Reiling, aflevering zoveel

Publié sur 9 minuten leestijd 7 x bekeken

Gisteren een onverwacht nieuwsbericht op ed.nl en bij Omroep Brabant: de directeur en de bedrijfsleider van Reiling Sterksel zouden zijn vastgezet door Justitie. Gisteren kreeg ik ook de beantwoording van mijn vragen n.a.v. de laatste stankgolf. De mannen zijn inmiddels vrij en Reiling heeft een kort geding tegen de provincie aangespannen.

[audio:https://blog.ronvanzeeland.nl/wp-content/20101207_OmroepBrabant_Reiling.mp3|titles=20101207_OmroepBrabant_Reiling]

Dat laatste meldt zibb.nl, klik hier voor het bericht.

De beantwoording is voor de verandering op veel vragen redelijk compleet te noemen. Wel jammer dat informatie van andere organisaties/overheden niet gegeven wordt, terwijl je ervan mag uitgaan dat de provincie er wel over beschikt.

Hier de vragen met de antwoorden (het is een hele lap, maar het waren ook veel vragen):

1. Klopt het dat u van het SRE een ‘categorie 1-advies’ hebt gekregen in week 46 en/of week 45 waarmee u een de mogelijkheid had om handhavend op te treden en de overlastgevende praktijken te beëindigen?
Naar aanleiding van het groot aantal klachten dat op 15 en 16 november 2010 bij onze Milieuklachtencentrale is binnengekomen, heeft onze toezichthouder, welke namens ons college optreedt en die werkzaam is bij de Milieudienst Regio Eindhoven, een controlebezoek gebracht aan Reiling Sterksel BV (hierna: Reiling). Tijdens dit bezoek zijn een aantal overtredingen geconstateerd die aangemerkt dienden te worden als categorie 1-overtredingen als bedoeld in de Brabantse handhavingstrategie “Zó handhaven wij in Brabant …”. De betreffende overtredingen zijn op 16 november mondeling medegedeeld en op 18 november 2010 aan ons schriftelijk gerapporteerd en waren voor ons aanleiding handhavend op te treden.

2. Zo ja, waarom is dit niet aangegrepen om handhavend op te treden tegen Reiling?
Vanaf het moment dat de resultaten van het controlebezoek bij ons bekend waren, zijn door ons stappen ondernomen om de betreffende overtredingen op zo kort mogelijke termijn te beëindigen en de overlast voor de omgeving van het bedrijf te beperken. Op dinsdag 16 november heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente en de GGD over de ontstane situatie. De situatie was zodanig beheersbaar dat er op dat moment geen directe maatregelen noodzakelijk werden geacht.

Op woensdag 17 november 2010 heeft een gesprek plaatsgevonden met Reiling, waarbij wij het bedrijf hebben opgedragen tot strikte naleving van de aan haar verleende vergunning en de overlast voor de omgeving te beheersen en te beperken.

Nadat op donderavond 18 en vrijdag 19 november wederom klachten werden ontvangen bij onze Milieuklachtencentrale, is ter plaatse met het bedrijf overleg gevoerd, Reiling was al gestart met het afdekken van de gemengde opslag van voornamelijk paprikaloof en kasafval met houtsnippers en vervolgens is de aanvoer van agrarisch afval / kasafval / paprikaloof per direct beëindigd.

Aanvullend is op vrijdag, nadat wij concludeerden dat ook de opslag van water in de bassins geurhinder veroorzaakte, aan Reiling aangegeven dat zij er zorg voor diende te dragen dat de geuroverlast veroorzaakt door het water in de bassins zo spoedig mogelijk zou worden beëindigd. Reiling heeft daarop aangegeven dit afvalwater per as en op een verantwoorde wijze af te zullen gaan voeren.

Hiermee is zaterdagochtend 20 november 2010 gestart en het leegmaken en afvoeren van het afvalwater in de bassins zal nog enkele weken in beslag nemen.

3. Hoeveel ton groenafval mag er volgens de vigerende milieuvergunning door Reiling maximaal verwerkt worden bij de afdeling compostering?
Er mag nooit meer dan 14.300 ton nog te composteren groenafval opgeslagen zijn binnen de inrichting ten behoeve van de compostering. Per jaar mag er maximaal 40.000 ton groenafval worden verwerkt tot compost.

4. Hoeveel ton groenafval was er bij controle aanwezig op het bedrijf of bij de compostering (op basis van gegevens van de weegbrug)?
Op basis van de gegevens van de weegbrug, blijkt dat in de periode van 1 september 2010 tot en met 23 november 2010 door het bedrijf in totaal circa 29.000 ton groenafval is aangenomen. Uit administratieve controle is gebleken dat Reiling tijdens de inname van groenafval geen onderscheid maakte tussen groenafval bestemd voor biomassa en groenafval voor de compostering. Een gedeelte van het aangenomen groenafval is dus bedoeld voor biobrandstofproductie (voornamelijk de houtige fractie van groenafval).

Het aanwezige te composteren materiaal is door ons Bureau Milieumetingen ingemeten in m³. Vanwege de hevige regenval is het soortelijke gewicht van het te composteren materiaal toegenomen waardoor niet meer met zekerheid kan worden vastgesteld hoeveel ton groenafval ten behoeve voor compostering door Reiling eerder is ingenomen. Inmiddels heeft Reiling deze werkwijze aangepast en worden nu afzonderlijke afvalstroomnummers gebruikt.

5. Klopt het dat het bedrijf afvalwater op plantenresten cq composteerinstallatie heeft geloosd?
Voorschrift 13.2.5 van de vigerende vergunning luidt: “Het percolaatwater dient te worden opgevangen en te worden gebruikt ter bevochtiging van de composteringshopen.”

In de vergunning is de volgende omschrijving voor percolaatwater opgenomen: “vocht dat door het opgeslagen materiaal is gesijpeld, uit de opgeslagen materialen treedt en vervolgens aan de voet of onderzijde van de opslaghoop verzamelt of wegvloeit.” Het is dus toegestaan om de composteringshopen te bevochtigen.

6. Welke overtredingen zijn door de ambtenaar van de provincie ter plaatse aanwezig, geconstateerd?
Door onze toezichthouder is geconstateerd dat:

a. er niet volgens de vergunningvoorschriften wordt gecomposteerd;

b. per dag is meer dan de vergunde hoeveelheid agrarisch afval van 137 ton ontvangen;

c. de composthopen hoger zijn dan de toegestane 5 meter boven maaiveld;

d. er een derde mestzak is geplaatst van 4.000 m3. Hiervoor is geen melding ontvangen en geen toestemming verleend;

e. er sprake is van een sterke geur.

7. Wat is daarvoor een passende sanctie?
Op 26 maart 2010 hebben wij Reiling diverse lasten onder dwangsom opgelegd, welke voor een groot deel zijn bekrachtigd bij onze beslissing op bezwaar van 18 november 2010. Het betreft de volgende aspecten:

a. waterzuivering door middel van bassins;

b. gebruik aggregaat ten behoeve van beluchting van het percolaatbassin/waterzuivering;

c. storten en/of lozen van afvalwater in opslaghopen;

d. gebruik mobiele waterzuiveringsinstallatie; overschrijden geuremissie;

e. aanvoer-, op- en overslag van dierlijke mest etc. voor zover dat niet inpandig gebeurt;

f. het afvoeren per as van overtollig water naar een erkend verwerker;

g. aanwezige bassins moeten zo zijn gedimensioneerd dat een neerslagoverschot en percolaat/afvalwater kan worden opvangen.

Op vrijdag 19 november zijn door Reiling zelf maatregelen genomen.

a. er wordt geen agrarisch afval / kasafval / paprikaloof etc. meer aangevoerd;

b. de gemengde opslag van voornamelijk paprikaloof / kasafval wordt met houtsnippers afgedekt;

c. het terreinwater vermengd met percolaatwater uit de bassins wordt per as afgevoerd naar een erkend verwerker;

d. ook het water uit de niet vergunde mestzak van 4.000 m3 en het percolaatwater dat nog vrijkomt uit het composteringsproces zal worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

Op zaterdag 20 november is opgedragen ook de aanvoer van het groenafval te staken. Uit ons onderzoek is vervolgens niet gebleken dat de maximale te composteren hoeveelheid groenafval werd overschreden. Op maandagavond 22 november is Reiling telefonisch aangegeven dat de aanvoer van groenafval kan worden hervat. In verband met de ernstige geuroverlast hebben wij vervolgens op 24 november 2010 een voornemen bestuurdwang verzonden. Vervolgens is nog een last onder dwangsom opgesteld voor de overige overtredingen.

8. Hoe is de verwerking van afvalwatering geregeld, nu de indertijd gedoogde container/zuiveringsinstallatie na het bedrijfsongeval niet meer mag worden gebruikt?
Sinds het buitenwerking stellen van de inpandige zuiveringsinstallatie, vindt binnen de inrichting geen be- of verwerking van afvalwater meer plaats. Het bedrijf slaat het vrijkomend afvalwater op in bassins. Binnen de inrichting zijn drie bassins aanwezig. Voor het vergroten van de bassins en de opslag van afvalwater hierin, is in mei 2010 een melding op grond van artikel 8.19 van de Wet milieubeheer ingediend en door ons geaccepteerd.

Eén bassin mag gevuld zijn met afstromend hemelwater afkomstig van het vloeistofdichte deel van het terrein.

Eén bassin mag gevuld zijn met afstromend hemelwater afkomstig van het vloeistofkerende deel van het terrein, dat overigens wordt ingezet ten behoeve van het voorkomen van stofverspreiding van de verschillende opslagen met stuifgevoelige stoffen.

Het derde bassin mag gevuld worden met percolaatwater afkomstig uit het composteringsproces, dat wordt ingezet ten behoeve van het bevochtigen van de opgezette composteringshopen. Aangezien echter in alle drie de bassins een mengsel van afvalwater en percolaatwater aanwezig is, hebben wij het bedrijf opgedragen al het water in de bassins af te voeren naar een daartoe vergunde verwerker.

9. Hoe is het afgelopen met de dwangsommen van provincie en waterschap waar het bedrijf eerder voor is aangeschreven?
Op basis van onze dwangsombeschikking van 26 maart, bekrachtigd in de beslissing op bezwaar van 18 november 2010, zijn inmiddels twee dwangsommen verbeurd. Het betreft een dwangsom van € 10.000,– vanwege het overschrijden van de geurnorm en een dwangsom van € 10.000,– vanwege het lozen van water in de puinopslag. Dat de dwangsommen zijn verbeurd, is het bedrijf per brief van 22 november 2010 met kenmerk 2355057 medegedeeld.

Het handhavingstraject van het waterschap valt onder de verantwoordelijkheid van Waterschap De Dommel en het antwoord op deze vraag kunnen wij dan ook niet geven.

10. Is de situatie inmiddels verbeterd of is er wederom sprake van overtredingen m.b.t. de verwerking en opslag van het afvalwater?
Zie onze beantwoording op de vragen 6, 7 en 8.

11. Is het waterschap op de hoogte gesteld van de situatie deze week?
De afgelopen maanden is er intensief contact geweest tussen onze toezichthouders en de toezichthouders van Waterschap De Dommel. Het waterschap is volledig op de hoogte van de huidige situatie.

12. Hebt u inmiddels al opdracht gegeven aan de GGD om verder te gaan dan alleen een bronnenonderzoek m.b.t. de mogelijk nadelige gevolgen van composteren in de open lucht?
Begin van dit jaar heeft GGD een (literatuur)onderzoek uitgevoerd naar de gezondheidseffecten van groencompostering. Bij brief van 26 april 2010 heeft de GGD ons medegedeeld dat gezien het feit dat er slechts beperkte literatuur voorhanden is, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is gevraagd een nader onderzoek uit te voeren naar de relatie tussen blootstelling aan stoffen afkomstig van het composteringsproces en het optreden van gezondheidseffecten.

De uitkomsten van dit onderzoek zijn nog niet beschikbaar. Op vrijdag 19 november heeft de Milieuongevallendienst van de RIVM een luchtonderzoek uitgevoerd in de omgeving van Reiling. De uitkomsten van dit onderzoek verwachten wij medio december 2010. Daarnaast hebben wij in week 46 in overleg met de GGD en de gemeente Heeze-Leende besloten om het RIVM screenende metingen (globale meting waaruit een indruk wordt verkregen van een groep van stoffen) uit te laten voeren.

13. Op hoeveel plaatsen in de provincie zijn nog meer composteerinrichtingen in de open lucht ergund door de provincie?
Binnen de provincie Noord-Brabant zijn circa 25 inrichtingen aanwezig die beschikken over een vergunning die compostering in de buitenlucht toestaat.

14. Kunt u bevestigen dat medewerkers van de GGD omwonenden hebben verteld dat zij symptomen vertonen van mensen die beroepsmatig actief zijn in een composteerinrichting?
Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de GGD en wij kunnen het antwoord op deze vraag dan ook niet geven.

15. Klopt het dat de GGD aanbeveelt compostering allen nog te vergunnen als deze overdekt/afgesloten plaatsvindt?

Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de GGD en wij kunnen het antwoord op deze vraag dan ook niet geven.

16. Bent u bereid in de nieuwe vergunning de voorwaarde op te nemen dat compostering alleenin een gesloten inrichting plaats mag vinden? Zo nee, waarom niet?
In de door Reiling 29 september 2010 aangevraagde veranderingsvergunning wordt geen wijziging aangevraagd van het vergunde composteringsproces. Het vergunde composteringsproces voldoet aan de gestelde eisen en voorwaarden zoals opgenomen in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving (de Nederlandse emissierichtlijn) en derhalve is aanpassing niet aan de orde. Overigens is het composteren op de wijze zoals het bij Reiling plaats vindt op veel plaatsen in Noord-Brabant maar ook daarbuiten toegestaan, zie ook vraag 13.

17. Bent u in overleg met andere overheden en gezagen om te bezien of in het licht van uw en hun bevoegdheden er mogelijkheden zijn om het bedrijf te sluiten? Zo nee, waarom niet?
Ten aanzien van de handhaving hebben wij contact met alle betrokken overheden. Voor zover onze bevoegdheid betreft is de aard van de overtreding bepalend voor de keuze van het handhavingsinstrument. Slechts indien een overtreding ontoelaatbare nadelige milieueffecten met zich mee brengt, kan tot sluiting worden overgegaan. Een instrument mag echter niet disproportioneel zijn voor de overtreder. Op grond van de thans aanwezige informatie hebben wij een afweging gemaakt en gekozen voor bovenvermelde handhavingsacties.

18. Hebt u inmiddels pogingen ondernomen om het overleg vlot te trekken tussen de gemeenten Cranendonck en Heeze-Leende betreffende de ontsluitingsweg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de stand van zaken?
De ontsluiting zoals voorgesteld door de gemeente Heeze-Leende loopt via een gemeentelijke weg welke in beheer is van zowel de gemeente Heeze-Leende als de gemeente Cranendonck. Namens ons college heeft gedeputeerde De Boer aangeboden een rol te willen vervullen in deze problematiek.