Gedeputeerden Staten hebben mijn vragen over de ontsnapte gifwolk bij Esso Antwerpen én de vragen over in feedtarief voor duurzame energie beantwoord.

Eerst de antwoorden n.a.v. de bestuurlijke evaluatie van de gifwolk boven West-Brabant:

1. Hebt u kennis genomen van het evaluatierapport van de gemeente Woensdrecht en van de antwoorden van minister Cramer op de vragen van Tweede Kamerlid Polderman?
Ja. Het evaluatierapport is op 13 november 2008 ter informatie aan de CdK aangeboden. De antwoorden van de minister op bedoelde Kamervragen zijn eveneens bekend.

2. Wat heeft de Commissaris der Koningin ondernomen n.a.v. de ontsnapte gifwolk bij Esso Antwerpen?
Op 2 september 2008, de dag van het incident, heeft de piketambtenaar van het kabinet CdK, na meldingen van stankoverlast in het westen van de provincie, informatie ingewonnen bij de provincie Antwerpen en de meldkamer van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Gedurende die middag is het incident intensief gevolgd en is er diverse malen contact geweest tussen het rijk, de provincie en de hulpdiensten. Het kabinet CdK heeft uiteraard ook onze buurprovincies Zeeland en Zuid-Holland op de hoogte gesteld. Verder is het kabinet CdK betrokken geweest bij de evaluatie van het incident zoals opgesteld door de gemeente Woensdrecht en de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en heeft de CdK een brief gestuurd naar de gouverneur van Antwerpen.

3. Zijn er verder nog acties van de CdK of GS te verwachten naar aanleiding van de antwoorden van minister Cramer en het rapport van de gemeente Woensdrecht? Zo ja, welke?
Op 8 december 2008 is het incident besproken in de vergadering van de commissie Grensoverschrijdende Samenwerking Rampenbestrijding onder voorzitterschap van de burgemeester van Breda, de heer Van der Velden. Deze commissie volgt de voortgang bij de uitvoering van de aanbevelingen aan de diverse partijen. De twee aanbevelingen uit het evaluatierapport bestemd voor de provincie Noord-Brabant worden op dit moment uitgewerkt.

4. Onderschrijft u de conclusies en aanbevelingen van het evaluatierapport van de gemeente Woensdrecht?
Ja. De aanbevelingen bedoeld voor de provincie Noord-Brabant zullen worden overgenomen.

5. Wat is uw oordeel over de samenwerking tussen de bevoegde instanties in de regio aangaande deze calamiteit? Ziet u n.a.v. de gang van zaken een rol voor de provincie weggelegd?
Het evaluatierapport geeft een juiste weergave van de samenwerking tussen de hulpdiensten en de gemeente binnen de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant tijdens het incident op 2 september. Met de aanbevelingen uit het evaluatierapport zullen alle betrokken partners aan de slag moeten gaan.

6. Wie is verantwoordelijk voor de inschakeling van Omroep Brabant als rampenzender bij calamiteiten in de provincie?
Het bevoegd gezag kan in geval van “(dreigend) gevaar voor de openbare orde en/of veiligheid of de volksgezondheid of andere buitengewone omstandigheden” (radio)zendtijd claimen. Onder bevoegd gezag wordt verstaan de burgemeester of commissaris van de Koningin.

7. Kunt u in het kort ingaan op de taken van de provincie aangaande externe veiligheid die voortvloeien uit landelijke wet- en regelgeving, en in het bijzonder waar het gaat over grensoverschrijdende kwesties?
In het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 1999 zijn de regels op het gebied van de externe veiligheid, arbeidsveiligheid en de rampen-bestrijding voor de zwaarste categorieën van risicobedrijven, in één juridisch kader geïntegreerd. Bedrijven die onder dit besluit vallen zijn verplicht om een Veiligheidsrapport op te stellen en/of een preventiebeleid zware ongevallen te voeren. De taak van de provincie hierbij is om het Veiligheidsrapport en preventiebeleid op juistheid en volledigheid te beoordelen.

In het Besluit externe veiligheid inrichtingen zijn de kwaliteitseisen opgenomen die bij de milieuvergunningverlening en de ruimtelijke planvorming moeten worden toegepast. De taak van de provincie hierbij is om er voor te zorgen dat de risicobedrijven aan de gestelde kwaliteitseisen (risiconormen) voldoen.

Voor de zwaarste categorieën van risico bedrijven, dat wil zeggen de bedrijven die Veiligheidsrapportplichtig zijn op grond van het Besluit Risico’in het kader van de rampenbestrijding. Uit het Verdrag vloeit voort dat tussen de bevoegde gezagen aan beide zijden van de landsgrens wordt gecommuniceerd over de risicobedrijven en dat afspraken worden gemaakt over hoe de verdragsverplichtingen worden ingevuld. Zware Ongevallen 1999, en die tevens binnen 15 kilometer van de landsgrens zijn gelegen, geldt dat tevens aan de verplichtingen uit het Verdrag van Helsinki moet worden voldaan.

In het Verdrag van Helsinki zijn verplichtingen te onderscheiden die betrekking hebben op de procedures voor het verlenen van een milieuvergunning en verplichtingen die betrekking hebben op het verlenen van wederzijdse bijstand in het kader van de rampenbestrijding. Uit het Verdrag vloeit voort dat tussen de bevoegde gezagen aan beide zijden van de landsgrens wordt gecommuniceerd over de risicobedrijven en dat afspraken worden gemaakt over hoe de verdragsverplichtingen worden ingevuld.

Geef een reactie