Kritiek op waterplan Hoes

Kritiek op waterplan Hoes

In de politiek weet je pas waar je aan toe bent als een onderwerp echt behandeld is. Zo ook vandaag met het Provinciaal Waterplan. Maar vòòr de vergadering gaf ik een groep MBO-ers van het Koning Willem I College uit Den Bosch een inleiding over de provincie en de politiek.

Niets zo leuk als groepen jongeren te vertellen over je werk. Deze studenten leerden voor administrateur, de gemiddelde leeftijd was 18 jaar. De club was behoorlijk gemeleerd van samenstelling en er kwam naast wat gegiechel, zelfs ook een paar vragen uit de zaal. Dat is vaak al heel wat. Ook opvallend: van de ca. 30 leerlingen kwam bijna de helft niet eens uit Brabant.

Ik moest er wel wat eerder voor van huis, maar nogmaals, hiervoor doe ik het graag.

Waterplan

Vooraf dacht ik dat het plan niet inhoudelijk behandeld zou worden wegens te veel kritiek van CDA, SP en PvdA. En uiteindelijk werd het tóch inhoudelijk besproken. De kritische vragen en opmerkingen waren er nog steeds van het CDA (en behalve van de VVD van alle partijen), maar terugsturen met huiswerk voor Onno Hoes, dat was er niet meer bij vandaag. En dus heb ik alle vragen die ik had, ook maar gesteld en schrapte ik een gedeelte van mijn tekst (die al inspeelde op de mogelijke bijdrage van het CDA).


Onno Hoes tijdens een conferentie van het Waterschap Aa en Maas.

Ondanks dat er dus heel breed gedragen kritiek werd geuit op het weinig ambiteuse plan van Hoes (alle partijen minus de VVD – die vond het allemaal geweldig) kwam Gedeputeerde Hoes weg met een vage toezegging e.e.a. nog eens goed uit te leggen en schriftelijk alle vragen te beantwoorden. Wat de antwoorden zouden zijn deed er blijkbaar niet meer toe, het CDA was in elk geval gerustgesteld zo begreep ik.

Frustratie alom bij de overige partijen en ik hoorde van anderen dat ook bij de ambtelijke ondersteuning van Hoes de nodige teleurstelling heerste. Deze Gedeputeerde geeft hoegenaamd zelden of nooit de indruk dat hij ook daadwerkelijk iets gééft om het milieu of de natuur. Hij doet geen moeite om ook maar een indruk te geven zich iets aan te trekken vand e kritiek van een meerderheid in de commissie.

Wat kan ik meer dan mijn eigen bijdrage hieronder te plaatsen:


VOORONTWERP WATERPLAN

Voorzitter,

Er verandert binnen afzienbare tijd het nodige op watergebied. De bestuurlijke verantwoordelijkheden komen anders te liggen en daarmee verandert ook de rol van de provincie.Vorig jaar heeft de commissie de kaders aangegeven waarbinnen dit voorontwerp Provinciaal Waterplan geschreven zou moeten worden. De keuzes waren niet de onze, namelijk minder ambitieus op een aantal terreinen.

Tenzij deze gedeputeerde tussentijds het licht gezien heeft, zou ik dit plan al bij voorbaat af kunnen schieten. Een positieve verrassing had ik dan ook niet verwacht.

Voorzitter,
Dit is bij uitstek een onderwerp waar je je als bestuurder van ecologie kunt profileren.Wij zijn het de komende generaties verplicht om alles in het werk stellen om hen van voldoende schoon drinkwater te voorzien, adequaat te beschermen tegen wateroverlast en het waterbeleid zodanig in te zetten dat mens, natuur en economie op een zo rechtvaardig mogelijke manier in hun behoeften worden voorzien.

Na lezing van het waterplan, het commissievoorstel en de vele zienswijzen van diverse belanghebbende organisaties moet ik helaas tot de conclusie komen dat op een aantal cruciale punten dit voorstel niet eens voldoet aan de afspraken die de statenmeerderheid hier vorig jaar maakte.

Sterker nog, er is op enkele punten een breuk te zien met het beleid uit het verleden. Een stap terug wat mij betreft. En ik sta hierin niet alleen. Naast de BMF – wat niemand zal verbazen – hebben ook het ministerie van LNV en zelfs de Kamers van Koophandel N-B kritiek op de plannen m.b.t. verdroging.

Na lezing van alle stukken en na gesprekken blijven er nog vele vragen over. Die kan ik nu stellen en ik kan mijn opmerkingen ook maken (ik heb ze achter de hand).

Om de gedeputeerde niet zo het bos in te sturen, toch enkele opmerkingen over zaken die de SP absoluut veranderd wil zien (in willekeurige volgorde):

  • De classificatie van de diverse soorten oppervlaktewaterlichamen met daaraan gekoppeld het ecologisch ambitieniveau moet anders. Een Gedeputeerde van Ecologie zou wat ons betref voorop moeten lopen in plaats van het slechtste jongetje van de klas te zijn (EU en Nl).Dus: méér waterlichamen classificeren als natuurlijk en een hoger kwaliteitsdniveau (goede ecologische toestand) mét wat de SP betreft ook de wens dit eerder dan pas in 2027 te realiseren. Nu lijkt het erop alsof de afrekenbaarheid door Brussel u ingegeven heeft wat op de langst mogelijke termijn eventueel haalbaar is. Niet echt ambitieus.
  • Helderheid verschaffen over de afstand tot beschermde natuurgebieden waarop uitstraling/ingrepen mogen plaatsvinden.
  • Goed gedrag wordt niet langer beloond zoals in dit voorstel. Elke prikkel om zuinig om te gaan met water wordt nu weggenomen omdat – hetzij de vergunningplicht vervalt, – hetzij meer onttrokken mag worden. Dus: handhaving vergunningstelsel en stimulering zuiniger gebruik industriewater (wat betaalt de industrie eigenlijk voor ons water?)
  • Idem dito voor de beregening van grasland op de droge zandgronden. Het feit dat de laatste jaren vooruitgang is geboekt in zuinig gebruik betekent nog niet dat bestaand beleid overboord moet. Als er geen vergunning meer hoeft worden aangevraagd (en betaald) welke prikkel heeft een boer dan nog om bijvoorbeeld een abonnement te nemen bij Agro & Co op de satellietgestuurde beregeningsbehoefte? Iets wat u zelf wilt stimuleren (p.27).
  • Er moeten meer inspanningen komen om de verdroging van natte natuurparels en Natura2000-gebieden tegen te gaan.
  • Veel duidelijker dan nu moeten de provinciale waterbelangen beschreven worden in het Waterplan en op welke wijze ze in de structuurvisie worden vastgelegd.
  • Er dient meer inzicht te komen over de zogenaamde kleine onttrekkingen. Wanneer meer bekend is over de totale omvang dient ook hier beleid op ontwikkeld te worden.
  • Steekt u niet u kop in het zand als u stelt geen afzonderlijk klimaatbeleid voor water te ontwikkelen, maar in te zetten op de al in gang gezette beleidslijnen? De urgentie van klimaatadaptatie lijkt hier niet onderkend te worden. U schuift het door naar de volgende planperiode…

De vraag dringt zich op wat u nu met het waterbeleid wilt. Op de langere termijn is het economisch rendement van goed ecologisch beleid hoger dan het beleid wat nu wordt voorgesteld.Ik constateer dat Gedeputeerde Hoes met succes het waterbeleid een liberale draai heeft gegeven, dit overigens niet tot mijn vreugde.

Op enkele terreinen wordt op korte termijn het bedrijfsleven bediend, terwijl de lange termijnbenadering duurzamer en meer rendement oplevert.

Die langere termijnvisie – ecologie vóór economie (ook te verstaan als: een goede ecologische toestand als voorwaarde voor een gezonde economische ontwikkeling), die zou mijn fractie graag terugzien in een verbeterde versie van het Provinciaal Waterplan.

  • waarom kiest u bij de problematiek van meststoffen en bestrijdingmiddelen niet voor een lokale aanpak?
  • benut de kansen voor particulier natuurbeheer door boeren langs beekdalen bij het weidevogelbeheer.
  • de regels t.a.v. koude-warmte-opslag zijn niet vergaand genoeg. Wat gaat u doen om KWO-instalaties te controleren?
  • Gemeenten vragen zelf Wro-instrumenten waarop ze kunnen worden aangesproken.
  • Hoe komt het dat beekherstel zo fors achterloopt?
  • Hoe reëel is ‘2018′ als het gaat over de afronding van de uitvoering van de beheerplannen voor EHS en Natura2000-gebieden?
  • Wat wordt precies bedoeld met de opmerking op p.31 dat ‘normering op basis vangrondgebruik bij waterbergingsgebieden niet aan de orde is?
  • Wat vindt u van de kritiek van de Waterschappen dat nieuwbouw en kapitaalintensieve functies in waterbegingsgebieden voorkomen moet worden (i.t.t. uw plannen)? <p.36>
  • hoe vaak worden vergunningen afgegeven voor drainage en diepploegen in natte natuurparels  en de atentiezones?
  • Begrijp ik hetgoed dat de Wijstgronden opgenomen zijn in de structuurvisie Water / Wro?
  • Is het niet zinvol hetzelfde te overwegen bij de zogenaamde Brabantse Naad (grens zand/kleigebied)?
  • Wanneer is wel duidelijk via welke concrete instrumenten uit de Wro ingezet worden bij de bescherming van beek- en kreekherstel; EVZ’s; wijstgronden; beschermingszone’s voor innamepunten van drinkwater uit oppervlaktewater?

Als er dan al iets goeds uit vandaag is voortgekomen is he tde wens die is uitgesproken dat de SP-fractie wat vaker om de tafel gaat zitten met de Brabantse Milieu Federatie. En dat kan zeker nooit kwaad, want daaris zoveel kennis aanwezig die wij heel goed kunnen gebruiken.

Geef een reactie