Nabrander Essentdebat

Rechts Nico Schouten, links Ron van Zeeland.
Hij had al aangekondigd het te doen, maar hij heeft het op zo’n (vind ik toch) waardige manier beschreven, dat ik het mijn lezers niet wil onthouden. Onder ‘lees meer’ de brief waarin mijn SP-Statencollega het voorzitterschap neerlegt van de commissie Ruimte & Milieu.

Aan de leden en de voorzitter van de Provinciale Staten van Noord-Brabant,

Afgelopen vrijdag werd een motie op tafel gelegd over een onderwerp waar drie weken eerder al een besluit was gevallen. De heroverweging van dit besluit was niet eens van te voren geagendeerd. De partijen die om een extra vergadering hadden gevraagd kwamen niet – zoals het behoort – als eerste aan het woord.

Het bleek in feite dat de indieners van de motie zich niet konden neerleggen bij een democratisch genomen besluit. In het bijzonder het CDA liet zien niet te kunnen aanvaarden dat ze soms in een minderheidspositie geraakt.

De indiening van de motie heeft mij perplex doen staan, daar het geheel tegen de democratische gebruiken in ging. Bovendien moet voor het goed functioneren van de overheid niet voortdurend – en zeker niet kort na elkaar – besluiten opnieuw ter discussie worden gesteld. De SP, die gewend is vaak in een minderheidspositie te geraken, doet dat dan ook niet, al is het soms tandenknarsend.

Als aanleiding werd een briefje aangegrepen van de voorzitter van de raad van bestuur van RWE waarin vage toespelingen stonden. Een kopie van dit briefje was niet eens aan de statenleden uitgedeeld, en stond ook niet op de agenda. Het werd alleen met betrekking tot enkele passages – en nog wel glunderend – voorgelezen. Een nader onderzoek naar de bedoeling en de betekenis bleek niet door Gedeputeerde Staten te zijn overwogen en werd door het CDA afgewezen. Bangmakerij stond voorop, zoals steeds het geval is geweest in de kwestie Essent.

De gebeurtenis heeft mij me doen afvragen wat ik eigenlijk aan moet met een gezelschap waarin een bepaalde stroming koste wat kost zijn zin wil doordrijven; ook al staat het haaks op de veel gepropageerde opvatting dat belangrijke besluiten zoveel mogelijk breed gedragen moeten worden, zowel binnen als buiten de Staten. In de Essent-kwestie is voortdurend het tegenovergestelde gedaan. Een referendum werd uitgesloten, uitslagen van opiniepeilingen werden genegeerd en dat gebeurde ook met opvattingen die naar voren werden gebracht uit het maatschappelijk middenveld.

Ik heb voor mezelf de conclusie getrokken dat ik voorlopig mijn werkzaamheden als statenlid beter kan beperken tot activiteiten voor de SP. Dat wil zeggen dat ik mijn functie als voorzitter van de commissie Ruimte en Milieu met onmiddellijke ingang neerleg. Twee jaar geleden was het voor mij vanzelfsprekend dat ook iemand van de SP – gezien haar grootte – een taak op zich nam van niet-politieke aard. Een democratisch orgaan kent nu eenmaal ook technische klussen die gedaan moeten worden. Zo’n taak gaat praktisch gezien ten koste van tijd, aandacht en werk voor de partij waarvoor je gekozen bent.

Ik zeg het maar ronduit: als democratische mores terzijde worden geschoven zie ik voor mezelf niet langer een reden meer om dit offer te brengen. Een basis van vertrouwen in elkaar is weggevallen. De technische klussen moeten maar opgepakt worden door statenfracties – ik denk nu vooral aan het CDA – die er alleen en rücksichtslos op uit zijn hun eigen zin door te drijven.

Nico Schouten

18 mei 2009

Zijn analyse doet me denken aan een eerder voorval, waaruit ik nog steeds niet mijn conclusies heb getrokken: de manier waarop het CDA haar zin doordreef rond het onderzoek van de commissie Beleidsevaluatie naar de Reconstructie van het platteland. Door het tweede Essentdebat ging de bemiddelingsafspraak van de PvdA hierover niet door.

Daar gaan we snel een nieuwe afspraak voor plannen, want dat moet ook nog opgeklaard, mijn ontslagbrief kan niet veel langer in de lucht blijven hangen.

Geef een reactie