20100212_sp_zlto_boer

Vandaag was de langverwachte afspraak met de ZLTO, en op ons verzoek op locatie bij een varkensboer die met 1 januari 2013 in het vooruitzicht nog de nodige aanpassingen voor de boeg heeft.

Willem van den Akker heeft een gangbaar varkensbedrijf, voornamelijk fokzeugen. Een klein aantal biggen mest hij op een andere locatie af. Zijn bedrijf in Middelrode (bij Berlicum) is een zogenaamd gangbaar bedrijf met ongeveer 400 fokzeugen.

20100212_zogende_biggen

Tegenover ‘gangbaar’ staat de biologische bedrijfsvoering, wat onder andere inhoudt dat de dieren daglicht, buitenlucht, biologisch voer en in principe alleen medicijnen bij ziekten krijgen (dus niet preventief) en ook niet gecoupeerd worden (de staarten geknipt).

Willem’s bedrijf is gelegen in een verwevingsgebied, vakjargon uit de ruimtelijke ordening (de reconstructie) voor een gebied waar landbouw en natuur naast elkaar kansen krijgen om tot ontwikkeling te komen. In de hele discussie n.a.v. het Burgerinitiatief Megastallen Nee! gaat het vaak over de Landbouw Ontwikkelingsgebieden (LOG’s) en over megastallen.

20100212_zeug_werpt_big

We waren getuige van de geboorte van een big, de navelstreng is nog verbonden met het moederdier. Hieronder liggen de pas geboren biggen op een plaat met vloerverwarming.

20100212_zeug_biggen

Voor veel boeren is 1 januari 2013 een cruciale datum, dan moeten varkensboeren uit de intensieve veehouderij voldoen aan strengere normen v.w.b. dierwelzijn en milieu. De datum waarop boeren hun plannen moeten inleveren nadert nog rapper. Voor boeren hét moment om te bekijken of ze het bedrijf willen voortzetten, want er moet veelal geïnvesteerd worden in  o.a. ruimere stallen met betere luchtverversing. Vaak is zo’n investering alleen rendabel als tegelijkertijd het aantal varkens uitgebreid wordt.

Voor Willem betekent dit dat hij (en hij heeft geluk dat hij in een verwevingsgebied zit, want daar mag hij uitbreiden) van 400 fokzeugen naar 500 gaat (en niet 800 zoals ik eerder schreef). Nog niet mega, maar wel zó groot dat hij het werk niet meer in zijn eentje af kan.

Naast verwevingsgebieden zijn er extensiveringsgebieden (rood – dicht bij woonkernen; groen – dicht bij beschermde natuur). Zie voor een uitleg deze link op Wikipedia. De bedoeling is om bedrijven die te dicht bij woonkernen of bij beschermde natuurgebieden te laten verhuizen en desnoods uitbreiden in de LOG’s. En daar is nu veel protest tegen.

Het protest richt zich ook tegen de wijze van varkens  houden. Dat is een discussie waar de stellingen zijn betrokken. Blogvolgers weten dat ik voor biologisch vlees kies, maar dat is een dure keuze.

Eén van de discussiepunten vandaag was in hoeverre de overheid nóg strengere dierwelzijnsnormen kan opleggen aan de varkenssector. In het Verenigd Koninkrijk is dat gedaan en daar is vervolgens de hele sector ingestort. Als de overheid dit oplegt, terwijl de consumenten hier niet achter staan door het duurdere vlees niet kopen, werkt het niet.

20100212_zeug

Op zich een logische redenering. Wat dat betreft een nieuw inzicht gekregen vandaag. De ZLTO juicht het toe dat door druk van de consumenten(-organisaties) supermarkten nu allerlei tussenvormen aanbieden. Qua dierwelzijn tussen gangbaar en biologisch. Dat werkt wel. Bij enkele supermarktketens wordt al geen gangbaar varkensvlees meer aangeboden in de winkels.

Binnenkort moeten Provinciale Staten n.a.v. het Burgerinitiatief beslissen hoe verder te gaan met de reconstructie,  En het is duidelijk dat het denken onder druk van het consumentenprotest verandert. En natuurlijk gaat het allemaal niet snel genoeg naar onze zin, maar er is wel degelijk wat gaande.

Terug naar boer Willem van den Akker. Hij is niet boer van huis uit, maar uit liefde voor dieren is hij na een studie zelf een boerenbedrijf begonnen. En dat zal niet iedereen snappen die deze foto’s ziet. En alhoewel het niet míjn vleeskeus is, begrijp ik het wel. Het valt niet mee om in deze tijd boer te zijn. Een tijd waar veel consumenten met hun portemonnee beslissen en waar de marktpartijen allemaal hun eigen belang hebben.

20100212_biggen

De biggen uit één worp blijven bij elkaar nadat ze niet meer gespeend worden. Na een bepaalde tijd gaan ze op transport naar een varkensmesterij.

De ZLTO is bijvoorbeeld naast boerenbelangenbehartiger ook marktpartij in VION en RENDAC. Supermarkten knijpen boeren uit door te stunten met vlees, waardoor consumenten wel erg idealistisch moeten zijn om voor biologisch te kiezen. Milieu-organisaties klagen de intensieve veehouderij geregeld aan.

En de boeren zijn in de loop der jaren almaar intensiever en efficiënter gaan ‘produceren’. En als er dan kritiek komt, verdedig je bijna automatisch je broodwinning en zal de discussie niet altijd evenwichtig verlopen.

Ik weet inmiddels wel dat er geen simpele oplossingen zijn. De vrije wereldhandel bijvoorbeeld is op dit moment een gegeven waar je niet één-twee-drie omheen kunt. Wat wel helpt (in elk geval heeft geholpen) is als mensen zich verenigen en van zich laten horen.

20100212_zeugen
deze huisvesting verdwijnt per 1 januari 2013…

20100212_zeugen_biggen
… m.u.v. de 5 weken van werpen en zogen.

Wat voor de vleesvarkens tot 110 kg per 1 januari 2013 verandert is dat ze i.p.v. 80 cm² straks 1 m² tot hun beschikking krijgen. De oppervlaktenorm voor een volwassen (fok-)zeug is nu 1,3 m² en wordt 2,25 m² per dier. En uitgezonderd de vijf weken dat ze uitgeteld zijn, werpen en zogen, zullen ze in groepen gehuisvest zijn. Maar die vijf weken blijven ze in die kooiconstructie.

In het voorjaar ga ik eens op excursie bij de biologische varkensboer waar ik mijn ‘kwart varken’ bestel. Dan zal ik daar foto’s nemen en een verslagje schrijven. Dan kan ieder zijn eigen mening vormen.

De foto’s zijn genomen door onze fractiemedewerker ruimte & milieu, Ramon Boersbroek.

This Post Has 3 Comments

  1. Mooie foto’s. Groet, Willem.

  2. Hallo, Ron, de vierkante meternormen die je vermeld in je verslag zijn normen voor vleesvarkens en niet voor zeugen. Dit scheelt een hoop als je weet dat een vleesvarken maximaal 110 kg weegt en en zeug 250 kg. De oppervlaktenorm voor een volwassen zeug is nu 1.3 m2 en wordt 2.25 m2 per dier.
    Verder is het zo dat de uitbreiding die ik wil doen is van 400 zeugen naar 500 zeugen en niet naar 800 zeugen, wat een volwaardig tweemansbedrijf zou betekenen. Groet, Willem van den Akker.

  3. Hallo Ron / Willem,
    Alles moet (dus) groter; het proces blijkt politiek gezien onomkeerbaar…

    > De geschiedenis vant gemengt bedrijf
    Dèrde versie, november ’07

    “We doent gelijk bè mekare:
    we doen de verkes bè de koei,
    de henne bè de hoane
    en de pèèrt bè de skóóp”,
    zin den boer in vijfteg
    en ie din den tèrw bè de gerst
    en de rog bè de haver,
    en ie ha ’n skon gemengt bedrijf.
    Mar de maïs laag stik alleen
    te dreuge int skuurke.

    “We doent gelijk dur mekare:
    de bokse en de truije,
    ’t zwemme en ’t lere,
    ’t werk en de keinder,
    de krulle en de stertjes,
    ’t fietse en ’t vrèje”,
    zint jonkvolk in de jorre zesteg
    en ze dinne op móters
    nor de Franse kommunes
    of striejkte massaal over pleine,
    en op den tillevisie zage wij
    un skon gemengt bedrijf.
    Mar vur de derteg ware ze
    allemol braaf getrowt.

    “We doent gelijk bè mekare,
    de grote steej bè de durpe,
    de boere bè de burgers,
    de kultuur bè ’t werk,
    ’t lôgste grèj bè ’t platste laant,
    de goei bè de kooi”,
    zinne de gemintes begin zuvventeg
    en ze makte grote stadsgeweste
    mè veul duur bestuur
    in skon dimmekratiese pakke.
    En in hil die revozzie dochte wij
    un hilareg gemengt bedrijf.
    Mar Suntreklos reej stik alleen
    apart dur alle plotse.

    “We doent gelijk dur mekare:
    de jong en de meide,
    de pette en de huuj,
    het Latijns en het Hollants,
    den Biecht en de Kommunie,
    ’t huuwlek en ’t skèje,
    het koor en den diskoow,
    het lof en de presèssie”,
    zinne de pustoors half zuvventeg
    en drèjde dur kont nort altaar,
    linne de hostie allang niemer
    op de wijtuitgestoke tong,
    en han ’t twidderhant volk
    skon gemengt in de banke.
    Mar den bisskop skrééf
    béus brieve nor al z’n dékes.

    “We doent gelijk bè mekare:
    de zult bè de suiker,
    de krintemik bè de kéés,
    de lampe bè de buukskes,
    de majonèze bè de brusselse spruite,
    de kratte bier bè de sjampoow,
    den bôs bè z’n knèchje”,
    zinne de winkels in tachteg
    en ze bouwde grote supers
    oan wirskante van de grote weeg,
    plèkte alle roame kèjdicht,
    en han skon gemengde rekke.
    Mar dur alle stroate
    bléve de venters rèje.

    “We doent gelijk bè mekare:
    ’t voebal bè ’t hokkie,
    de kantines bè de kurve,
    de doesjes bè de frietkroam,
    de turnsters bè de brantweer, en:
    inne grote hal bè ’n héél breej vèlt”,
    zin de polletiek in niggenteg
    en treenjde zich ’t apelazerus,
    gochelde mè sijfers en belange,
    joeg de klups int harnas,
    en bouwde vier lang jorre
    aan één groot gemengt sportbedrijf.
    Mar elke mèrge ziede de lange
    lóper dur de bosse sjouwe.

    “We doent gelijk bè mekare:
    de sikke en de burgemisters,
    de belastinge en de r6tsleej,
    ’t wôter, de weeg en de bôsse,
    ’t Vlèmes kamp bè Heusder dikke mure,
    ’t Dinters broek bè ’t Hisse vèrke
    en Balkums brèj bè’t Dunges gat,
    zin Den Haag èind niggentig
    en kéék schamper nor ankètes,
    brèjde grote lijne, dwèrs
    over auw hiestoriese lantkaarte,
    lulde rècht wè krom waar
    en fokte un langgerekt gemengt bedrijf.
    Mar in alle auw gemintes stéke
    de strante tóres stèil umhog.

    “We doent gelijk dur mekare:
    we bouwe fabrieke in de polders,
    zette hôg flets in de durpe,
    trekke snelweeg dur de bosse,
    en make toeristiese parke op de hèj”,
    zin de ikkenomie begin twiduzend,
    en mè grote struktuurnota’s verdèlde
    de previnsie de grond
    tusse boere, geminte en beleggers
    en makte ’n ondurzichtig mengsel
    van landschap en randstad.
    Mar ’t jong stel dè wilde trôwe,
    sakkerde op de duur prijze
    en hokte bè vôders aachter int schuurke.

    Zó gi de geschiedenis hene;
    gundureges stutter wè op tilt.
    Int groot gemengt bedrijf
    plèkke de mense alles dur mekare.
    Mar allet ister inne – eigewijze –
    zonder touw of pèèrdelent,
    die ’t toch efkes lekker un bietje
    hillemol anders vent.
    Mè de Karnevalsdaag ziedem
    stik alleen in d’optochte lópe:
    hij draagt un klèin plènkske
    overdwèrs vur zunne kop.
    Dè kunde hure.

    Ad van Schijndel

Comments are closed.