De antwoorden op mijn vragen over de gemeenten die wel geld krijgen voor, maar het niet uitgeven aan een wettelijk verplicht meldpunt discriminatie (zie hier voor eerder blog) zijn al even binnen.

Discriminatie: wel geld, geen beleid

Maar ik had ze niet beschikbaar in een tekstversie, vandaar dat publicatie even op zich liet wachten. Hieronder integraal de vragen en de antwoorden.

Het ;zatste woord is hierover nog niet gezegd, want ik ben het simpelweg niet eens met de strekking van de antwoorden. Dit wordt dus nog vervolgd.

Bij brief van 28 september 2011, ingekomen op 28 september 2011, heeft u namens de SP-fractie ingevolge artikel 3.2 van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten meerdere vragen gesteld:

Vorig jaar november (zie bijlage) stelde ik schriftelijke vragen over het ontbreken van meldpunten discriminatie in Brabantse gemeenten. Uw College antwoordde daarop o.a. als volgt:

“Met de nieuwe Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen is de primaire verantwoordelijkheid geheel bij gemeenten komen liggen. Provincies hebben geen rol of taak toebedeeld gekregen in deze nieuwe wettelijke structuur. De voorheen autonome bijdrage en inzet van provincies is met de nieuwe wet in 2009 volledig opgehouden.”

“Wij hebben geen rol in het toezicht en dus geen inzicht in het aantal gemeenten dat de wettelijke taak niet uitvoert. Het ministerie van BZK heeft afgelopen jaar onderzoek laten verrichten onder 430 gemeenten en alle antidiscriminatiebureau’s om zicht hierop te krijgen en eventueel gepaste maatregelen te nemen. Het onderzoek wordt naar verwachting binnen vier weken openbaar.”

Artikel 124 van de Gemeentewet stelt het volgende:

1. Wanneer het college of de burgemeester bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen niet of niet naar behoren neemt, voorzien gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning daarin namens het college of de burgemeester en ten laste van de gemeente.

2. Spoedeisende gevallen uitgezonderd, vindt het eerste lid geen toepassing dan nadat het college, onderscheidenlijk de burgemeester in de gelegenheid is gesteld binnen een door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris gestelde termijn alsnog de bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen te nemen.

De Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (WGA) en de bijbehorende AMvB stellen wettelijke eisen aan de inrichting van een gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Gemeenten zijn hierbij vrij om iedere constructie voor deze voorziening te kiezen die zij willen, zolang zij voldoen aan de wettelijke eisen uit de WGA en de AMvB. Zolang zij hier aan voldoen is er geen enkele grond tot ingrijpen door bijvoorbeeld Gedeputeerde Staten of Rijksoverheid.

De Landelijke Branchevereniging van Antidiscriminatiebureaus (LBA) heeft zich deze zomer tot minister Donner gericht omdat de uitvoering van de Wet gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (WGA) te wensen overlaat, zoals blijkt uit een onderzoek van de LBA. De WGA verplicht gemeenten om een regeling te treffen voor een antidiscriminatie voorziening waar inwoners van de gemeente terecht kunnen voor advies en bijstand bij klachten over discriminatie. Verder schrijft de Wet voor dat gemeenten jaarlijks rapporteren aan de Minister van BZK over waargenomen discriminatievoorvallen.

De LBA constateert dat op 1 januari 2011 niet alle gemeenten hierin hadden voorzien Bovendien wordt het bedrag dat de gemeenten van de rijksoverheid ontvangen hiertoe lang niet altijd ingezet voor antidiscriminatie. Sommige gemeenten betalen de voorgeschreven 37,2 cent per inwoners. (bron: RADAR)

Naar aanleiding van bovenstaande heeft u namens de SP-fractie de volgende vragen gesteld:

Wij beantwoorden deze vragen als volgt:

Vraag 1:
Artikel 124 van de Gemeentewet stelt het volgende:Wanneer het college of de burgemeester bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen niet of niet naar behoren neemt, voorzien gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koningin daarin namens het college of de burgemeester en ten laste van de gemeente.

Spoedeisende gevallen uitgezonderd, vindt het eerste lid geen toepassing dan nadat het college, onderscheidenlijk de burgemeester in de gelegenheid is gesteld binnen een door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris gestelde termijn alsnog de bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissingen te nemen.

Klopt bovenstaande lezing dat Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koningin krachtens artikel 124  van de Gemeentewet de bevoegdheid hebben op te treden namens de gemeente die nalatig is in de uitvoering van wetten, in dit geval meer specifiek op de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (WGA)?

Antwoord:Ja, dit klopt. De Provincie houdt interbestuurlijk toezicht op gemeenten en waterschappen en het instrument zoals genoemd in artikel 124 van de Gemeentewet is één van de instrumenten hierbij.

Vraag 2:
Bent u op de hoogte van de stand van zaken rond de naleving van de WGA? Zo nee, bent u voornemens na te gaan of alle gemeenten voldoen aan de WGA en Provinciale Staten daarvan in kennis te stellen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:Ja, het college heeft op 22 december 2010 kennisgenomen van het onderzoeksrapport van het Ministerie over de situatie van de uitvoering van de wet in 2010. Zoals genoemd in uw citaat, is de primaire verantwoordelijkheid voor de WGA geheel bij gemeenten komen liggen. Provincies hebben geen rol of taak toebedeeld gekregen in de nieuwe wettelijke structuur. Op dit moment evalueert de Minister de uitvoering van de WGA, op basis van de stand van zaken per gemeente.

Vraag 3:
Is door GS of de Commissaris van de Koningin al eens gebruik gemaakt van de wettelijke bevoegdheid om naleving van de WGA af te dwingen indien een gemeente haar wettelijke taken verzuimt na te komen? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit indien gemeenten verzuimen alsnog gebruik te maken van uw wettelijke bevoegdheden?

Antwoord:

Nee. Het ministerie monitort actief of de gemeenten inmiddels aan de eisen van de WGA voldoen. De voorlopige conclusies geven geen enkele aanleiding tot ingrijpen door bijvoorbeeld Gedeputeerde Staten of Rijksoverheid. Wij wachten de bevindingen van de minister af.

Geef een reactie