PNEM: Provinciale Noord-Brabantse Energie Maatschappij

Voor de mensen die het Brabants Dagblad niet lezen, onder ‘lees meer’ het opiniestuk van oud-hoofd inkoop van de PNEM (voor de generatie van na de privatiseringsgolf: de Provinciale Noord-Brabantse Energie Maatschappij), waarin hij de vloer aanveegt met de verkoop van Essent.

Verkoop van Essent is plichtsverzuim

Essent-discussie gaat voorbij aan redenen van aandeelhouderschap.

door Jacques Verkleij
Bij de stichting van de N.V. Provin­ciale Noordbrabantsche Electrici­teits- Maatschappij (PNEM) op 25 juni 1914 namen de provincie en een aantal steden voor 100 pro­cent deel in het aandelenkapitaal. Die constructie was niet zomaar bedacht of tot stand gekomen. Ja­renlange onderzoeken en politieke besprekingen gingen er aan vooraf. Aan het waarom van dit aandeel­houderschap wordt in de huidige discussie over de verkoop van Es­sent volledig voorbij gegaan.

Een door Provinciale Staten inge­stelde onderzoekscommissie kwam eind 1910 tot de conclusie dat ‘ verschillende streken in Noord-Brabant stellig voor altijd van electriciteit verstoken zouden blijven, wanneer de Provincie niet zelf deze zaak ter hand zou ne­men’. Het was duidelijk dat de pro­vincie moest voorkomen dat al­leen de meest rendabele gebieden ( lees: de steden) bediend zouden worden en het platteland de voor­delen van elektriciteit zou moeten derven. Zodoende viel uiteindelijk de keus op een volledig aandeel­houderschap van provincie en ge­meenten die daarmee ook de zeg­genschap kregen over concessies, levering en tarieven van het op te richten particulier bedrijf PNEM. Ook toen was men immers al wel de overtuiging toegedaan dat de ‘exploitatie van eenig bedrijf door de Overheid omslachtig, duur en soms niet doeltreffend is, hetgeen vooral zal blijken bij de electrici­teitsvoorziening van een zoo uitge­strekt gewest als Noord-Brabant’. De huidige beslissers over de toe­komst van Essent zouden er het boek dat in 1939 verscheen bij het 25-jarig jubileum van de PNEM eens op na moeten lezen, geschre­ven door de toenmalige admini-s­trateur van het energiebedrijf A. A. Weijts. Bovenstaande citaten zijn er uit opgetekend. Als Essent wordt verkocht (aan een buitenlandse partij) is de pro­vincie na 95 jaar iedere controle op billijke tarieven kwijt. Vanuit mijn jarenlange ervaring als hoofd inkoop bij de PNEM durf ik te stel­len dat, met de vijf en zes machts­blokken die straks in Europa op energiegebied het spel bepalen, concurrentie niet tot stand zal ko­men.

De Splitsingswet, waar Frankrijk en Duitsland zich altijd zo tegen verzet hebben, is in Brus­sel nu al in de prullenbak verdwe­nen. De resterende energiereuzen opereren als een maffia die onder­ling de prijzen bepalen die nu al dertig procent hoger liggen dan no­dig is. Kijk naar eilanden als Cy­prus en Ierland. Ze hebben de hoogste tarieven omdat het voor concurrenten niet interessant is veel geld te investeren in een lei­dingnetwerk naar deze eilanden. Het derde duurste land is België dat de zeggenschap over de ener­gievoorziening volledig uit handen heeft gegeven. Niets meer over te vertellen dus. Het toestaan van ver­koop is in feite plichtsverzuim. De aandeelhouders geven het volledi­ge toezicht op binnenlandse tarie­ven uit handen. Nutsvoorzienin­gen die in overheidshanden moe­ten blijven zijn niet alleen water en riolering maar door de ontwik­kelingen in de tijd ook de elektrici­teit. Niets functioneert immers nog zonder elektriciteit.

Het is ergerniswekkend te moeten lezen dat mensen die de historie niet kennen, ter wille van een zak geld deze nutsvoorziening willen verkopen. En let wel: als RWE een premie betaalt van 50 procent bo­venop de waarde van Essent zal die investering links of rechtsom terugverdiend moeten worden. En hoe anders dan door tariefsverho­gingen? Met een aankoopbedrag van 9,3 miljard zal er op jaarbasis 930 miljoen euro door de klanten moeten worden opgehoest, zijnde 5 procent rente en 5 procent rende­ment op de investering.

Jacques Verkleij was van 1970 tot zijn pensioen in 1990 hoofd inkoop bij de PNEM

Ondertussen neemt de Bossche gemeenteraad alvast een voorschot op een tegenstem. De meerderheid bleek gisteren tegen verkoop van de Essent-aandelen aan het Duitse RWE.

Paleisbrug Den Bosch - Holand

Provinciale Staten moeten ook deze week extra onderzoek doen omdat bekend is geworden dat RWE de aankoop van Essent met leningen financiert. Nico Heijmans in het Brabants Dagblad:

„Eerder was ons meege­deeld dat RWE de 9,3 miljard die het voor Essent moet betalen, fi­nancieert uit eigen reserves. Wordt er toch geld geleend dan kan dat grote gevolgen hebben die wij moeten kennen als Provinciale Staten vrijdag een besluit nemen over de verkoop van Essent”, ver­klaart Heijmans. Zo kan RWE vol­gens de SP-voorman de rente van de leningen geheel afboeken op de winst van Essent, waarover even­min vennootschapsbelasting hoeft te worden betaald. „Dan kan er wel eens weinig overblijven voor investeringen die RWE ons heeft beloofd, zoals in duurzame ener­gie”, betoogt Heijmans.

Het blijft spannend tot het laatste moment of de meerderheid voor of tegen verkoop is. Des te belangrijker is het uw stem te laten horen. Dat kan nog altijd hier (simpel een bericht verzenden aan de fractievoorzitters in PS) of bij de internetpeiling van het Brabants Dagblad, klik hier en ga naar de rechterkolom (De kwestie van vandaag)

Geef een reactie