Gemengd bedrijf (2)

Het koeienmatras in de stal.
Ik had een uitgebreider verslag beloofd van het bezoek van Veerle Sleegers en mij aan VVD-collega Jan Verhoeven uit Bergeijk. Bij deze.

De aanleiding voor Jan’s uitnodiging was een commissievergadering waar wij als SP-fractie (voor de zoveelste keer) aandacht vroegen voor dierenwelzijn in de grootschalige intensieve veehouderij. Gedeputeerde Rüpp draaide weer eens een plaat af waar geen speld tussen te krijgen viel (dat slaat meer op het automatisme dan op de inhoud van het betoog), waarna ik de onparlementaire bewoording ‘platlullen’ bezigde. Toen ik eindelijk kon interumperen met de vraag wat voor de heer Rüpp onder dierenwelzijn verstond, bleek ik de eerste te zijn die hem daarover een concrete uitspraak had weten te ontlokken. Rüpp’s normen bleken parallel te lopen met de Europese regels en Nederlandse wetten voor dierenwelzijn. Dat ik zo mijn eigen normen heb zal inmiddels duidelijk zijn, maar dat die van de gedeputeerde gelijk opgaan met wetten en regels zegt mij ook genoeg. 

Jan en Ron voor één van de biggenstallen.

Een lange inleiding. Na afloop kwam Jan Verhoeven naar ons toe en nodigde ons uit om eens te komen praten en met eigen ogen te kijken hoe het er op zijn gemengd bedrijf aan toe ging. Die uitnodiging hebben we dankbaar aanvaard en een week of wat later reed ik naar Bergeijk, navigatiesysteem in de aanslag. Ik had op meer oponthoud gerekend rond Eindhoven, en zo kwam ik een half uur te vroeg aan. Veerle had vanuit Tilburg weer wel last en zodoende hadden we drie kwartier om over de provinciale politiek te praten.

de mestbiggen

Jan is een doorgewinterd politicus. Hij was eerder al wethouder in Bergeijk en zit al weer wat jaren in de provinciale VVD-fractie. Hij heeft dan ook een heldere kijk op de politiek. Mijn opmerking over het platlullen kon hij wel waarderen. Jammer dat we als SP dit soort opmerkingen vaker achter de schermen krijgen, maar toch. Het zegt wel iets.

Met Veerle kreeg ik daarna een rondleiding over het (in mijn ogen behoorlijk groot) bedrijf. We begonnen buiten waar verschillende soorten voer in halfopen opslag bewaard werden. Op het bedrijf werden de verschillende soorten voer gemendg, al naar gelang de behoefte van de melkkoeien en de mestbiggen in de verschillende stadia (leeftijden c.q. op weg naar karbonade). Wat me opviel was dat er veel voedingsstoffen bijzaten die in de voedingsmiddelenindustrie overblijven. Voor varkens en koeien nog altijd behoorlijk voedzaam, maar voor menselijke consumptie ongeschikt of overcompleet. Het goede daarvan is dat er weinig weggegooid wordt.

kuilvoer

Het nadeel voor Jan’s melkkoeien is dat ze hun leven in de stal slijten en waardoor er weer aanpassingen nodig zijn die voor weidekoeien niet nodig zijn. Een voorbeeld is het speciale matras voor koeien. Of de borstel waar ze zichzelf eens lekker kunnen kriebelen. Voor Jan is het rendabeler en efficiënter om de koeien niet te weiden. Dus geen vers gras, maar een mengsel van diverse voedingsstoffen voor de koeien (zie foto hieronder). Wat voor Jan een voordeel is als het om mestverwerking gaat, is voor onze buurman juist een argument om zijn koeien buiten te katen grazen. Iets om nog eens uit te zoeken.

mengvoer voor de melkkoeien

Als laatste zijn we de varkensstallen gaan bekijken. Hier wrden mijn vooroordelen bevestigd. Ik moet vooropstellen dat Jan geen deur voor ons gesloten hield. Een compliment waard. Daarbij moet ik vertellen dat jan zoals zoveel boeren volledig is overgeleverd aan de bank. Doordat de kosten stijgen moet er tseeds efficiënter gewerkt worden waardoor uitbreiding (schaalvergroting) bijna onvermijdelijk is wil je als boer kunnen overleven. Hierdoor worden veel boeren gedwongen meer en grotere stallen te bouwen. Jan houdt nu 3000 mestbiggen die door slechts 1 man verzorgd worden. Ik bedoel maar. Daarnaast zitten veel boeren ook vast aan een vaste voerleverancier. Door deze ontwikkelingen is er veel verborgen sociaal leed onder boeren.

Dit alles mag er mijns inziens niet toe leiden dat de discussie over dierenwelzijn ondr het tapijt wordt geschoffeld. Er komt alleen maar een probleem bij. De SP is van mening dat boeren een fatsoenlijke boterham moeten kunnen verdienen. Fatsoenlijk betekent hier ook dat er strengere normen voor dierenwelzijn komen en dat boeren in staat gesteld moeten worden daar ook aan te voldoen. Dat wordt op zich nog een lastige klus. De Europese Unie (EU) speelt hierbij een rol, alsook de Wereld Handels Organisatie (WTO).

mengketels

Onze conclusies, die niet ver van Jan’s ideeën afliggen had ik het idee, waren dat op de eerste plaats in EU-verband strengere dierenwelzijnsnormen moeten worden ingevoerd, gecombineerd met een strenge handhaving. Landen als Italë en Polen trekken zich hier nu weinig van aan waardoor onze boeren benadeeld worden. Daarnaast mag er op wereldschaal geen concurrentie op dierenwelzijn plaatsvinden. Dat betekent naar mijnmening dat alleen vlees dat aan onze dierenwelzijnsnormen voldoet de EU-grenzen binnenkomt. Zo worden landen gedwongen onder dezelfde condities te produceren als in Nederland.

Ik kom hier ongetwijfeld later nog een sop terug. Er valt nog veel meer over te vertellen en ook het verslag van het bezoek is nog niet compleet. Wordt, zoals wel vaker, vervolgd.

This Post Has One Comment

Geef een reactie