“Tokyo is crazy”

1 , , Permalink

Van Cambodja naar Taipei en van Taipei naar Tokio. Dat is niet alleen een weeromslag – van 36 graden naar net boven het vriespunt – maar ook een cultuuromslag. “Tokyo is crazy”, zei onze tijdelijke huisbazin. En ze had gelijk.

Maar eerst nog even dit

In Cambodja tekende ik voor Untenu onze eerste overeenkomst met een lokale partnerorganisatie. Ondertussen is het eerste bedrag overgemaakt en kunnen ze aan de slag. Deze week ga ik de website verder aanpassen. Er komt een lijst met contactpersonen van BC Network, zodat het in Cambodja gemakkelijker wordt om noodhulp aan te vragen en mensen door te verwijzen.

Luchthavengedoe

We landden op de luchthaven van Tokio en daarmee in een andere wereld. Een lange rij voor de balies van de immigratiedienst. Een mededeling dat inspectiecabines voor Japanners óók kunnen worden gebruikt voor buitenlanders en een regelzucht waar je akelig van wordt. Vóór ons werd een man uitgehoord door zo’n geüniformeerde mierenneuker die er genoegen in schiep zijn macht tot in de puntjes uit te oefenen. De buitenlander voor ons mocht natuurlijk gewoon door, maar niet eerder nadat hij tot in detail had uitgelegd waar hij allemaal heen ging, zijn handbagage werd uitgeplozen.

Cees was de volgende en ik probeerde hem nog de andere rij in te manoeuvreren maar het was al te laat. Zijn rugzakje bleef dicht maar hij moest wel het hele reisschema opdreunen. Inmiddels was ik de andere rij ingeglipt waar een jonger exemplaar hetzelfde bij mij probeerde. Of ik alleen reisde. Ik wees naar rechts. Ook ik moest vertellen waar ik allemaal heen zou gaan, maar eerlijk gezegd had ik maar een paar plaatsen paraat en wees weer naar Cees. De jonge beambte lachte en ik mocht door.

“Tokyo is crazy”

Dat het in Japan, en Tokio in het bijzonder, een gekkenhuis was, daar kwamen we op de luchthaven snel achter. Zoveel treinlijnen, zoveel bedrijven die de diensten uitvoeren. Leve de marktwerking. Als je al aan de late kant arriveert, is het zaak efficiënt je vervoer te regelen. Na wat heen-en-weer gelopen te hebben tussen de verschillende balies hadden we de juiste gevonden.

Hoewel veel Japanners geen Engels spreken, en diegenen die het wel doen vaak slecht, werden we vriendelijk geholpen en ook doorverwezen naar de concurrentie. Nu is Tokio een megastad, als je de agglomeratie meerekent heeft het meer inwoners dan Nederland. Denk dus niet dat je even snel naar ‘het centrum’ reist. Er is niet echt zoiets als ‘het centrum’.

Shibuya - Tokyo

Tokio is echt gek, vele centra waar openbaar vervoer, uitgaan, eten, kantoren samenkomen en daartussen bijna landelijk aandoende woonwijken. Het contrast kan haast niet groter. We kwamen dan ook laat aan bij ons eindstation en volgens afspraak stond onze joviale huisbazin met haar compacte maar ruime auto op ons te wachten.

Nee zeggen was geen optie, en dus kregen we een nachtelijke tour door Shinjuku, ons epicentrum voor de komende vier dagen. En inderdaad, zo laat op de maandagavond was het nog een drukte van belang. We reden rond het Shinjuku-station, dat een oppervlakte beslaat waar we in Rotterdam drie metrostations en de tussenliggende afstanden in kwijt kunnen.

Prikkels

Als je prikkelgevoelig bent (en dat ben ik), dan is Tokio geen aanrader. Niet alleen vanwege de mensenmassa waar maar geen eind aan lijkt te komen. In Taipei was het al erg, maar hier niet minder, zij het meer geordend. Alle gevels zijn behangen met flikkerende ledschermen, videoreclames worden afgespeeld (geïntegreerd in de ramen). En dat alles met geluid. Naast geluid van reclames, is er geen stoplicht waar men niet een imbeciel elektronisch deuntje afspeelt wanneer het groen is. Er rijden auto’s met ouderwetse megafoons rond.

In metrostations klinkt onderaan elke roltrap een elektronisch gegenereerd vogelgeluidje (op een gegeven moment ken je het repertoire wel). Daarnaast zijn er de automatisch waarschuwingen boven- en onderaan de roltrap. De omroepberichten als er een trein nadert of vertrekt. Niet zelden vermengd met de bestuurder en/of perronopzichter die via zijn microfoon dit nog eens dunnetjes overdoet. En dan vergeet ik dezelfde lullige elektronische deuntjes die men afspeelt als er een trein nadert.

Slaapkamer

Zo groot als het station was, zo klein was onze kamer. Er stond een eenpersoonsbed, waaronder een tweede kon worden uitgeschoven. Waarmee dan ook de hele kamer bezet was. Voor mij allemaal niet handig met die rotheup, want om te beginnen te laag. En bij elke poging uit bed te stappen verschoof dat bed waardoor ik onvrijwillig in een pijnlijke spreidstand belandde. Gelukkig hadden we een ruimer toilet, en eentje met verwarmde bril en sproei-installatie in drie standen. Een zaligheid, aangezien ik er nog steeds bovenmatig vaak vertoefde.

En er was een keuken waar ik kon zitten en met de laptop aan de slag kon. Zodoende had ik ook wat meer contact met de huisbazin en inwonende schoonmaker. Hij combineerde het schoonmaken met zijn ict-baan, en sliep achter een schuifdeur in de keuken in een net zo kleine kamer als de onze. De huisbazin had al door dat ik vegetariër was, en op een ochtend maakte ze deze rijstballetjes, die ze aten voor het ontbijt en waar ik van mocht mee-eten.

Veggie Sushi - Tokyo

Vlees is de norm

Op vegetarisch gebied is er nog een wereld te winnen in Japan. Vlees (en vis) is de norm. Onze huisbazin (daar is ze weer) hing de redenering aan dat Japanners al zoveel groenten aten dat het concept ‘vegetarisme’ wellicht daarom zo weinig ingang vindt. Maar wat ik vooral zag: in de talrijke minisupermarktjes was nauwelijks of geen fruit te koop, laat staan groenten.

Gelukkig hebben we Happy Cow, de app die ons de weg wijst, zelfs in het land der blinden. Zo ook in Tokio. Zie hieronder de foto’s van onze vegetarische ontdekkingen. Een uitstekend adresje zat in de buurt: een overwegend veganistisch één-menu-eettentje met de curieuze naam Milk. Men serveerde een traditioneel Japanse set van kleine gerechtjes, miso, en de keuze uit bruine of witte rijst. (tekst loopt door onder de foto’s)


Het gebeurde vaker dat we een adres niet konden vinden, of dat we dachten er te zijn (zo was de dame van Little Saebejae vergeten de bakpan met naam in Latijns schrift erop buiten te hangen. En meermaals vertelde men ons op bijna verontschuldigende toon dat men enkel plantaardige gerechten op het menu had staan. De leukste ervaring was wel in een Italiaanse pizzeria waar we heel laat terecht kwamen omdat we 10 keer de straat waren doorgelopen op zoek naar een gay bar. Italiaanse en Franse zaken, daar zijn ze overigens gek op hier in Japan. Franse bakkerijen en Italiaanse restaurants voorop.

We gingen zitten en aan het einde van de bar zaten twee dames waarvan we gezien de aard van de buurt niet helemaal zeker waren waarmee ze hun geld verdienden. Ze probeerden contact te maken en omdat we niet helemaal zeker van hun beroep waren, hielden we aanvankelijk een beetje af. Maar al snel brak het ijs, ook nadat ik snel duidelijk had gemaakt dat wij – twee mannen – getrouwd waren. Met handen en voeten én de vertaal-app kwam de ober annex kok tot een pizza met tomatensaus, uien, courgette, paddenstoelen en kaas.

Tokyo is echt crazy

Natuurlijk is Tokio meer dan alles wat ik hier opsomde. Alles is extreem goed geregeld, prijzen vergelijkbaar met Nederland (soms hoger, soms lager). De mensen zijn vriendelijk – al buigen ze wel erg vaak. En al word je regelmatig in het Japans aangesproken ook al geef je met gelaatsuitdrukking en lichaamstaal aan dat je niets verstaat, men gaat stug door. Het is een overgereguleerd land, daarmee vergeleken wonen wij in een paradijs. Fietsers (waarvan er best veel zijn) gaan over de stoep, ongelukken komen zelden voor.

Bij een uitgang waar bouwverkeer of een grote bus de straat op moet, zagen we eens 6 mensen met reflecterende hesjes het verkeer regelen. Bij elke bouwput staat iemand in uniform alles in de gaten te houden. Prullenbakken zie je nauwelijks, hetzelfde geldt voor afval op straat. Het lijkt wel een mierenvolk, een goed geoliede machine. Maar is het wat voor mij? Nee. Dat hoeft ook niet, er wonen al genoeg mensen hier. Maar ik kan me leukere plaatsen bedenken om te wonen (ik noem maar een paar verrassende namen: Rotterdam, Phnom Penh, Berlijn).

Kijk hieronder de foto's uit het album Tokyo op mijn Flickr-pagina:

1 reactie
  • Ton de Coster
    maart 5, 2017

    Nee, ik zie het wel: je hebt het ook niet makkelijk!
    Maar wie verre reizen doet, kan veel verhalen… Dat respectvolle buigen spreekt me wel aan.
    Ben je nog achter het beroep van die ‘dames’ gekomen?

Schrijf hier je reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *