Is het appelbeignet óf appelflap?

Gepubliceerd op 5 reacties 2 minuten leestijd 558 x bekeken

Appelbeignet of appelflap, that’s the question. Thuis worden we het nooit eens over de naam, maar in de corona-oliebollenkraam was het pleit snel beslecht.

Team Appelbeignet

Nu is er een eeuwigdurende discussie hier ten huize over de juiste naam van dat ronde appelding dat je in menig oliebollenkraam kunt kopen. De taalgrens schijnt net als bij friet of patat bij de grote rivieren te zijn getrokken. Nederland is verdeeld in #teampatat en #teamfriet, waar het natuurlijk patates frites is.

Hetzelfde geldt nu voor die eindejaarslekkernij, waarvan mijn oma – en tegenwoordig enkele van haar dertien kinderen – er schalen vol van bakte. Ik heb het over die ronde appelschijf, door het bierbeslag gehaald en gefrituurd. En dan met poedersuiker bestrooid. Die de dag erna koud en klef op zijn lekkerst zijn. Appelbeignets dus.

appelbeignet
Afbeelding van RitaE via Pixabay

Maar nu komt het: mijn echtgenoot, die dus uit het Westen komt, noemt ze steevast appelflappen. Terwijl ieder weldenkend mens die term gebruikt voor de driehoekige, in de oven gebakken en met appels gevulde bladerdeegflappen. Bestrooid met kristalsuiker bovendien. Me dunkt trouwens dat het lastig flappen vouwen is met een bierbeslag.

Om de verwarring nog groter te maken zag ik in Rotterdam dingen in een oliebollenkraam liggen die mijn man hardnekkig óók appelbeignets noemde. Het waren ronde, gefrituurde met appels gevulde korstdeeg-dingen. Taaie hap, eigenlijk niet voor menselijke consumptie geschikt. Nog los van beledigende benaming.

Enfin, misschien moet ik er maar in berusten dat men er in sommige landsdelen vreemde taalgewoonten op na houdt.

Corona-oliebollenkraam

Dutch Doughnuts

Soms laait de discussie weer op. Maar eergisteren werd deze onverwacht snel en efficient in de kiem gesmoord. We liepen langs een van regeringswege gesloten eetzaak die heel inventief toch wat probeerde te verdienen door in een blokhut oliebollen te verkopen. En waar oliebollen zijn, zijn ook appelbeignets of hoe je ze ook wenst te noemen.

Zoals wel vaker de laatste jaren in hipsterachtige tentjes in Rotterdam, stond ook hier een internationale uitwisselingsstudent een Hollandse lekkernij te verkopen. In het Engels, zo bleek nadat ik hem vol verwachting vroeg of hij appelbeignets verkocht:

I’m sorry, I don’t speak Dutch.

Het is een Rotterdammer al lastig aan het verstand te peuteren dat je alleen appelbeignets wil zoals je Brabantse oma ze maakte. Laat staan in het Engels aan een uitwisselingsstudent die al moeite heeft met het concept oliebol. Shoot me maar lek.


Foto boven: Ronnie op schoot bij oma uit Orthen (van de appelbeignets) , vader en opa.

Reageren?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

5 Commentaires
  • Karlijn
    10 december 2020

    ok, mijn wereld staat nu beetje op zijn kop. Help me dit te duiden. Ik ken appelbeignets zoals jij ze omschrijft. Mijn vader stond ze ieder jaar traditiegetrouw vanaf 30 dec te bakken (genoeg voor de hele straat en alle bekenden van alle buren). Ik ben opgegroeid in Tilburg – Brabant. Maar mijn vader kwam uit Leiden ( het westen). Hij was duidelijk van de appelbeignet kant…

  • Ton de Coster
    14 december 2020

    De Dikke Van Dale geeft je gelijk, Ronnie Bakgraag!

    En in de Petit Larousse Illustré uit 1920 lees ik dat het woord ‘beignet'[bè-gnè] van het Keltische ‘bigne’ komt (gezwel of zwelling):
    “Pâte frite à la poêle et qui renferme ordinairement une substance alimentaire quelconque”, ofwel: “deeg gebakken in de pan, dat gewoonlijk een of andere voedingssubstantie omvat”.

    Ik kom graag eens proeven!

    • Ron van Zeeland
      16 december 2020

      Eén keer in mijn leven heb ik zelf geprobeerd appelbeignets te bakken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het heel veel moeite, olie- en beslagspetters en stank kost om voor slechts 2 personen aan de slag te gaan. Als ik 13 kinderen + aanhang en een stuk of dertig kleinkinderen heb wil ik het overwegen….

  • Willie
    1 januari 2021

    Tja, ik ben Rotterdamse van geboorte en ook getogen in die stad. Iedereen die ik ken, dus heel veel Rotterdammers en ook mensen uit Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Delft en Den Haag (dus echt Westelijk) heb een zeer uitgebreide familie-, vrienden- en kennissenkring, spreekt van appelbeignets, nooit gehoord van appelflappen waar het beignets zijn. Heb diverse oude kookboeken van mijn moeder georven, eentje uit 1920 (moeder heeft gekookt voor rijke lui) en daarin vind je de recepten voor beignets. Mijn moeder maakte beignets tijdens oud- en nieuw en natuurlijk ook oliebollen; alleen in die tijd. Verder in het jaar bakte zij ook divers gebak in de vorm van appeltaart, appelbollen en appelflappen; werd mina baktgraag en keukenprinses genoemd en wij, mijn mijn broers en zusters hebben heel veel van haar kookkunst geleerd. Ik woon nu in het Noorden van Nederland en ook daar in de oliebollenkraam liggen de appelbeignets en worden niet appelflappen genoemd. Pas nu in mijn zeventiger jaren merk ik wel eens verwisseling van benaming, vooral bij jongeren. Maar ik heb ook bemerkt dat er “appelbeignets” zijn met dicht korstdeeg (bij banketbakkerszaken), ook rond maar dan zonder een gat natuurlijk want dat gat ontstaat door de appelschijven door het slappe deeg te halen en dan met de verkeerde kant van de pollepel de schijf in het gat op te nemen en in de olie te laten zakken. Het is een heel andere smaakbeleving, beiden lekker maar toch heel anders. Persoonlijk vind ik de appelbeignets lekkerder: veel appel, weinig deeg.