Van Teksi naar Taksi, oftewel van Maleisië naar Indonesië. Bali om precies te zijn. Van multi- naar meer monocultuereel. Over taal en moraal.
Je kan je natuurlijk heel erg verdiepen in een land voordat je op reis gaat, maar je kan het ook gewoon over je heen laten komen en de sfeer proeven. We kwamen vanuit Kuala Lumpur aan op de internationale luchthaven van Bali, en het eerste wat mij opviel was de samenstelling van de bevolking en (ook) het uiterlijk van de mensen is anders. En dan heb ik het niet enkel over obesitas, want ook dat verschil is overduidelijk.
Eén taal, andere invloeden
Het tweede dat opviel, maar dat is iets waar ik me op had ingesteld is de taal. Die is in Indonesië in wezen niet zo heel verschillend van die in Maleisië. Het grappige verschil is, is dat het Maleisisch veel engelse woorden letterlijk fonetisch heeft overgenomen, daar waar het Indonesisch dezelfde en nog veel meer woorden uit het Nederlands heeft overgehouden.
Een taxi wordt in Kuala Lumpur teksi genoemd, waar dezelfde taxi op Bali een taksi wordt genoemd. En als je er gevoelig voor bent – en dat ben ik – dan kan je je hart ophalen. Maar eerst nog even terug in de tijd. Want dat Nederlands tussen het Indonesisch lijkt allemaal romantisch, maar dat is het allerminst.
(lees verder onder de foto)

Wikipedia leert ons dat de eerste Nederlanders al in 1597 voet op Balinese grond zetten, maar dat Bali pas onderworpen is – en op tamelijk bloedige wijze – in 1906. Bali is dus betrekkelijk kort onder Nederlands bestuur geweest. Lees hier meer over deze geschiedenis.
Uit het hoofd noem ik hier enkele grappige of opvallende Nederlandse woorden die vaak letterlijk of soms in fonetische zin in zwang zijn hier.
- Knalpot (uitlaat)
- Asbak
- Notaris
- Kantor Pos (postkantoor)
- Polisi
- Wortel
- Jus appel (appelsap)
- Compleks Parkir (parkeerterrein)
- Gang Anyelier (Anjeliergang – naam van steeg)
- enz. enz.

Als je naar de radio luistert hoor je geregeld Nederlandse woorden voorbijkomen en dat is een grappige gewaarwording (al vond C. er niets aan als ik hem er weer eens op wees, zo zie je maar dat alles relatief is).
Vega-verbinding
De eerste avond wilden we vegetarisch eten en het eerste restaurant dat we zochten was onvindbaar. Maar de taxichauffeur wist nog wel een goed restaurant, waar het altijd druk was. Daarvoor moesten we bijna terug naar de luchthaven.
Eenmaal binnen bleken er niet veel gasten en wij waren de enige westerlingen. Ze hadden allerlei soorten imitatievlees, maar vind maar eens uit wat wat is in een vreemde taal. Nu is babi (varken) wel bekend en rendang (rund) en ayam (kip) kennen we in Nederland ook wel van de toko of van het Chinees-Indisch restaurant.
Dan wordt het gokken bij bebek. Mijn imitatie van een eend brak het ijs. Het moest wel op deze manier want de eigenaresse sprak alleen Bahasa.
Tante Lien heeft er ook nog over gezongen, let op:
Ik heb het aan een Sumatraanse jongen laten horen en die vond het erg grappig al die Indonesische woorden tussen al dat Bahasa Belanda te horen.
Het Zuiden van Bali is het meest toeristische gedeelte. Een soort van tropische variant van Ibiza, een beetje alternatief, of vaak gemaakt alternatief want alles is te koop, zelfs een imago. In Seminyak waar wij verbleven, heeft zich ook een duurzame gay scene gevestigd. Een vijftal homobars op een rijtje en enkele homosauna’s trekken een roze publiek naar de streek. Opvallend veel Nederlands hoorde ik spreken (door landgenoten in dit geval).
Kuala Lumpur versus Bali
Een groot verschil met Kuala Lumpur hier: een blijkbaar door hogerhand (of het moet uit de lhbt-gemeenschap ontsproten zijn) georganiseerde campagne waarbij personeel van homobars promoten als homovriendelijk eiland waar veilig vrijen de norm is. En zo niet, dan testen en indien positief bevonden aan de medicatie en verder met je leven. Daar kwam de slagzin in het lang op neer. Hoe anders dan het schielijk overhandigde condoom in Kuala Lumpur (‘Niks zeggen!’).
Elke gaybar heeft zijn eigen tableau de la troupe aan drag queens en dansers die onregelmatig hun opwachting maken. Waarbij één bar zich had gespecialiseerd in een heteropubliek. De mannen werden ongegeneerd te grazen genomen door de ‘dames’, tot groot vertier van het publiek.
Homo’s en transgenders vanuit het hele eilandenrijk komen naar Bali voor het relatief vrijere klimaat op Bali. Dat vrije is zeer relatief want het Hindoegeloof of -cultuur lijkt in de praktijk veel op de Cambodjaanse situatie. Mensen mogen tot hun dertigste doen wat ze willen, maar daarna neemt de druk om te trouwen – met iemand van het andere geslacht wel te verstaan – toe. Buitenlanders wordt daarentegen niet veel in de weg gelegd om openlijk homo te zijn.
Noor Bali: rustig
Vandaag zijn we met een auto naar het rustige Noorden getrokken. Zie hierboven voor de landschappen die we zagen. Rijstvelden en regenwoud wisselden elkaar af. Hier en daar een dorpje. Erg bergachtig met veel kronkelwegen en akelige afgronden. Perfect voor een etappe in de Ronde van Frankrijk.
En dat het Noorden niet zo toeristisch is, bleek wel bij aankomst. Alhoewel we gereserveerd hadden, kregen we de poort niet geopend. Die was wel erg goed verzegeld en met een buitenring om het terrein aan het oog van toevallige bezoekers te onttrekken. Het bleek namelijk een nudistenresort te zijn.
En wij zijn de enige gasten. Beetje vreemd wel om dan naakt te gaan zwemmen terwijl het personeel gekleed rondloopt, maar soit. Alles went, zij hebben tenslotte hetzelfde als wij.




