PRVMZ ziet Sara (1)

De Provinciale Raad voor de Volksgezondheid en Maatschappelijke Zorg (PRVMZ) bestaat 50 jaar en hield in de Bois le Duczaal van het provinciehuis een jubileumconferentie. Deel 2 volgt later dit weekeinde.

20100129_prvmz

In die vijftig jaar van zijn bestaan heeft de PRVMZ de provincie in diverse rollen en met verschillende taakopvattingen meegemaakt. In het licht van de kerntakendiscussie waarin de provincies zich nu bevinden was het daarom interessant om te horen wat de Commissaris van de Koningin (CvdK) Wim van der Donk hierover te vertellen had.

Verder vooral voor mij interessant (en naast het onderwerp holebi/transgenderemancipatie waardoor ik met het PRVMZ in contact ben gekomen) was het ronde tafelgesprek over ‘mens en dier’. Deze zomer verscheen een essay van de hand van Mariet Paes (de directeur van PRVMZ) over het gevaar van dierziekten die op mensen overgaan (zoönosen) in Brabant.

Maar eerst was het woord aan Frank van Beers, voorzitter van de PRVMZ (en burgemeester van Boxtel, en in mijn tijd wethouder in Den Bosch). Hij schetste aan de hand van oude beleidsteksten hoe het denken over gezondheidszorg de afgelopen vijftig jaar veranderde.

20100129_prvmz_frankvanbeers

Toen was het de beurt aan onze CvdK, Wim van de Donk. Hij staat inmiddels bekend om zijn visionaire toespraken. Hij houdt niet van gemakkelijke praatjes, hij schetst graag vergezichten. Daarbij moet hij als voorzitter van Gedeputeerde én van Provinciale Staten vaak spreken over zaken die buiten zijn portefeuille vallen.

Hij sprak weer over verbinden: van belangengroepen en deskundigen. Maar ook dat grote stappen nodig zijn, daar waar politici zelden grote stappen willen zetten. Hier sprak hij niet voor mijn partij denk ik.

En over de takendiscussie: dat moet een discussie zijn van ambitie en allianties. En daar zit em de kneep een beetje. Officieel hebben we als provincie ene rol in de Jeugdzorg, en nu met de Q-koorts meten we ons een rol aan. Maar veel verder komen we niet, en dus moeten we doen waar we goed in zijn: verbinden, regisseren, mensen, organisaties en gemeenten samen brengen, coördineren. “Zo doen we dat in Brabant” kwam bij meerdere sprekers terug.

De provincie moet, zo vertelde de CvdK, integraal denken als het over zorg gaat: zorg, arbeid, onderwijs. Het zijn de drie kernopgaven van Brabant. Niet de kerntaken, wel te verstaan. We moesten er maar rekening mee houden dat er veel ging veranderen. En accepteren dat bijvoorbeeld niet overal in onze provincie bij calamiteiten binnen tien minuten een abulance klaar staat.

Natuurlijk kwam de marktwerking voorbij. Soms werkt het beter, maar niet alles is te vermarkten in de zorg: “Zorg is een relatie, niet zomaar een product. Bij markt staat kostenefficiëntie centraal, niet de relatie.” Nog een one liner: “Professioneel is iemand al die van de regels kan (wil) af wijken.”

Kortom, veel wijze woorden, maar wat het concreet gaat betekenen in Brabant heb ik nog niet gehoord. Met zijn woorden kan de SP uit de voeten, maar het CDA evenzeer. In die zin kan het nog alle kanten uit, maar wie ben ik?

20100129_prvmz_wimvandedonk

Na Wim van de Donk was het de beurt aan Hans de Goeij (adviseur van VWS staat bij zijn naam in het programma). Hij hield ons een beeld voor van hoe Brabant (“Daar doen wij wat aan in Brabant!”) er op het gebied van zorg wat hem betreft uitzag in pak hem beet 2020. Aan de hand van paradoxale paradigmashifts.

Die leg ik even uit, ik kwam de term ook al tegen in het boek dat ik aan het lezen ben van Jouke de Vries.

Paradox = uitspraak die niet overeenkomt met de gangbare mening (Van Dale).

Paradigma = een samenhangend stelsel van modellen en theorieën die een denkkader vormen waarbinnen de ‘werkelijkheid’ geanalyseerd en beschreven wordt (Wikipedia).

Shift = verandering.

Ik hoop zijn presentatie nog te krijgen en dan gooi ik hem op het blog. Bij vlagen was het grappig, dan weer behoorlijk overdreven aandoend, maar steeds moest je wel even in het oog houden dat het uitgangspunt die paradoxale paradigmashifts waren.

Het is lastig om te reproduceren wat voor theorieën hij naar voren bracht, maar wat ik onthouden heb is deze: In 2030 (bijvoorbeeld) bouwen we grotere huizen die de ouderen in staat stelt bij hun kinderen te wonen. De ouders hebben eerst voor hun kinderen gezorgd, andersom gaan kinderen voor hun ouders zorgen (door ze bij hen in te laten trekken), die op hun beurt weer op de kleinkinderen passen. Doordat hierdoor de vraag naar zorg afneemt (en nu komt een vreemde kronkel) zou de bevolking groeien in plaats van krimpen.

Ik zal het nuiet goed verwoorden, ik hoop op de digitale presentatie, dan kan ik hem hier delen.

Na de pauze het ronde tafelgesprek over ‘mens en dier’. aarover later meer in deel 2. Nu eerst klaarmaken voor vertrek naar het SP-congres in Rotterdam.

This Post Has 2 Comments

Geef een reactie