dat geweld tegen homo’s door alle bevolkingsgroepen gepleegd wordt (rapportage Ministerie BZK), nu toont een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan dat het a) in Amsterdam nóg erger is, en b) Marokkaanse jongens toch bovengemiddeld dader zijn.

De onderzoekers zijn voor zover ik het heb kunnen lezen grondig te werk gegaan. Helaas wordt het onderzoek pas over enkele weken in boekvorm (en dus ook on line) gepubliceerd, dus moeten we het met wat in de media verscheen doen. Ik had verwacht dat de Amsterdamse krant het Parool wel wat uitgebreider zou berichten, maar de Volkskrant wint het:

Homogeweld: wél vaak Marokkanen

Amsterdamse onderzoekers komen tot andere conclusies over anti-homogeweld dan Justitie en Binnenlandse Zaken.

Marokkanen zijn in Amsterdam oververtegen-woordigd onder de geweldplegers tegen homoseksuelen. Cijfers over de landelijke omvang van anti-homogeweld zijn er nauwelijks.

Drie wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam komen tot deze conclusies, die opmerkelijk genoeg afwijken van een Haagse rapportage eerder deze week, waarin de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken aan de hand van nauwkeurig ogend cijfer-materiaal vaststellen dat de overgrote meerderheid van de daders autochtoon is.

Laurens Buijs, Gert Hekma en Jan Willem Duyvendak verwijzen in de titel van hun donderdag op het stadhuis gepresenteerde onderzoek naar anti-homoseksueel geweld in Amsterdam direct al naar een belangrijk dader-motief, Als ze maar van me afblijven. Als de dood zijn veel geweldplegers dat ze door homo’s die geen geheim maken van hun geaardheid seksueel worden lastiggevallen.

Bij Marokkanen spelen daarbij vooral de weerzin tegen vrouwelijk gedrag en het idee van anale seks een rol. Hetgeen volgens de onderzoekers weer is te herleiden tot de uitgesproken machocultuur onder veel Marokkaanse (straat)jongeren, waarin stoer, mannelijk en dwars gedrag (‘in straattaal van de jongens: kapot moeilijk’) de hoogst haalbare status geeft.

Religie, aldus de onderzoekers, heeft niet of nauwelijks invloed op het homovijandige gedrag. Evenmin is gebleken dat de oververtegenwoor-diging van Marokkanen iets te maken zou hebben met nare seksuele ervaringen in hun jeugd.

De wetenschappers citeren in dit verband stadsdeelvoorzitter Marcouch van Amsterdam-Slotervaart, die er onlangs op wees dat veel jeugdige Marokkanen zijn en worden misbruikt door pedofielen, waardoor ze een agressie ontwikkelen jegens homo’s.

Vrijwel alle daders – en dat geldt voor alle etnische groepen – zijn slecht opgeleid en afkomstig uit probleemgezinnen.

Voor het onderzoek, in opdracht van het Amsterdamse stadsbestuur, hebben de weten-schappers ‘methodisch een fuikmodel’ gehanteerd. Door middel van een enquête op middelbare scholen werd een beeld gevormd van opvattingen over homoseksuelen en anti-homogeweld.

Vervolgens vonden er ‘focusgroepsgesprekken’ plaats met zeven groepen jongeren die ‘volgens de gangbare inzichten sneller anti-homogeweld zouden plegen dan anderen’. Ten slotte zijn tientallen daders geïnterviewd of zijn hun strafdossiers bestudeerd.

Verdachten van fysiek geweld – althans in Amsterdam – zijn meestal jongens van 17 tot 25 jaar oud. Ze zijn even vaak autochtoon Nederlands als van Marokkaanse afkomst, elk 36 procent.

Maar omdat blanke Nederlanders in die leeftijdscategorie 39 procent van het totaal uitmaken en Marokkanen 16 procent is er sprake van duidelijke Marokkaanse oververtegenwoordiging.

Opmerkelijk, vooral gezien het landelijk beeld in eerder genoemde Haagse rapportage, is de vaststelling van de onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dat het maken van vergelijkingen met andere steden in Nederland ‘niet mogelijk is vanwege de wijze van registreren van veel politiekorpsen en de manier waarop de politiesystemen functioneren’.

Ofschoon verre van ideaal wordt het registratiesysteem van de Amsterdamse politie het beste genoemd als het gaat om het traceren en analyseren van anti-homogeweld.

Buijs, Hekma en Duyvendak zeggen dat het anti-homogeweld niet tot Amsterdam beperkt blijft. Ook steden als Berlijn, Barcelona, Londen en zelfs New York melden regelmatig ernstige incidenten.

En nu is het weer zaak om niet een hele gemeenschap aan te spreken op het gedrag van een toch relatief kleine groep. Maar dat er iets gedaan moet worden is helder. Wat mij  opviel in het nieuws, was dat er jaarlijks in Amsterdam ruim 1.000 homo’s, wederom voornamelijk jongens en mannen, slachtoffer worden van geweld.

Dat is natuurlijk een gigantisch aantal. Het bevestigt wel het beeld dat al langer leefde onder homo’s, dat de onveiligheid toenam. Dat Amsterdam en in mindere mate Rotterdam hier koplopers zijn wijt ik aan het feit dat homoseksualiteit hier meer zichtbaar is. En dat is geheel in lijn met het UvA-onderzoek en eerdere onderzoeken naar acceptatie vanhomoseksualiteit in Nederland. We zijn heel tolerant met zijn allen, maar zodra het zichtbaar wordt, neemt de walging toe. Helaas.

Reageren?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Er zijn nog geen reacties geplaatst.