Gisteren beantwoordde het college van Gedeputeerde Staten mijn vragen over Reiling Sterksel BV. Onder ‘lees meer’ de antwoorden en een nieuwslink.

2011-04-29_omroep_brabant_reiling

Hieronder de vragen + antwoorden, Omroep Brabant berichtte er al over, klik hier.

Geachte heer Van Zeeland,

Bij brieven van 4 en 5 april 2011 heeft u ons namens de SP-fractie ingevolge artikel 3.2 van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten meerdere vragen gesteld met betrekking tot het bedrijf Reiling Sterksel BV te Sterksel.

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1.
Hoe lang bent u op de hoogte van de opslag van carbon black op de verschillende locaties als beschreven in de reeks artikelen in het Eindhovens Dagblad van zaterdag 2 april jongstleden?

 

Op 20 juli 2010 is in de gemeente Helmond een algemene transportcontrole uitgevoerd waarbij een van onze medewerkers betrokken was. Tijdens deze controle werd in een vrachtwagen met afval carbon black aangetroffen. Na verder strafrechtelijk onderzoek kwam men bij de locaties in Asten en Deurne terecht. De gemeenten Deurne en Asten zijn in het kader van het bestuursrecht het bevoegde gezag hiervoor. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u dan ook naar de gemeenten Asten en Deurne.

2.
Is er sprake geweest van gevaar voor de volksgezondheid of gevaar voor de gezondheid van medewerkers van Driessen Group of Attero?

 

Voor meer informatie over gezondheidsaspecten en werkomstandigheden verwijzen wij u naar de GGD en de Arbeidsinspectie.

3.
Is bij u bekend of carbon black (al dan niet vermengd met houtsnippers en koffiebonen) is aangeboden is als brandstof voor energiecentrales, zoals vermeld in het ED?

Dat is ons niet bekend.

4.
Wat is de stand van zaken m.b.t. de aangetroffen partijen carbon black; Door welk (bevoegd) gezag wordt toegezien op handhaving?

De gemeenten Asten en Deurne zijn hiervoor het bevoegd gezag, zij kunnen de stand van zaken aangeven.

5.
GS heeft het (ontwerp-)bestemmingsplan M.O.B.-Deurne (Helmondsingel) gedeeltelijk goedgekeurd. Is sindsdien door het bevoegd gezag gecontroleerd op juiste invulling/gebruik van het voormalig M.O.B.-complex in Deurne?

Wij hebben slechts aan een klein gedeelte van het bestemmingsplan goedkeuring onthouden met als doel een aanlegvergunningenstelsel van toepassing te kunnen verklaren. Vervolgens is er namens ons niet gecontroleerd op de juiste invulling/gebruik van het complex. GS was hierin ook niet het bevoegde gezag, maar de gemeente Deurne zelf.

6.
Zijn er overtredingen geconstateerd, en zo ja, in welke zin is daarop handhavend opgetreden?

 

Op de locaties in Asten en Deurne mocht geen carbon black worden opgeslagen, de gemeenten hebben hier handhavend tegen opgetreden.

7.
Is de rol van de gemeente als (mede-)financier t.b.v. de aankoop van het M.O.B.- complex door de provincie gecontroleerd? Is er bijvoorbeeld een anti-speculatiebeding door de gemeente bedongen in geval van snelle doorverkoop van het terrein door de Driessen Group?

 

Hier hebben wij geen toezichtstaak in.

In antwoord op mijn schriftelijke vragen d.d. 18 november jl. somt u de geconstateerde overtredingen op. In het ED van zaterdag 2 april jl. staat dat bij controle na een stankgolf in november 2010 het dodelijke blauwzuurgas is gemeten. Dit is opmerkelijk, aangezien niet lang daarvoor een ongeluk met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden op het terrein.

 

8.
Kunt u bevestigen dat bij controles na de stankgolf in november 2010 blauwzuurgas is gemeten? Zo ja, waarom is dit in de beantwoording van uw college niet gemeld?

Op 18 november 2010 heeft de politie met het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) naar aanleiding van het dodelijk ongeval ter plaatse een onderzoek uitgevoerd. Enkel bij de bassins detecteerde de veiligheidsmeter, die de medewerkers van het NFI droegen, een mogelijke aanwezigheid van blauwzuurgas. De politie heeft de provincie, de arbeidsinspectie en het bedrijf hiervan diezelfde avond op de hoogte gebracht. Met de aanwezige veiligheidsmeters kan echter niet worden vastgesteld in welke mate dit blauwzuurgas aanwezig was. Overigens zal bij aanwezigheid van H2S (waterstofsulfide) een dergelijk soort veiligheidsmeter een positieve uitslag op andere gassen zoals blauwzuurgas geven. De mogelijke aanwezigheid van blauwzuurgas is niet waarschijnlijk te achten gezien de werkzaamheden op het terrein. Meer waarschijnlijk is dat er H2S aanwezig is geweest.

9.
Indien er blauwzuur is gemeten, welke risico’s voor de gezondheid van medewerkers en controleurs bracht aanwezigheid van blauwzuurgas met zich mee?

De risico’s voor de volksgezondheid van H2S en blauwzuurgas zijn vrijwel identiek.

Naar aanleiding van het bericht van de politie hebben wij op 19 november samen met de arbeidsinspectie een controle uitgevoerd bij Reiling. De arbeidsinspectie heeft ter plaatse opgedragen niemand meer toe te laten in de korte nabijheid van de bassins. Het betrof op dat moment een aangelegenheid welke puur met de arbeidsomstandigheden te maken had. De arbeidsinspectie heeft verder opgelegd dat een risico-analyse zou moeten worden uitgevoerd. Hiertoe heeft Reiling een veiligheidskundig bedrijf ingehuurd. Daarnaast hebben wij Reiling aangegeven dat het in de bassins aanwezige water zo spoedig mogelijk diende te worden afgevoerd. Reiling is hiermee op zaterdag 20 november gestart en de arbeidsinspectie heeft aangegeven onder welke voorwaarden dit plaats mocht vinden. De chauffeurs en personen belast met de afvoer van dit water moesten een volgelaatmasker dragen. Dit alles heeft plaats gevonden in overleg met de GGD, welke belast is met de volksgezondheid.

10.
Wat is door de bevoegde gezagen en/of het bedrijf gedaan om herhaling te voorkomen?

Om ervoor zorg te dragen dat op een zo kort mogelijke termijn al het water uit de bassins en mestzak zou zijn afgevoerd hebben wij ervoor gekozen om Reiling alsnog een last onder bestuursdwang op te leggen (brief 24 november 2010). Op dit moment is het verontreinigde water uit de bassins afgevoerd. Slechts de inhoud van de mestzak (4.000 m3 mestwater) dient nog te worden afgevoerd.

Tevens is er op 2 december 2011 nog een last onder dwangsom opgelegd aan Reiling met betrekking tot de wijze van composteren, opslaghoogtes, acceptatie groenafval en geuremissie. Met grote regelmaat worden er door ons controles en metingen uitgevoerd op het terrein van Reiling. Daarnaast hebben wij een speciale H2S-meter aangeschaft.

Naar mij vandaag gebleken is wordt er door omwonenden van Reiling Sterksel BV nog steeds geklaagd over stankoverlast. In de vergunning wordt gesteld dat de waterbekkens t.b.v. het percolatorvocht moeten worden afgedekt. Echter door afdekking van de bekkens kan het gevaarlijke blauwzuurgas ontstaan. Om deze reden zouden de bekkens nog altijd niet worden afgedekt.

 

Aanvullend op mijn vragen d.d. 4 april jl. heb ik daarom nog enkele vragen:

 

1.
Klopt de hierboven geschetste situatie en worden om stank te vermijden de waterbekkens nog altijd niet afgedekt door het bedrijf om het risico te vermijden dat opnieuw blauwzuurgas ontstaat?

 

In de geldende vergunning is opgenomen dat het percolaatbassin moet zijn afgedekt dan wel moet worden belucht. Het betreffende bassin wordt belucht. De overige bassins hoeven niet te worden afgedekt dan wel te worden belucht.

2.
Is dit werkelijk in strijd met de vergunning van het bedrijf?

 

Er is op dit punt geen overtreding van de vergunning.

3.
Klopt het dat hierop niet handhavend wordt opgetreden? Zo ja, waarom niet?

 

Zie de beantwoording van vraag 2.

4.
Wegkijken van problemen heeft geen zin. De vergunning dient gehandhaafd te worden om stank tegen te gaan. Anderzijds dient gevaar voor werknemers en controleurs vermeden te worden. Hoe lost uw college dit dilemma op?

Het afvalwater dat medio november/december 2010 in de bassins was opgeslagen is inmiddels allemaal afgevoerd. Op dit moment wordt in één bassin percolaatwater van de compostering opgeslagen. In de overige bassins wordt terreinwater opgeslagen. Indien volgens de vergunningvoorschriften wordt gewerkt hoeft er geen sprake van gevaar voor werknemers en controleurs te zijn.

In één van de mestzakken wordt nog terreinwater opgeslagen dat afgevoerd moet worden. Hiertegen loopt nog een juridische procedure. De bestuursdwangbeschikking die hiervoor is opgelegd is door de rechtbank geschorst, waardoor wij niet handhavend konden optreden. Op 7 april jl. hebben wij onze beslissing op bezwaar verzonden. Dit betekent dat – mits ons besluit niet opnieuw wordt geschorst – begin mei 2011 de begunstigingstermijn voor het afvoer van het verontreinigde water uit de mestzak eindigt. Indien op dat moment niet aan onze last is voldaan zullen wij door middel van bestuursdwang een einde aan de overtreding laten maken.