Antwoorden StadsAa

Vrijdag kwamen de antwoorden van Gedeputeerde Staten op mijn schriftelijke vragen over de StadsAa in ‘s-Hertogenbosch binnen. Was even weg, vandaar nu pas hier, onder ‘lees meer’.

Bij brief van 24 augustus 2010, ingekomen op 29 juli 2010, heeft u namens de SP-fractie ingevolge artikel 3.2 van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten vragen gesteld, te weten:

1. Heeft het feit dat de StadsAa zoekgebied is voor de natte EVZ consequenties voor de inrichting van de Aa en de oevers in de stad? Worden er beperkingen opgelegd aan bestemming van het gebied?

2. Is onderzocht of de verstening van de oever met tufsteen enerzijds en anderzijds de gedeeltelijke reconstructie van het ravelijn mede m.b.v. provinciale subsidie in strijd is met het geldende bestemmingsplan en met beleid t.a.v. (natte) EVZ’s? Zo ja, wat leverde dit op? Zo nee, waarom niet?

3. Hoe verhouden deze plannen zich tot ‘De Groene Delta’? Zijn hier ook provinciale subsidies voor verstrekt en zo ja, conflicteren die op enige wijze met de plannen van de gemeente ’s-Hertogenbosch m.b.t. de herinrichting van de oevers of met enig provinciaal belang?

4. Is een natte EVZ-functie nog te realiseren als aan beide zijden de oever versteend wordt?

5. In een e-mail aan ambtenaren van de gemeente ’s-Hertogenbosch (d.d. 19 mei 2010) rept de medewerker van het Waterschap Aa en Maas over de mogelijke opheffing van de functie EVZ die nu nog op de Aa rust. Bent u hiervan op de hoogte? Bent u het eens met deze zienswijze? Zo ja, graag toelichting. Zo nee, welke actie zet u hierop uit?

6. Bent u het met de SP eens dat een verstening van beide oevers niet te rijmen is met de bevordering van de biodiversiteit? Bent u bereid provinciale partners in genoemde projecten hierop aan te spreken?

In ambtelijke beantwoording op vragen van bewoners wordt gesteld: “De herinrichting gaat ten koste van de bestaande groenstructuur. De oevers worden op een andere wijze vormgegeven waarbij ze voldoen aan het gewenst ecologisch functioneren.” (zie verder ambtelijke e-mail van Roel Dekens gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 8 juni 2010)

7. Wat is de rol van de provincie als het gaat om stedelijke natuur en (natte) EVZ’s?

8. Wat verstaat u onder ‘gewenst ecologisch functioneren’?

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

Antwoord 1
De aanduiding EVZ in de Verordening Ruimte van de Provincie heeft geen directe consequenties voor de inrichting van de oevers van de Aa. Pas bij een herziening van het betreffende bestemmingsplan kunnen nieuwe functies die strijdig zijn met de functie van EVZ worden geweerd, middels een beroep op deze status.

Antwoord 2
Er is door ons ten tijde van de subsidieprocedure voor het ravelijn geen onderzoek gepleegd naar eventuele strijdigheid met het geldende bestemmingsplan. Vanwege de beperkte omvang van de ingreep was hier voor ons geen aanleiding toe.

De ideeën voor verstening van de oever met tufsteen waren voorafgaand aan uw brief bij ons  niet bekend.

Antwoord 3
De plannen passen binnen de ambities van De Groene Delta, maar maken er geen deel van uit. Wij hebben voor de ontwikkeling en uitvoering van het uitvoeringsprogramma voor De Groene Delta programmafinanciering verstrekt. De plannen waar u op doelt zijn niet strijdig met dit programma en de bijbehorende ontwikkelingsvisie.

Antwoord 4
Ja, dit is mogelijk. Door optimaal gebruik te maken van de ruimte binnen het hydraulisch profiel (de minimale breedte voor waterdoorvoer) kan door het aanleggen van vooreilanden en geulen een goed functionerende EVZ worden gerealiseerd.

Antwoord 5
Neen, wij zijn hiervan niet op de hoogte. Wij wachten wat dit betreft een mogelijk voorstel van de gemeente en het waterschap af.

Antwoord 6
Nee, wij zijn het op dit punt niet met u eens. Het over een beperkte lengte verstenen van de oever is voor de migratie van de beoogde doelsoorten geen probleem daar de migratie via  ‘vooreilanden en geulen’ kan plaatsvinden.

In onderhavig geval heeft het behoud van cultureel erfgoed ook een aanmerkelijk belang en zijn compromissen onvermijdelijk. Om de bestaande situatie te verbeteren is door de gemeente en het waterschap opdracht gegeven om een toetsingskader op te stellen. Wij gaan er van uit dat hierbij al het mogelijke wordt gedaan om de biodiversiteit te behouden en te vergroten. Wij zien dan ook geen reden om onze provinciale partners hier op voorhand op aan te spreken.

Antwoord 7
De provincie heeft op het gebied van binnenstedelijke natuur een bescheiden rol. De provincie bepaalt wel het beleid voor de EVZ’s en draagt financieel sterk bij aan de realisatie daarvan. De feitelijke realisatie van de EVZ’s (nat en droog) is een verantwoordelijkheid van de gemeenten en waterschappen.

Antwoord 8
Onder ‘gewenst ecologische functioneren’ verstaan wij dat een EVZ, na inrichting, geschikt is om de bij die EVZ behorende doelsoorten van het ene naar het andere natuurgebied te laten migreren.