In de bus naar Zuid nemen moeder en haar zoontje plaats tegenover ons. De jongen pakt meteen zijn nieuwe aankoop uit: een Labubu.
Een jongen van 10 en zijn Labubu
We zitten in de bus naar Zuid als op de Westblaak een moeder met haar zoontje instapt en tegenover ons plaatsneemt. Vrijwel direct vraagt de jongen of hij zijn nieuwe aankoop uit mag pakken. Het is een pluche-achtig popje met een ring op zijn hoofd dat me doet denken aan een Teletubbie. Maar het gezicht is van kunststof en de jongen steekt zijn vinger in de mond van het popje:
“Kijk mama, hij bijt”, zegt hij. Moeder antwoordt meestal in het Turks. De jongen spreekt enkel Nederlands. Het popje is er één met tal van mogelijkheden die me al zijn ontgaan, maar de jongen is heel blij.
Dan vraagt moeder (in het Nederlands) naar de prijs. “Twintig Euro”, antwoordt hij.
“Vind je het dat waard?” vraagt moeder terwijl onze blikken elkaar kruisen terwijl ik lichtjes frons. “Ja, want het is een speciale Labubu.” *
Moeder: “Hebben meer jongens in je klas zoiets?” “Nee.”
“Vind je dat niet gek?” vraagt moeder door. Maar zoonlief is niet op zijn mondje gevallen:
“Nee, ik ben pas 10, en het is mijn leven.
En ík vind het leuk.”
Moeder zwijgt, en ik vind het fantastisch: zo jong en zo zelfbewust. Ik hoop oprecht dat hij dit volhoudt.
* Ik had geen idee van het bestaan van de Labubu, dus op het internet vond ik pas uit wat de jongen precies zei.



