GS: afschot zwijnen oké
Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images via Pixabay.

Gisteren antwoord gekregen op mijn schriftelijke vragen n.a.v. het neerknallen van wilde zwijnen én de onrust rond megastallen in Brabant. Conclusie: Gedeputeerde Staten (GS) zien het probleem niet echt.

En dat is natuurlijk geen verrassing meer. Ze hebben zelfs een vraag over het transport van varkens & de verspreiding van dierziekten zo om weten te buigen dat ook daar een sussend antwoord op kwam. Lees het zelf, commentaar is overbodig (cursief is mijn tekst):

Inleiding:
Vandaag was op omroepbrabant.nl het volgende bericht te lezen. De Faunabeheereenheid Noord-Brabant inventariseert hoeveel wilde zwijnen er in de provincie rondlopen. Deze dieren hebben hier niks te zoeken, omdat ze alleen op de Veluwe en het Meinweg-natuurgebied bij Roermond worden toegelaten. De zwijnen zijn in Brabant ongewenst, omdat ze oogsten kunnen beschadigen en ziektes kunnen verspreiden.Wilde zwijnen die worden opgespoord worden zoveel mogelijk afgeschoten en daarna onderzocht op mogelijke ziektes. Aan de hand van hun DNA-gegevens wordt bekeken waar de zwijnen vandaan komen.Dit is voor de SP-fractie aanleiding de volgende vragen aan uw College te stellen:

 

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.
1. Bent u betrokken bij het besluit van de Faunabeheereenheid om over te gaan tot dit onderzoek?
Ja

2. Kunt u aangeven of het bovenstaand bericht juist weergeeft wat de reden van het onderzoek is? Zo ja, in hoeverre bent u het eens met het onderzoek, de probleemstelling (mogelijke beschadiging van oogsten en overbrenging van ziekten) en de oplossing (afschieten) van de Faunabeheereenheid?
De strekking van de berichtgeving klopt. Op basis van de op 28 maart 2006 door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsnota “Uitvoering Flora- en faunawet” geldt er voor Noord-Brabant een zogenaamde nul-optie. Reden hiervan is de bescherming van de varkenshouderij tegen mogelijke  besmettingen van varkenspest. Ook de schade aan de landbouw en het belang van de verkeersveiligheid is aan de orde. In deze beleidsnota is ook opgenomen dat populatiemonitoring van belang is.

3. Bent u het eens met de stelling dat ‘wilde zwijnen in onze provincie niets te zoeken hebben’? Klopt het dat wilde zwijnen alleen op de Veluwe en het natuurgebied de Meinweg worden toegelaten en zo ja, wat is hiervoor de wettelijke grondslag?
Voor wat betreft de stelling verwijzen wij naar het antwoord op vraag 2. Wij volgen in Noord-Brabant de beleidslijn van het ministerie van LNV. Zij hanteert een nulstandbeleid voor wilde zwijnen en kent daarop twee uitzonderingen: de Veluwe en de Meinweg.

4. Hoe verhoudt de eventueel ongewenste verspreiding van zoogdieren (in dit geval everzwijnen) zich met beleidsdoelen om de Ecologische Hoofdstructuur verder uit te breiden, waardoor dieren zich kunnen verplaatsen om zodoende leefgebieden met elkaar te verbinden teneinde gezondere populaties te bewerkstelligen?
Wij zien de voordelen van de uitbreiding van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het is niet uit te sluiten dat ten gevolge van deze uitbreiding een verspreiding van ongewenste zoogdieren plaatsvindt. Er is geen aanwijzing dat hier sprake van is. Mocht hier wel sprake van blijken te zijn, dan is het nodig om de huidige beheersmaatregelen zodanig aan te passen, dat deze verspreiding wordt tegengegaan. Hierin ondersteunt de provincie de faunabeheereenheid.

5. In hoeverre zijn in onze provincie aanvullende maatregelen tegen aanrijdingen overwogen danwel toegepast, zoals het plaatsen van rasters langs wegen, het plaatsen van elektronische wildsignalering en nachtelijke snelheidsbeperkingen?
Deze zijn voor wilde zwijnen niet overwogen en/of toegepast.

Ook tamme zwijnen verspreiden dierziekten. Denk maar aan de uitbraken van varkenspest. Alleen is hier de mens verantwoordelijk. Gisteren werd bekend dat huisartsen in Boekel alarm slaan over de komst van megastallen in die gemeente, met name waarschuwen zij voor de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid. In een reactie hierop stelt wethouder Van Boxtel in het Brabants Dagblad:

“Ik begrijp de zorgen en denk ook dat de intensieve veehouderij en de gevolgen daarvan onderbelicht zijn. We hebben het aangekaart bij de provincie en ik heb begrepen dat gedeputeerde Paul Rüpp het provinciaal op wil pakken. Ik zie echter geen reden om nu alles stop te zetten.” En als later blijkt dat mensen wel degelijk ziek worden? “Dan hebben we een groot probleem. En de provincie ook.”

Aanvullend heeft mijn fractie de volgende vragen:

6. Deelt u de mening van de SP-fractie dat de massale verplaatsing van dieren d.m.v. veetransporten door Europa alsmede het steeds grootschaliger houden van varkens en kippen in zogenaamde megastallen een rol spelen bij de verspreiding van dierziekten?
Wij begrijpen uw vraag als volgt en hebben uw vraag uitgesplitst in twee deelvragen:

a) neemt verspreiding van dierziekten door transportbewegingen toe als gevolg van het grootschaliger houden van dieren?
De massaliteit van de veetransporten door Europa vanuit Nederland verandert niet door het grootschaliger houden van dieren. Het grootschaliger houden van dieren leidt er toe dat vaker alleen dieren van dezelfde veehouderij in één wagen worden getransporteerd. Dit is een positief aspect in relatie tot de verspreiding van dierziekten. Wij zijn van mening dat de verspreiding van dierziekten door transportbewegingen niet noemenswaardig toeneemt ten gevolge van het grootschaliger houden van dieren.

b) neemt verspreiding van dierziekten toe door het houden van dieren in zogenaamde megastallen?
Nee. Daarom is er volgens het Ministerie van LNV ook geen reden om megastallen op dit moment te verbieden. Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd om gezondheidsrisico’s voor mens en dier nog beter in kaart te brengen.

7. Begrijpt u de zorgen van de Boekelse huisartsen en bent u het met hen eens dat de gevolgen voor de volksgezondheid van magastallen nooit goed zijn onderzocht?
Antwoord vraag 7 en 8:
Wij hebben het signaal van de Boekelse huisartsen ontvangen en nemen hun zorgen serieus. Voor wat betreft de zorg over de volksgezondheid sluiten wij ons aan bij het standpunt van het Ministerie van LNV zoals verwoord in de beantwoording van de Kamervragen van lid Thieme (PvdD) over duurzaamheid van megastallen (5 september 2008) Het Rijk is en blijft primair verantwoordelijk voor het rijksbeleid dat in verband gebracht wordt met megastallen zoals dierenwelzijn, diergezondheid, volksgezondheid en milieu. Als provincie zijn wij samen met gemeenten verantwoordelijk voor en bezig met een actief gebiedsproces om vestigingsmogelijkheden te bepalen voor IV-bedrijven. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, inpassing in het landschap en eisen op het gebied van duurzaamheid (milieu en dierenwelzijn).

8. Deelt u de mening van de Boekelse huisartsen en wethouder Van Boxtel dat de gevolgen voor de volksgezondheid van de komst van megastallen onderbelicht zijn? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.

9. Wat moet verstaan worden onder de opmerking dat uit overleg is gebleken dat gedeputeerde Rüpp ‘het provinciaal wil oppakken’?
Naar aanleiding van een vraag (d.d. 02 oktober 2008) van een journalist van Brabants Dagblad heeft gedeputeerde Rüpp aangegeven deze zaak bij het Rijk aan te kaarten. Dat is inmiddels gebeurd, maar tot nu toe heeft de Minister van LNV in de Tweede Kamer op basis van uitgebrachte rapporten aangegeven dat er geen bedreigingen zijn voor de volksgezondheid. De heer Rüpp heeft de Minister in het overleg van 30 oktober 2008 gevraagd of er nader onderzoek te verwachten is. Het Ministerie van LNV gaat haar rol in deze problematiek prominenter invullen. Er zal, samen met gemeenten, provincies en andere partijen op korte termijn een nadere uitwerking van haar aanpak worden gegeven. Zie ook antwoord op vraag 7.

10. Wat als later blijkt dat mensen wel degelijk ziek worden als gevolg van de komst van megastallen in hun omgeving? Deelt u de mening van wethouder van Boxtel dat gemeenten en provincie in dat geval ‘een groot probleem’ hebben?
We nemen onze besluiten op basis van de huidige kennis (zie ook het antwoord op vraag 9). Wanneer nieuwe gegevens bekend worden zullen we moeten bezien hoe hier mee om te gaan.

Geef een reactie