Brussel was vrij en vrolijk

Tja… Brussel. Sinds de dag dat ik er voor het eerst was had ik er een boontje voor. Misschien wel omdat ik van het ongepolijste houd. En omdat het twee gezichten heeft. Nederlands (Vlaams) en Frans. Maar het Brussel uit mijn jonge jaren is niet meer. Let op: ¿¡ ironisch stukje ¡¿

(als het een beetje tegenzit vandaag wordt het stukje aangevuld)

Brussel – Bruxelles

We zijn een weekendje in Brussel, en waar een mens zich al niet druk om kan maken. Eerste wereld-problemen hoor, om het maar meteen in perspectief te zetten.

Om te beginnen spreekt men in een groot hotel in het centrum van de stad wel Engels, Frans en hoorde ik een receptionist iemand in vlot Italiaans te woord staan. Maar Nederlands: non.

We zijn gelukkig nog net op tijd hier, want de hele stad wordt momenteel omgebouwd tot één grote kerstmarkt. Bijkomend voordeel: Boulevard Anspach is gedeeltelijk autovrij. Het eclectische Beursgebouw wordt met de modernste technieken verlicht. Maar een deftig lichtplan was waarschijnlijk niet voorhanden: het is één kermisattractie geworden. Niet erg stijlvol maar welbeschouwd past het wel bij de kitscherige bouwstijl.

Ik word steeds assertiever volgens mijn man. Maar vandaag lukte het iemand mij publiekelijk zo kwaad te krijgen dat ik stampij maakte in mijn beste Frans. Met een rij wachtenden achter me.

Een jonge kassier bij de gay sauna (sowieso al vaak een broeinest voor arrogant personeel) beweerde dat we dubbel zoveel geconsumeerd hadden dan dat we feitelijk hadden besteld. Zijn boodschap met uitgestreken gezicht: het staat hier, dus klopt het. Ik kon op mijn kop staan maar hij bewoog geen millimeter. En ik ook niet.

Ik vroeg hem de chef erbij te halen. “Hebben we hier niet.” Dan de barman maar die de bestelling heeft opgenomen. “Doe ik niet, gewoon betalen.” Toen kwam toevallig die barman voorbij en ik trok zijn aandacht. Hij keek en zei “Wat vreemd” en regelde het, terwijl de kassier mij in mijn gezicht stond uit te lachen. Toen knapte er een adertje ergens in mijn bovenkamer.

Ik zei (nog altijd in mijn beste Frans): “Waarom geloof je mij niet en je collega wel?” Geen antwoord. Ik werd pislink en richtte me maar tot de oudere collega, die onderhand zenuwachtig werd. Zowel binnen achter ons als buiten zwol de rij wachtenden aan.

“Hij geloofde me niet, lacht me uit en zegt geen sorry. En ik moet dit accepteren?”, vervolgde ik. De barman zei nogmaals “Het is geregeld, excuses, en nu graag naar buiten”. En dat alles ging over €6,20. Buiten liep ik nog een kwartier te briesen.

TriCoca

Groen of Rood?

Inmiddels wat afgekoeld gingen we op zoek naar wat avondeten. Bij de Italiaan bestelde ik spinazie-tagliatelle met zwarte truffel-roomsaus. Met het voorval nog vers in het geheugen dacht ik nog: dalijk komen ze met rode tagliatelle aankakken. En jawel: self fulfilling prophecy, daar kwam de bediening met een bord tomaten-tagliatelle aan.

Ik was nog lichtelijk ontvlambaar, maar hield het netjes en zei de ober me de rode dan maar te geven. Zegt die gast vervolgens: “Het smaakt toch allemaal hetzelfde, het is maar een kleurtje.” Waarom geef je in vredesnaam je klanten de keuze tussen witte, rode of groene tagliatelle als ze toch allemaal hetzelfde smaken!?

Dit wilde ik uitschreeuwen, maar ik liet het getemperd los op manlief. Het smaakte overigens voor geen meter, dus ik begrijp de ober nu wel een stuk beter. Het maakt inderdaad niks uit welk kleurtje. “Tot nooit meer ziens”, mompelde ik eenmaal weer buiten.

Vandaag weer een dag. Gelukkig zijn de bedden heerlijk, heeft het hotel hummus bij het ontbijt en is het personeel – zij het in het Engels – superbeleefd. En is de beste Belgische friet aan de overkant te koop.

PS: de tekst op de pisbak tegen de kerk (bovenste foto): La tendre émeuté (de tedere rel).


Brussel – fotoalbum op www.flickr.com/ronvanzeeland

Nog geen reacties ingezonden.

Schrijf hier je reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *