Valencia: oud & nieuw


Ik was er dus weer even niet, zoals de blogvolger gemerkt heeft. Valencia, na acht jaar een hernieuwde kennismaking. Stad vol tegenstellingen, en nog altijd niet verpest door het toerisme.

De tegenstellingen in vogelvlucht: Spaans (Castelliano) vs. Valenciaans; arm vs. rijk; oud vs. nieuw; stad vs. natuur. Dat zijn er enkele.

Alhoewel je er in de officiële natie-taal – Castelliano – goed terecht kunt (moet je het wel spreken natuurlijk), doe je het als iemand die in zijn beste steenkolenspaans zich aan probeert te passen, nooit goed. Valenciaans is oók een officiële taal, wijkt soms behoorlijk af van Castelliano. Het lijkt meer op Catalaans en heeft Franse trekjes.

De ANWB-kaart geeft de straatnamen aan in het Castelliano, de straatnaamborden zijn echter in het Valenciaans. Iemand die geen talenknobbel heeft, geraakt dan snel van de leg. Of van de weg. Maar goed, ik vind dat soort dingen interessant, dus voor mij is het eerder leuk dan onhandig.

Valencia heeft veel historische gebouwen, waarvan je er enkele hierboven ziet. Maar sinds een jaar of tien timmert het stadsbestuur ijverig aan de weg. Of liever stort, want men bouwt futuristische gebouwen van beton en staal, met streekeigen trekjes. Zo zijn de betonnen wanden betegeld met geglazuurde wandtegelmozaïek.

De tegenstelling van de oude stad met de moderne architectuur maakt Valencia ook inetressant. Aan de ene kant het intieme oude deel  en aan de andere kant het ruimtelijke moderne. We hadden pech bij het Museum voor hedendaagse kunst, er was een tentoonstelling in voorbereiding en alleen een deel van de vaste collectie was te zien, het grootste gedeelte was afgesloten.

Ook heel bijzonder is het langgerekte stadspark. Waar eens een brede rivier stroomde, is de Jardin del Turia aangelegd. De rivier is gekanalieerd en buiten de stad omgeleid. Zo heeft men een unieke groene oase gecreëerd die een stuk lager ligt dan de rest van de stad. Op de rivierbodem groeien nu mediterrane bomen, liggen uitgebreide wandel- en fietspaden, sportveldjes en evenemententerreinen. En dat alles omringd door de oude kades, die nu op stadwallen lijken.

Niet alleen mensen waarderen het (het jogt en het fietst wat af daar in het park), maar ook dieren hebben het park gevonden. Overdag zie je heel veel vogels en als het donker wordt opvallend veel katten, en vleermuizen.

Ondanks de goedkope vluchten naar Valencia (met een rechtstreekse metroverbinding van vliegveld naar het centrum), is de stad niet vergeven van toeristen. Dat maakt Valencia ook aantrekkelijk. Ze zijn er wel, en ook de dito eettentjes, maar je hoeft nooit ver te zoeken om bij een echte authentieke tapasbar te komen waar je tussen de Valencianen zit.

Ook aan het strand (er zijn diverse stranden – vaak met EU-geld aangelegd) zie je voornamelijk mensen uit de stad. Opvallend: roken wordt in de horeca gewoon toegestaan. Ik kan nog wel even doorgaan, maar als de interesse gewekt is moet je zelf maar eens gaan kijken.

De prijzen zijn laag (eten, taxi’s, openbaar vervoer, hotels stunten om leegstand tegen te gaan). Op die taxi’s kom ik nog eens terug, een voorbeeld voor de schandelijke toestanden hier.

Afijn, gedaan met de pret. Het werk lonkt weer.

Geef een reactie