De ontknoping nadert rond de Brabantse invulling van de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (n-WRO). Gisteren was de extra vergadering van de commissie Ruimte & Milieu. De foto links is per ongeluk gemaakt. Symbolisch voor de politieke knoop?

De verwarring begon al voor de aanvang van de vergadering. Automatisch liep ik naar boven, naar de Statenzaal, toen weer naar beneden en toen moesten we toch weer boven in de vertrouwde zaal te vergaderen. Het CDA moest een manier bedenken hoe de plostselinge ommezwaai van gedeputeerde Rüpp te steunen zonder beschuldigd te worden van draaikonterij.

Na het sterke staaltje dualisme dat SP, VVD en PvdA de vorige statenvergadering ten toon spreidden door de nWRO van de agenda te halen (tot verbijstering van Paul Rüpp), waren de rijen nu weer gesloten. CDA en VVD zaten weer als bokken op de haverkist om de SP te interrumperen. Omgekeerd lieten Veerle en ik ons ook niet onbetuigd.


Ingeborg Verschuuren (CDA) aan het woord.

Een lange inleiding, nu waar het feitelijk om gaat. Die nieuwe wet moet provinciaal ingevoerd worden. Ongewenste ontwikkelingen kun je met een verordening tegenhouden. Omdat we nu nog niet precies weten wat er wel en niet in de verordening moet komen te staan én omdat een zorgvuldige voorbereiding daarvan de nodige tijd vergt, moet er iets geregeld worden voor de tussenliggende periode. En juist daarin verschillen we in Provincial Staten van mening.

De discussie spitste zich toe op de vraag of een voornemen tot een verordening juridisch voldoende zou zijn om die ongewenste ontwikkelingen op voorhand tegen te houden. De SP stelde in de Eerste Kamer met D66 en GroenLinks voor om de oude wet een half jaar langer te laten gelden zodat provincies de tijd kregen om een goede verordening op te stellen. Helaas was een meerderheid hier niet voor.

We wachten nu het schriftelijk antwoord van GS af (‘memorie van antwoord’) waaruit duidelijk moet worden of een ‘voornemen tot verordening’ voldoende juridische waarborgen biedt om ‘ruimtelijke ongelukken’ te voorkomen. Wij twijfelen daar aan, maar wachten wel het antwoord af.

Om wat voor soort ongelukken gaat het dan? Wat zijn ongewenste ontwikkelingen? Ook daar verschillen de meningen, maar dat werd gisteren niet uitgesproken. Wat wij als SP-fractie een ongewenste ontwikkeling vinden is bijvoorbeeld de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in een kwetsbaar natuurgebied. Dat vinden de meeste andere partijen ook, maar toch gebeurt het wel eens.

Hetzelfde geldt voor verrommeling op industrieterreinen of door ons ongewenste uitbreiding daarvan. Op 27 juni is de behandeling van de n-WRO in Provinciale Staten en dan zal duidelijk worden hoe de ruimtelijke ordening tijdelijk geregeld gaat worden.

Ter verduidelijking het bericht uit het Brabants Dagblad:

Politiek twijfelt over macht van provincie

In Provinciale Staten heerst twijfel of de provincie bouwplannen die in strijd zijn met haar ruimtelijk beleid, kan blijven torpederen als op 1 juli de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening in werking treedt.Om deze situatie beter te kunnen beoordelen wordt een in ruimtelijke ordeningsrecht gespecialiseerde jurist van buiten het provinciehuis om advies gevraagd, zo is gisteravond besloten tijdens een commissievergadering.

Deze jurist moet vóór 27 juni als de Staten moeten aangeven hoe zij met de nieuwe wet omgaan, beoordelen of de door het provinciebestuur (GS) gemaakte keuze om het Brabantse buitengebied te blijven beschermen, voor de rechter stand kan houden.

Ter overbrugging van de periode tussen 1 juli en het moment waarop een nieuwe ruimtelijke visie van kracht wordt, denkt GS te kunnen volstaan met de aankondiging dat een verordening wordt voorbereid. Daarin wordt gemeenten voorgeschreven aan welke provinciale regels ze zich hebben te houden in bestemmingsplannen.

SP, VVD en ChristenUnie/SGP menen dat deze verdedigingslinie tegen ongewenste ontwikkelingen in de rechtszaal sneuvelt indien de provincie op basis hiervan ingrijpt. Volgens de SP kan alleen een noodverordening onheil voor mens, natuur en landschap voorkomen.

Gedeputeerde Paul Rüpp (Ruimtelijke Ontwikkeling) vindt zo’n maatregel onnodig. ,„Wij volgen dezelfde weg als minister Cramer van Vrom. Waarmee niet zeker is dat de rechter die ook zal accepteren”, aldus Rüpp. Maar diens ei­gen CDA en PvdA verlangen wél zekerheid.

Geef een reactie