Ik was vorige week in Rotterdam en bij een vriend was iemand op bezoek. Wat hij vertelde was niet nieuw, maar wel onthutsend. Hij is begin jaren tachtig uit Paraguay naar Nederland gekomen. Hij kan qua uiterlijk doorgaan voor een Marokkaanse Nederlander.

En dat moet-ie weten, elke dag weer. Hij vertelde dat hij geen gesprek meer kon hebben met Nederlanders zonder binnen drie zinnen de vraag voorgeschoteld te krijgen waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Vroeger was dat niet zo. Of uit het gesprek bleek oprechte interesse naar zijn achtergrond. Tegenwoordig lijkt de etnische achtergrond  of geloofsovertuiging wel een nationale obsessie.

Hij vervolgde zijn betoog. Als hij in een winkel een worstenbroodje o.i.d. bestelt kan dat tegenwoordig niet meer zonder de toevoeging “Mijnheer, weet u wel dat hier varkensvlees in zit?”. Al zóu hij moslim zijn, dan nog kan hij zelf wel bepalen of hij varkensvlees eet?

We deelden ook een ervaring. Gedeeltelijk, dat wel. Allebei zijn we in Rotterdam een buurt uitgepest vanwege het feit dat we homo zijn. Alleen werd hij door een stelletje oer-Hollandse Rotterdammertjes weggejend. En ook hij kreeg geen poot aan de grond (of tussen de deur) bij de politie.

Hij vertelde dat veel van zijn collega’s uit de dans- en muziekwereld die hier niet vandaan komen, overwegen om Nederland weer te verlaten. Net als hij zagen velen van hen ons land als een weldadig bad van vrijheid. Daar is vrijwel niets meer van over zei hij. Het klimaat is totaal verziekt, Nederland is gepolariseerd tot op het bot. Ze gaan massaal op zoek naar oorden waar nog wel een vrij klimaat heerst, waar nog wel een vruchtbare voedingsbodem ligt voor hun artistieke talenten.

Verbijsterend, ik kon zijn verhaal alleen maar bevestigen. Twintig jaar geleden, ik schreef het vast al eerder, draaiden we bij het Bossche COC muziek uit de hele wereld. En dat zorgde voor een zeer gemêleerd publiek. Zonder enig probleem zaten Noord-Afrikaanse Nederlanders naast, homo’s en travestieten samen mee te zingen met Khaled of Sapho. En even later met de Zangeres Zonder Naam natuurlijk.

Kom daar nog maar eens om. Toen ik dit aan een collega vertelde, bevestigde ze het verhaal. Haar kinderen voedde ze op met het idee dat op de hele wereld hun huis kan staan. Om ze voor te bereiden op een vertrek als dat nodig zou zijn.

Zo met mijn neus op de feiten gedrukt, moet ik bekennen bij tijd en wijle ook de neiging te onderdrukken om op zijn minst te dromen van een vertrek naar vrijer oorden. Niet alles was ideaal (‘vroeger’), maar als het om het multi-culturele klimaat gaat dan mag de klok wat mij betreft gerust een jaar of twintig worden teruggedraaid.

Geef een reactie