Heesch

Hierboven ziet u mijn overgrootvader en overgrootmoeder. Ze woonden op een boerderij in Munnekens-Vinkel. Dezelfde boerderij, waar mijn oma geboren is. Munnekens-Vinkel, het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets. In Heesch zeiden we ‘Heesch-Vinkel’ (het dorp was namelijk bestuurlijk verdeeld onder vier gemeenten). Het is zo ongeveer de plek waar onlangs een dode big in de boom hing. Nu beter bekend als Heesch.

Mijn oma Sjaan Raaijmakers trouwde met mijn opa Jan van Zeeland (zijn ouders staan op de foto hieronder). Beiden waren kinderen van keuterboeren van de Brabantse zandgrond. Armoe troef dus. Toen Van den Bergh & Jurgens in Oss margarine gingen maken en later ook Organon naar Oss kwam, vonden veel boerenzonen daar werk. Mijn opa vertelde dat hij met de hondenkar naar Oss ging om te werken.

Mijn vader was de eerste met een beetje opleiding (MULO en timmerman, als ik het goed heb) en ontmoette bij De Gruyter in Oss zijn snoepje van de week. Het snoepje was mijn moeder en die week werd een heel leven. Hoe kom ik hierbij, vraagt u zich wellicht af. Wel, ik moest er aan denken toen ik de tamelijk bekrompen reacties hoorde op Radio 1 vanochtend naar aanleiding van de uit de hand gelopen demonstratie tegen het voornemen een Asielzoekerscentrum te vestigen in het buitengebied van Heesch.

Heesch en ik, dat is nooit een gelukkig huwelijk geweest

Mijn vader was al meerderjarig toen het serieus werd met mijn moeder. Maar indertijd moest er toestemming gevraagd worden om te trouwen. Mijn grootouders van moeders kant deden niet moeilijk. Meer katholiek voor de vorm en uit praktische overwegingen (alle dertien kinderen naar de kerk, eindelijk rust; oma zong solo’s in het kerkkoor). Maar: de oudste zoon uit het boerendorp Heesch die ging trouwen met een vreemde meid uit de grote stad (jawel, Den Bosch). Een vreemde dus. En zo mager nog wel, hoe moest ze ooit een stamhouder baren?

Maar wel in verwachting van de tweede!

Mijn oma zette de hakken in het zand en er kwam een dreigement met een rechtszaak aan te pas om de toestemming te forceren. Dat ging dan zo (en het klinkt nu koddig, maar het was beslist geen leuke tijd voor mijn vader): hij belde vanuit het huis van zijn toekomstige schoonouders in Orthen naar Nol d’n Bekker (de buurtsuper en tevens café dat recht tegenover het huis van zijn ouders in Heesch stond). Mijn opa moest aan de telefoon komen en mijn vader bracht via hem de boodschap aan zijn moeder over.

Enfin, een rechtszaak was een grotere schande dan trouwen met een schriele stadse en zo kwam de toestemming. Alleen de familie van mijn moeder was erbij toen mijn vader in een geleend pak van mijn overgrootvader met mijn moeder trouwde. De verzoening kwam niet eerder dan nadat mijn moeder beviel van de stamhouder. Van mij dus.

Later toen mijn moeder en Oma Heesch aan het fietsen waren, vroeg een dorpsgenoot aan mijn oma of die magere nou de vrouw van ‘ullie Jo’ was. “Ja, maar wel in verwachting van de tweede!”, riposteerde mijn oma. Mijn moeder was goedgekeurd. Uiteindelijk.

Tijden veranderen. Mensen kunnen ook veranderen, en dat biedt hoop. Want hoop is een kostbaar bezit in donkere tijden.

Heesch

Mijn ouders verhuisden van Den Bosch naar Heesch en de kinderen – inmiddels drie – moesten mee. Mijn jongste broer wist niet beter, die was tweeënhalf. Maar ik was negen jaar oud en was de stad gewend. Niet dat Den Bosch een wereldstad is, verre van. Maar Héésch…

Eigenlijk heb ik me er nooit thuis gevoeld. Natuurlijk was niet alles slecht aan Heesch, ik heb talloze fietstochten door de polder gemaakt met mijn opa. En met mijn oma had ik een goede band. Maar dat was het wel zo’n beetje. Ik heb me er door de puberteit geworsteld. En toen ik in 1984 eindelijk uit de kast kwam leerde ik de andere gezichten van mijn oma’s kennen.

De twee gezichten van mijn oma’s

Oma Orthen (van moederskant) hing op 29 oktober 1983 (ook nog eens mijn verjaardag) een wit laken uit het raam. Dat deden progressieve mensen die niet mee konden demonstreren tegen de plaatsing van kruisraketten. Kort door de bocht was dat de linkse familie. Oma Heesch daarentegen had een foto van de paus aan de muur hangen.

Twee platte kunne mekaar nie vatte

Oma Orthen, van de linkse kerk dus, had zich al eens het volgende gezegde aan mij laten ontvallen – ik vergeet het nooit: “Twee platte kunne mekaar nie vatte”. Achter onze ruggen hengelde ze naar steun bij mijn tantes voor haar afkeer jegens mijn ‘nieuwe levensstijl’. Iets dat in verkeerde aarde viel overigens. Het is later door volhardend bezoek allemaal goedgekomen. Toen ik trouwde zei Opa Orthen me met zijn inmiddels broze stem: “Ik hoop da ge gelukkig wordt samen”, en hij gaf me een envelop met inhoud.

Oma Heesch

Oma Heesch (Sjaan Raaijmakers)

Oma Heesch, van de katholieke kerk dus, was allerminst geschokt door mijn coming out, eerder bezorgd of ze me nu nog wel zou zien. Daar waar ik het ergst tegenop zag, viel het meeste mee. En vise versa. Op verjaardagen ging soms een krantenknipsel rond, als ik weer eens geïnterviewd was voor mijn werk bij het COC. Daar waar Oma Orthen het knipsel ongelezen doorgaf, las Oma Heesch het met trots, en zei: “Ge moet vechten veur oew rechten!”. Vertaling overbodig lijkt me.

Oma Heesch heeft mijn bruiloft niet gehaald, maar ik ben er zeker van dat ze trots als een pauw zou zijn geweest. Iets wat niet voor Opa Heesch gold, want tot op hoge leeftijd vroeg hij in het bijzijn van mijn vriend wanneer ik nou toch eens met ‘un meske’ thuis zo komen. Een ‘meske’, lezers, dat is Heesch’ voor ‘meisje’.

Asielzoekers & homo’s in Heesch

Ergens begin deze eeuw woonde mijn zus tijdelijk in zo’n typisch bescheiden huisje, zoals die in de jaren zeventig her en der opgetrokken werden voor of naast een vervallen boerderij. Het was aan Huis Deelen, een landweg op het platteland in Munnekens-Vinkel. De verharde weg stopte bij het huisje. Mijn zwager, als kind geadopteerd uit Korea en hun twee kinderen waren een opvallende verschijning daar in de polder. ‘De asielzoekers’ werden ze genoemd. Mijn zus was dolblij toen hun nieuwbouwhuis klaar was, ze kon weer weg uit Heesch.

De ‘asielzoekers’ werden vervangen door twee homo’s.

Toen mijn man en ik naar Brabant wilden verhuizen dachten we dat huisje óók tijdelijk te huren, om zo op ons gemak op zoek te gaan naar een woning in Den Bosch. Het liep anders, voor mijn lief was dit het paradijs op aarde, ik had mooie herinneringen aan deze omgeving van de fietstochten uit mijn jeugd met Opa Heesch. De eigenaar wilde niet meer verhuren, alleen verkopen. En voor ik het besefte woonde ik in Heesch. De ‘asielzoekers’ werden vervangen door twee homo’s.

2004: winterMunnekens-Vinkel – Heesch

Vanuit de tuin zou ik met een verrekijker het toekomstige Asielzoekerscentrum kunnen zien. En de boerderij waar mijn oma was geboren. Het lag niet aan de buren dat ik er maar niet kon wennen. Zij deden hun best en al snel was ik degene van ons twee die om de veertien dagen om toerbeurt bij één van de buurvrouwen koffie dronk. Het was even zoeken, maar mede omdat ik Heesch goed kende vonden we onze weg.

Zelfs mijn Hollandse man lag goed bij de buren (ruim begrip hoor, de dichtstbijzijnde buren woonden zo’n honderd meter verder). Hij hielp mee de melkmachine te repareren. Hij was er gelukkig. Maar ik kon wéér niet meer aarden en heb uiteindelijk de handdoek in de ring gegooid. Ook wij gingen weg uit Heesch.

Straks worden al onze dochters verkracht

En nu komen er misschien echte asielzoekers in Heesch. Vreemdelingen. Er worden volgens aloude Brabantse traditie dode varkens in een boom gehangen, men wil beschaafd demonstreren maar er wordt tegelijk geroepen dat straks ‘onze dochters allemaal verkracht worden’. En dat er ‘bomaanslagen komen als in Parijs’ (potsierlijker kan ik het niet bedenken). Ook gehoord: ‘Nederland moet Nederlands blijven’. En verder werden er beschaafd eieren en een benzinebom gegooid naar het bevoegd gezag en werd heel beschaafd straatmeubilair vernield. De lokale volksvertegenwoordigers moesten schielijk hun vergadering voortzetten in een veiliger ruimte.

Het is dat Oma Heesch mij geleerd heeft dat mensen kunnen veranderen van mening. En dat wat vreemd is, ook eigen kan worden. Aan die hoop houd ik me maar vast. Hoop doet leven.

  • Franca
    januari 19, 2016

    Heel mooi stukje Ron!

  • Jan van Velthoven
    januari 20, 2016

    Hmm, de drie arrestanten kwamen niet uit Heesch of Bernheze, maar uit Geffen/Oss 🙂

    • Ron van Zeeland
      januari 20, 2016

      Die uit Heesch kenden de weg natuurlijk. Maar serieus: er waren meer dan drie relschoppers en de uitlatingen waren soms ook over het randje en aan het dialect te horen kwamen er ook uit Heesch. En het AZC komt in het buitengebied tussen Geffen-Heesch-Vinkel. En er wonen geen duizend mensen in dat buitengebied, dus tja…

Schrijf hier je reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *