“Gratis!” Zei de Syrische barbier.

“Gratis!” Zei de Syrische barbier.

Ik heb een haat-liefde verhouding met de barbier. Het is een noodzakelijk kwaad dat niet te veel mag kosten, maar het moet wel goed zijn.

Die haat-liefdeverhouding met de kapper. Enerzijds ben ik ijdel en moet het goed gedaan worden, anderzijds ben ik niet goed in het gebruikelijke gekeuvel.

De buurtbarbier

Nu is onze buurt sinds we hier neerstreken behoorlijk hip geworden. De prijzen van onroerend goed stegen de pan uit en ook de kappers en barbiers moeten ten slotte de huur betalen. Mijn eerste vaste barbier hier in Rotterdam was een Brabo. Sinds hij besloot voor het echie te gaan heeft hij de enige (mijn vaste) kapster de deur uit gedaan en worden er in zijn zaak nog enkel heren geknipt en geschoren. In zo’n omgeving gedij ik slecht. Zijn prijzen zijn sindsdien ook de pan uit gerezen, dus mij ziet hij enkel nog aan zijn etalage voorbijlopen. We zwaaien nog wel naar elkaar.

Een tijdje ging ik naar de kappersacademie. Lekker goedkoop. Maar die kiddo’s zijn nog slechter dan ik in het onderhouden van een gesprek. En dat terwijl een knipbeurt daar aanzienlijk langer duurt. Er moet tussendoor namelijk gekeurd worden.

China Town

Toen mijn neef – die van vaderskant begiftigd is met een mooie bos Aziatisch haar – naar de kapper moest nam ik de gelegenheid te baat om een Aziatische kapper te zoeken in China Town alhier. Helaas bleken de zaken de covid-malaise niet te hebben overleefd, maar even verderop zat een zaak voor haartypen uit alle windstreken.

Het ging er niet zachtzinnig aan toe met de tondeuse. Maar: bonuspunten voor de barbier van dienst toen hij vroeg: “Wil je hetzelfde als je zoontje?”

Het had gekund natuurlijk en het resultaat mocht er wezen. Ik moest wel eerst naar de sigarenboer om te pinnen en hij kende zichzelf een fooi toe, waardoor het toch nog duurder werd. De keer daarop besloot ik nog eens terug te gaan naar de kapper aan de Binnenweg – ook zo eentje waarbij het kasgeld gemakkelijk uit de la ging en die liefst niet met pin betaald kreeg. Omdat hij de vorige keer mijn best wel dikke haardos niet had uitgedund vroeg ik er expliciet naar. Hij was vergeten dat hij de boosdoener was en zei (vrij vertaald):

Ik zie het al, is niet goed geknipt, ik ga het mooi maken.

Waarna hij het ruïneerde. Die ziet me ook niet meer terug. Ondertussen groeide mijn haar gestaag door en stelde ik de zoektocht naar een nieuwe kapper uit. Alle buurtkappers vroegen inmiddels enorme prijzen. En zo besloot ik de Nieuwe Binnenweg eens richting Delfshaven af te lopen.

En daar liep ik langs een barbier. Weliswaar vaak een recept voor ijdele machomannetjes, maar dan hadden we toch wat gemeen. Ik liep door en keek op het internet of ik recensies kon vinden. In ieder geval bleek hij een stuk goedkoper, ik besloot het erop te wagen.

Gratis! Bij de Syrische barbier

Binnen sloeg mijn gaydar uit bij één van de kappers. Er zaten mannen met een vreemd soort wit bepoederd gezicht. Een pracht van een gespierde man – type Hollands Glorie met een flukse kuif – verliet net de zaak. Ik mocht meteen plaatsnemen in de kappersstoel. Pal naast mij hing een tv waar doorlopend de bedevaart naar Mekka werd vertoond, begeleid door recitaties uit naar ik aanneem de koran.

Ik had snel wat foto’s van gewenste kapsels opgezocht en liet die zien en legde uit dat er ook uitgedund moest worden, maar hier ging het al mis. Uitdunnen in het Engels lukte niet en het Nederlands was hij niet machtig. Gelukkig had de klant naast mij het door en vertaalde het. De barbier pakte een uitdunschaartje en ik zag dat het goed was.

Een andere oorzaak van mijn haat-liefdeverhouding is dat halverwege de knipbeurt het angstzweet me uitbreekt omdat ik denk dat het niet goed komt. Deze keer ging het niet anders. Ik zag er erg koddig uit toen hij ergens in het midden begon met tonderen: een randje haar, een randje kaal en daarboven een flinke bos haar.

Gratis!

Maar eind goed al goed. En toen vroeg hij zonder te veel woorden te verspillen: “Mask? Wax?” Dat masker had ik wel door, maar ik keek nogal vragend, of angstig dat kan ook. Het was nog te vroeg om wax in mijn nog natte haar te doen.

Mask gratis!

…zei hij, zijn Hollandse pappenheimers kende hij al. Als die stoere mannen een maskertje deden, dan mij ook maar. De Arabische kapper waar ik hiervoor kwam ging met een brandend stukje katoen langs mijn oren, waarna ik nog een paar uur verbrand haar rook. Zou dat waxen over de neus- en oorharen gaan?

Het masker rook lekker fris, mijn gezicht ging er prettig van tintelen. Na vijf minuten mocht ik op mijn knieën op een stoel boven de wasbak hangen. Ik voelde me zwaar voor lul zitten – wat als ik het verkeer begrepen had? Mijn haar en gezicht werden gewassen. Terug in de stoel werd mijn haar geföhnd waarna mij gevraagd werd of ik iets van styling wilde. Oké zei ik, en hij zette mijn haren met een fluoriserend roze goedje recht overeind. “Okay?” Dat fiks ik buiten wel dacht ik.

De prijs bleek zelfs wat lager dan aanvankelijk werd. gezegd, en ik mocht het overmaken of pinnen. Eenmaal buiten, uit het zicht modelleerde ik mijn vette waxkuif wat de andere kant op. Volgende keer weer, en dan mag die andere een poging wagen.

Het resultaat.

Alle korte verhalen van dit blog op een rij -> ZKV.

This Post Has 2 Comments

  1. Leuk verhaal weer.

    ‘Ik moest wel eerst naar de sigarenboer om te pinnen en hij kende zichzelf een fooi toe’

    Hoezo dat dan?

    1. Het ging zo: Na het knippen bleek ik niet te kunnen pinnen en moest ik naar de sigarenboer om geld te pinnen. Het was €22,50 de man, dus €50 gepind. Ik geef het hem en met een big smile zei hij: “Is goed zo, toch?”

      En toen stond ik wel met een kop met minder haar maar met mijn bek vol tanden.

Geef een reactie