keizers & kleren

Gepubliceerd op 0 reacties 10 minuten leestijd 128 x bekeken

Staatsbezoek

In Cambodja is het onrustig, je kan dat positief en negatief duiden. Op dit moment vind ik de ontwikkelingen zorgwekkend, maar op de langere termijn kan het positief uitpakken. Hieronder een poging tot vertaling door mij van een artikel door dr. Gaffar Paeng-Meth van de Aziatische Mensenrechtencommissie, AHRC. Gepubliceerd op 16 juli 2012, o.a. op Camboguide (english version, klick here).

CAMBODJA, DE KEIZER ZONDER KLEREN

Door dr. Gaffar Peang-Meth.

Het was niet mijn bedoeling om een artikel voor publicatie te schrijven vandaag, maar ik voelde me aangespoord door sommige lezers – en misschien wel door het regime in Phnom Penh zelf. Voor Cambodjanen, geïntimideerd door de autoriteiten, herinnert dit artikel hen aan dat recht en rechtvaardigheid het waard zijn om voor te vechten. En dictators moeten weten dat het de menselijke natuur eigen is te verlangen naar burgerrechten en vrijheid.

Na de publicatie van mijn artikel, ‘Respecteer idealen en opvattingen, niet willekeurige leiders‘ (koppeling naar artikel in het Engels) ontving ik een open brief – ter publicatie – van de ambassadeur van het Koninkrijk van Cambodja in het Verenigd Koninkrijk, Hor Nambora.
AHRC, voorstander van democratische idealen, publiceerde de brief samen met een redactioneel commentaar. Persoonlijk vond ik het een beetje vreemd dat de Cambodjaanse ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk mij de open brief stuurde, in plaats van Hem Heng, de ambassadeur van Cambodja in de Verenigde Staten, waar ik woon.

Maar de jonge Hor, zoon van Hun Sen’s minister van Buitenlandse Zaken Hor Namhong, is de elitediplomaat van premier Hun Sen: een houder van een doctoraat in Boedapest, adviseur van de Cambodjaanse regering met de rang van minister, en speciaal gezant van Hun Sen om de kandidatuur van Cambodja te bevorderen voor een zetel in de VN-Veiligheidsraad voor 2013-2014.

Beweren dat “het moeilijk is iemand” zoals mij “serieus te nemen die ruw snauwt vanaf de zijlijn,” schreef hij angstvallig, “kan men alleen maar hopen dat u stopt met het schrijven van zo’n virulente kritiek op de democratisch gekozen regering van Cambodjaanse premier Samdech Hun Sen en organisaties zoals de Aziatische Mensenrechtencommissie (AHRC) zal stoppen met u te paaien”

De open brief is een teken dat mijn decennialange pleidooi voor open, eerlijke en vrije verkiezingen in Cambodja, beschreven in mijn verhandelingen hier en elders gepubliceerd, een aantal ambtenaren van de Cambodjaanse dictatuur heeft geïrriteerd. De bombastische retoriek van ambassadeur Hor is in overeenstemming met de huidige autoritaire leidraad, de a’tma anh (het I-isme) dat volledige gehoorzaamheid eist, net als Pol Pot’s Angkar-on-High. Maar, Cambodja heeft het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Nederlandstalige versie onder de Engelstalige) ondertekend en heeft deze principes geïntegreerd in haar grondwet.

Het Verdrag zegt: “Een ieder heeft het recht zonder inmenging een mening te koesteren. Een ieder heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te garen, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn keuze.”

De brief nam me mee naar Boeddha’s woorden, 2500 jaar geleden: “Op het moment dat we boosheid voelen tijdens een onenigheid zijn we al gestopt met het streven naar de waarheid, en zijn we begonnen te streven naar onszelf.” En: “Het vasthouden aan woede is als het grijpen van hete kolen met de bedoeling het naar iemand anders te gooien; u bent degene die zich verbrandt”.

(artikel gaat verder onder de foto)

Wat Botum Sakor
Hor wilde zijn open brief gepubliceerd zien, de AHRC plaatste deze op haar website samen met de kanttekening dat door haar betrokkenheid bij het overleven van de democratie en mensenrechten te onderstrepen: ‘de vrije meningsuiting door een ieder is de belangrijkste manier waarop een democratie problemen kan beginnen te onderschrijven en oplossen. Het vraagt om een krachtige democratische discussie over de kwesties die in Cambodja spelen” De AHRC-notitie zegt: “De huidige situatie in Cambodja is niet een afspiegeling is van de idealen zoals vastgelegd in Cambodjaanse Grondwet en de belofte aan het Cambodjaanse volk. Die van een functionele liberale democratie… nog steeds een verre droom voor het Cambodjaanse volk”

Mijn postvak vulde zich snel met berichten – waarvoor ik zeer dankbaar ben – van Cambodjanen en anderen in het land en in het buitenland. Mijn excuses aan de verslaggever van het radiostation Cambodia’s Voice of Democracy voor het niet verstrekken van mijn reactie op de brief van de jonge Hor omdat ik geloof dat een polemiek niet elke zaak dient, en in de brief van de ambassadeur werd niet ingegaan op de punten die ik opwierp in mijn artikel.

Ik ontken niet dat Hun Sen de recente lokale verkiezingen in Sangkat en eerdere verkiezingen won. Maar het winnen van een verkiezing door middel van het vrijelijk gebruik van bedreigingen, intimidatie, steekpenningen en onregelmatigheden maakt een regering niet ‘democratisch verkozen’. Het volk heeft nooit naar geweten gestemd, vrij en eerlijk. De internationale gemeenschap erkent dat de Cambodjaanse verkiezingen nog steeds niet voldoen aan internationale normen.

Reacties die ik van Cambodjanen uit Phnom Penh en elders uit het land ontving bevestigen voor mij dat in het algemeen Cambodjaanse ‘alledaagse passiviteit’ reeds lang verkeerd geïnterpreteerd wordt als zijnde aanvaarding en ondersteuning van het regime. Ik heb geschreven over de groeiende onvrede met de status quo aangezien het regime faalt in haar omgang met de “olifant in de kamer’ in eigen land, en met de concurrerende belangen van buitenlandse mogendheden. Onder druk van zowel de Chinezen als de Vietnamezen, bijvoorbeeld voor de toegang tot commerciële ontwikkelingskansen, heeft de regering van Hun Sen haar toevlucht gezocht tot de strategie van het aanbieden van lange termijn-huurcontracten onder gunstige voorwaarden voor zowel de verzoekende landen als de binnenlandse politieke leiders wiens zakken worden gevuld met de winst. Evenzo, om een belangrijke weldoener te provoceren, heeft de regering Hun Sen zich neutraal verklaard in het aangewakkerde conflict over jurisdictie in de Zuid-Chinese Zee. Deze acties omvatten geen buitenlands beleid die op de lange duur kan worden volgehouden door een natie die die hoopt onafhankelijk te blijven.

Het bloeden van Cambodja voor eigen gewin gebeurt in naam van de ontwikkeling van het land. Meer dan 2 miljoen hectare platteland van Cambodja is afgenomen van de bevolking voor de ontwikkeling van agro-industriële plantages door buitenlandse bedrijven. De meest recente landroof betrof de suikerrietindustrie. Binnenlandse producenten is 75.000 hectare productiegrond ontnomen die nu bewerkt wordt door instellingen in buitenlandse eigendom.

(artikel gaat verder onder de foto)

Koh Kong, Cambodia

Het initiatief van de Europese Unie  ‘Alles behalve wapens’ (EBA), bedoeld om de minst ontwikkelde landen te helpen door het opheffen van de quota en rechten, wordt nu door activisten gezien als het onbedoeld faciliteren van het intensiveren van de hevige landroof in Cambodja in de suikerindustrie. Activisten riepen de Europese consumenten op om te protesteren tegen wat zij ‘bloedsuiker’noemen. Eerder al bundelden mensenechtengroepen en vertegenwoordigers van de getroffen gebieden in de Cambodja hun krachten in een campagne om wereldwijd consumenten aan te sporen Tate and Lyle Sugars en Amerikaanse Sugar Refining (Domino Sugar) te boycotten. Een video en petitie zijn te vinden op het internet: boycottbloodsugar.net.  “Gewassen zijn verwoest. Dieren zijn neergeschoten. Huizen zijn tot de grond toe afgebrand. Duizenden mensen zijn berooid achtergelaten. Sommigen zijn in de gevangenis gegooid omdat ze durfden te protesteren. Ondanks het overvloedig bewijs voor deze misdaden is geen van de verantwoordelijke particulieren en bedrijven ervoor verantwoordelijk gehouden.”

Toen begin juli vertegenwoordigers van de ASEAN-landen en China, Japan, Zuid-Korea en de Verenigde Staten in Phnom Penh vergaderden, omsingelde de Cambodjaanse militaire oproerpolitie demonstranten in het Vrijheidspark in Phnom Penh. Het Cambodjaanse Centrum voor Mensenrechten beschreef hoe Long Panha, een demonstrant en medewerker van de Cambodjaanse Confederatie van Vakbonden (CCU), “venijnig op het hoofd werd geslagen met knuppels. Alvorens aan armen en benen een een politiebusje gesleurd te worden werd hij op de grond getrokken en op zijn buik gelegd, het bloed stroomde van zijn gezicht… ”

In de woorden van de voorzitter van het CCHR, Ou Virak, “Dit incident staat voor een nieuwe schandelijke poging van de authoriteiten van Phnom Penh om vreedzame demonstranten de mond te snoeren in een poging een plaatje van een stabiel land te presenteren aan de buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.”

Brad Adams, directeur vanHuman Rights Watch Azië, drong er bij het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton op aan Hun Sen “in het openbaar en privé” te vertellen dat nauwere banden met de VS niet mogelijk zijn zonder wezenlijke verbeteringen in de verslechterende mensenrechtensituatie van Cambodja.

Cambodjanen verspreiden opnieuw Amy Simmons’ boek ‘Het leven op een Cambodjaanse vuilnisbelt’ met foto’s van de Spaanse fotojournalist Omar Havana. Dit boek verbeeldt de wanhoop van kinderen in Siem Reap – “een verbazingwekkend schouwspel dat toeristen niet te zien krijgen.”

Het is duidelijk dat de geweldloze acties van dappere Khmermannen en -vrouwen uit protest tegen de brutaliteit en de hebzucht van het Hun Senregime hun uitwerking krijgen. De weg naar echte vrijheid zit vol kuilen en haarspeldbochten, maar vooruitgang wordt geboekt en zal versnellen wanneer meer Cambodjanen – thuis en in het buitenland – gemotiveerd door democratische waarden en principes, zich strategisch denken eigen maken.

In “Lessen van de Arabische lente”, schreef Spiegel Online op 4 juli: “De hoop dat de Arabische wereld net zo snel als Oost-Europa 20 jaar geleden democratisch zou worden, is niet vervuld. Maar, de vrees dat de landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten – van Marokko in het westen tot Oman in het oosten – één voor één zouden vervallen in chaos is ook niet bewaarheid.”

Zoals Der Spiegel het ziet, zijn de mensen in het Midden-Oosten al tientallen jaren gezwicht voor het geweld en dat is de reden waarom de dictators zolang aan de macht zijn gebleven. “Maar uiteindelijk werd in elk conflict in de regio een punt bereikt, waar de angst verdween, en waarbij het effect van het geweld werd omgekeerd. In plaats van onderwerping, prikkelde het tot verzet. Het gebeurde onder de sjah van Perzië (Iran) in 1978, in Tunesië in 2011 – en nu gebeurt in Syrië.”

En de lessen van de Arabische lente? “Voor de onderdrukten is de les: misschien wil de overheid ons allemaal vermoorden.” En voor de heersers is de les: “ondanks alles, geeft het volk niet op.” Met andere woorden, dictators verhogen het niveau van onderdrukking, en de verdrukten zullen niet opgeven.

(artikel gaat verder onder de foto)

Staatsbezoek

Begin juli, presenteerde de Cambodjaan Zeg Savuth – oprichter en directeur van VBuild Leaders (vbuildleaders.com) – zijn eerste artikel over leiderschap. In een periode waarin Cambodjanen op zoek zijn naar een Cambodjaanse Nelson Mandela of Aung San Suu Kyi, schrijft Zeg Savuth: “Wie zijn leiders? Ieder van ons is er één.” Hij vervolgt: “In het beginstadium, leiden we onszelf. Vervolgens leiden we een ploeg. We kunnen enkel een ploeg leiden als we onszelf goed genoeg kunnen leiden. Vervolgens geven we leiding aan een grotere groep mensen. Hoe gelukkiger onze volgelingen zijn, hoe invloedrijker we worden als leiders.” Het artikel weerspiegelt de boeddhistische leer die beschrijft welke 10 kwaliteiten een leider moet verwerven (Barmei) om invloedrijk te worden – een Mandela of een Suu Kyi.

Ik wil graag afsluiten met een Deens sprookje, gepubliceerd in 1837, die het meest passend lijkt bij het onderzoek naar Cambodja, haar volk en de internationale gemeenschap:

De keizer draagt geen kleren

Het sprookje verhaalt van een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van “de stof die niet bestaat.”

Dan komen er een paar rondreizende kleermakers aan het hof die zeggen helemaal aan zijn wensen te kunnen voldoen. Zij hebben een uniek, nog nooit vertoond concept: een stof die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk oplichters want zo’n stof bestaat niet, maar de kleermakers vertrouwen erop dat niemand zal durven erkennen dat hij/zij de stof niet ziet – uit angst voor dom uitgemaakt te worden.

De keizer huurt ze in. Ze sluiten zich enkele dagen op in hun atelier en doden de tijd. Het ontbreekt ze aan niets. Daarna komen ze met veel misbaar en flauwekul naar de keizer en doen alsof ze een heel bijzonder kleed in hun handen hebben. Ze voeren een fantastische pantomime op en trekken de keizer het kleed aan dat alleen gezien kan worden door slimme mensen. De keizer aarzelt even, want hij ziet zijn eigen kleed niet, maar door de verrukte kreten van zijn kleermakers gaat hij er zelf ook in geloven. Zeker als ook de eerste minister zegt dat het kleed hem prachtig staat! De keizer waant zich in peperdure kleren en hij wil natuurlijk niet dat mensen denken dat hij dom is. Hij vertoont zich aan zijn hovelingen. En ook zij, bevreesd voor zijn woede-uitbarstingen, prijzen zijn nieuwe kleren de hemel in, en loven zijn uitgekiende smaak.

Zodoende besluit de keizer zich te vertonen aan het hele volk. Fier flaneert hij in de optocht – geheel naakt – terwijl het volk omvalt van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte. Totdat een jongetje in het publiek roept: “Hé kijk, de keizer loopt in zijn blootje!” Iedereen houdt de adem in voor de toorn van de vorst, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. “Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!” Spoedig roept iedereen dit, maar de keizer weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. En de dienaren blijven zijn sleep dragen… die er niet is…

De AHRC is niet verantwoordelijk voor de standpunten gedeeld in dit artikel, die niet noodzakelijk overeen met haar eigen standpunten.

Over de auteur:
Dr. Gaffar Peang-Meth is gepensioneerd, hij doceerde 13 jaar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Guam. Hij woont momenteel in de Verenigde Staten. U kunt in contact komen met hem via peangmeth@gmail.com.

# # #

Over het AHRC: De Aziatische Mensenrechtencommissie is een regionale niet-gouvernementele organisatie die controleert op nalevig van de mensenrechten in Azië, beschrijft overtredingen en pleit voor rechtvaardigheid en institutionele hervormingen om de bescherming en bevordering van deze rechten te waarborgen. De in Hong Kong gevestigde groep werd opgericht in 1984.

Meer foto’s van Cambodja, klik hier.

Reageren?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Er zijn nog geen reacties geplaatst.