Een bericht van iemand uit de vorige eeuw brengt herinneringen boven van mijn eerste schreden op het homo-pad: verkering met een meid, in bed bij een homo en uit de kast achterop de fiets bij een lesbo.
‘Ta prof français’
Een blog bijhouden is voor mij ook aan mijn externe geheugen werken. En af en toe krijg je dan een verrassing in je digitale brievenbus. Deze week kreeg ik via het contactformulier op deze site een bijzonder bericht. Mijn oud-lerares Frans van de de havotop Mariënburg-Concordia had een oude foto gezien waar ik met enkele leerkrachten op stond. Men kwam te spreken over mijn zus (die op de ándere havotop zat, één pand verder aan de Papenhulst in Den Bosch).
Ze besloot op het internet mijn naam te zoeken en kwam toen hier terecht. Daar las ze ook dat mijn zus vier jaar geleden overleden was en besloot me toen te condoleren. Ze sloot af met de woorden:
ta prof de français dil y a presqu’un siècle
Mijn lerares Frans van bijna een eeuw geleden. Ondanks de aanleiding – die voor een ander soms nog rauw op het dak valt – toch leuk. Ik herinner me haar nog goed, en ze heeft er mede voor gezorgd dat mijn liefde voor het Frans goed geworteld is. En dat heb ik haar ook geschreven. Ook kreeg ik bovenstaande foto, die met het nodige kunst- en vliegwerk toonbaar is geworden.
Twee HAVO-toppen, aan de Papenhulst

Dit berichtje werpt me terug in de tijd. Ik ben – met de kennis van nu – best beschermd opgevoed. Met een VWO-advies belandde ik op de dorpsmavo in Heesch alwaar ik aanvankelijk tot de best presterende leerlingen behoorde. Uitdagend was het allerminst. Toen ik verder ging leek de PABO in Den Bosch een goede keus. Als ik me goed herinner waren er twee Rooms-Katholieke fusie-kweekscholen in Den Bosch die later fuseerden tot één PA, later PABO genoemd.
Aan de Papenhulst (waar ook de priesteropleiding én een krakersbolwerk zat) waren naast elkaar twee havotoppen gesitueerd, beiden aanvankelijk verbonden aan een kweekschool. Ik ging naar havotop Mariënburg-Concordia, mijn zus later naar de andere. Er was ook wel wat overlap, maar het waren twee scholen.
Voor mij was de overgang van dorpsmavo naar stadshavo een bevrijding. Ik verliet als lelijk eendje met een vreselijke bril de mavo. Met dank aan een permanentje én zonder bril begon ik als een zwaan aan de havo. Er werd nog wel wat gepest, maar in vergelijking met de mavo mocht het geen naam hebben. Plots bleek ik in ieder geval in één sport goed, namelijk zaalhockey. Voor het overige bleef gymnastiek behelpen, maar dit was al winst.
In bed bij een homo, verkering met een meid

Het was dan wel een bevrijding, maar ik werd ook meteen geketend. Een heel verhaal met een curieus begin. Op de eerste dag kwam ik laat op school aan. In het klaslokaal hingen intekenpapieren voor de introductieweek. Er was nog maar plek in één bungalow vrij. En in die bungalow was alleen nog maar plek in het enige tweepersoonsbed. En daar stond reeds ingetekend de jongen die als homo bekend stond. Niemand wilde met hem een bed delen, en ik had geen keus en vond het spannend.
Maar ja… tijdens de introductieweek werd een klasgenote verliefd op me en voor ik het wist had ik verkering en liepen we blij hand in hand door het bungalowpark. ’s Avonds wilde ze tongen en ik wist meteen dat dit niet was wat ik wilde. Niet veel later in bed vroeg die jongen: “Hebben jullie nu verkering?” Ik prevelde iets als ‘ik denk het wel’, maar liefst van al wilde ik dat hij een move maakte. Hij durfde net zo min als ik. Want ja, ik stond voor het eerst van mijn leven overtuigend te boek als hetero.
Op een zeker moment was mijn verkering jarig, en eenmaal alleen met haar op haar kamer maakte zij de move waar ik bij die jongen zo naar verlangd had. Ik duwde haar van me af en ging weg. De eerstvolgende schooldag maakte ze het uit. Haar vriendin die op de PABO ook mijn klasgenote was, vertelde me later dat ze haar bewust alleen met mij op de kamer had gelaten omdat ze wel vermoedde hoe de vork in de steel zat.
Achterop bij een lesbische klasgenoot
Na de aan de PABO gelieerde havotop stroomde ik door naar die PABO. Ingeloot bij de Academie voor Journalistiek in Tilburg, vonden mijn ouders Den Bosch toch wat veiliger. Het enige goede aan de PABO was dat ik een lesbische klasgenoot had met een doortastende vriendin. Zij gaf mijn klasgenoot het dringende advies mij eens mee te nemen naar een homokroeg. Nu woonde Anja – zo heette ze – náást de Papillon in de Vughterstraat. Een meter of vijftig terug zaten nog twee homozaken: Chez Nous en Sunny Boy.
Achterop de fiets zei Anja voorzichtig: “De plaatsen waar ik uitga, daar komen voornamelijk homoseksuelen”. En zo kreeg ze het hoge woord er binnen vijf minuten bij me uit. Achterop de fiets. Tot dan toe had ik hún homosekualiteit nooit aan die van mij gekoppeld. Enfin, met het hart kloppend in mijn keel deed ik mijn eerste schreden in het roze Bossche uitgaansleven. Nog lang verkeerde ik meer dan andere homo’s voornamelijk in lesbische kringen. Daarover een andere keer meer.



