Gedeputeerde Staten hebben vandaag mijn vragen over de afwenteling van de kosten van de schoonmaak n.a.v. de brand bij Chemie Pack in Moerdijk beantwoord. Zie onder ‘lees verder’.
Bij brief van 17 februari 2011, ingekomen op 18 maart 2011, heeft u namens de SP-fractie ingevolge artikel 3.2 van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten meerdere vragen gesteld.
Wij beantwoorden deze vragen als volgt.
1. Hebt u kennis genomen van de nieuwsberichten waarin waterschap Brabantse Delta aankondigt de waterschapsbelasting te moetn verhogen om de lasten van de nasleep van de brand bij Chemie-Pack Moerdijk te kunnen dragen?
Antwoord: Ja2. Bent u met mij van mening dat het niet billijk is deze kosten op burgers en agrarieërs in West-Brabant af te wentelen? zo nee, waarom niet?
Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 3.3. Wat hebt u ondernomen, of wat gaat u nog ondernemen om het Rijk te bewegen hier haar verantwoordelijkheid te laten nemen zodat de rekening bij Chemie-Pack wordt neergelegd en, indien deze niet in staat blijkt de kosten te betalen, het Rijk?
Antwoord: Wij participeren samen met de andere betrokken overheden in de “Projectorganisatie Herstel en Nazorg Brand Chemie-Pack” die is opgericht ter afwikkeling van de gevolgen van de brand. Gezamenlijk met de overige partijen worden richting het bedrijf de kosten verhaald. Indien dit niet of slechts deels mogelijk blijkt, zullen de overheden gezamenlijk richting het Rijk optrekken met een verzoek om een tegemoedkoming in de kosten.4. Wat kan de provincie nog meer betekenen?
Antwoord: Onze bijdrage aan de projectorganisatie spitst zich verder toe op het toezicht op het vervoer van afvalstoffen en de mogelijke verwerking daarvan binnen inrichtingen waarvoor wij het bevoegde gezag zijn. Daarnaast hebben wij deels ook bevoegdheden in het kader van de sanering van de ontstane bodem- en grondwaterverontreiniging.Hiertoe geven wij waar mogelijk advies en zetten wij ons bureau Milieumetingen en onze milieu- en monitoringsgegevens in.
Ten slotte participeren wij actief in de “Stuurgroep Herstel en Nazorg Brand Chemie-Pack” die de projectorganisatie aanstuurt.
5. Was het waterschap Brabantse Delta verplicht de gevolgen van de brand opt e ruimen? Indien dien niet het geval was, wi dan wel en waar zou de rekening dan terecht komen?
Antwoord: Het waterschap Brabantse Delta heeft Chemie-Pack op 6 januari 2011 verzocht om het bluswater op te ruimen. Chemie-Pack heeft daar negatief op geantwoord. Op basis van de Waterwet (voorheen Wet verontreiniging oppervlaktewateren) heeft het Waterschap vervolgens een aanschrijving bestuursdwang aan Chemie-Pack gestuurd om de gevolgen van de brand zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken. Omdat Chemie-Pack hier geen gehoor aan heeft gegeven, heeft het Waterschap zelf het initiatief genomen om het verontreinigde water op te ruimen en op te slaan.Het Waterschap is bevoegd gezag voor de inrichting in het kader van de Waterwet. Er is dus geen sprake van een primaire wettelijke plicht; die lag in eerste instantie bij Chemie-Pack zelf. Het Waterschap heeft wel een taak om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen. De schade die is ontstaan ten gevolge van het bluswater is voor rekening en risico van Chemie-Pack.
6. Bent u bereid te onderzoeken hoe het gesteld is met de schadeverzekeringen van risicovolle bedrijven in Noord-Brabant? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Nee. De bestaande wetgeving voorziet niet in deze mogelijkheid.


