Kampong Cham

Gepubliceerd op 0 reacties 8 minuten leestijd 116 x bekeken

In mijn vakantie ben ik twee keer naar de provincie Kampong Cham afgereisd. Bijzondere ervaringen die ik ook mijn lezers niet wil onthouden. Vandaag deel 1.

De aanleiding: 100-dagen-ceremonie

De aanleiding om naar Soung te reizen was de honderddagenceremonie die gehouden werd honderd dagen na het overlijden van een familielid. Vooraf werd ik lekker bang gemaakt met verhalen over het gebrek aan sanitair: poepen doen we in een gat dat we graven bij de bananenboom, en als het regent in huis op een krant. Matrassen hebben we niet, we slapen op een mat op de grond op de veranda van het houten huis. En internet is er al helemaal niet, en laat staan een douche, daarvoor is er de teil met water… ook bij de bananenboom.

Als ik het niet aandurfde mocht ik gerust afzeggen hoor, geen probleem. Ik trapte erin maar ging toch. Er bleken drie toiletten, wél een douche en een matras en mobiel internet. Oma sliep nog wel op een matje op de vloer, maar ik niet. Het kussen voor onder mijn heup had ik niet voor niks meegenomen.

Het lastige aan deze trip was het gebrek aan kennis van vreemde talen bij de mensen waarbij ik verbleef. Op de vriend die me mee had genomen na (die Engels spreekt) en een oudoom die Frans spreekt en dat maar al te graag deed met me) zat de hele familie eigenlijk een beetje verlegen met me. Want verder dan een gebaar kwam men niet, en mijn Khmer is nog altijd van dusdanig niveau dat ik wel wat woorden ken en een enkele zin, maar ik versta het nog niet goed.

Het meeste contact had ik dus met mijn vriend uit Phnom Penh, de Frans sprekende oudoom, de peuter van 3 die in mij een ideaal speelkameraadje zag, en met de bijna tandenloze maar o zo lieve oma die net als de peuter van alles tegen me zei, maar waar ik uiteraard niets van begreep. Ik zei dus heel vaan ‘knjom mun dang’ (ik weet het niet). Maar ik had wel een klik met die drie en dat was leuk.

Kampong Cham - Cambodia

Ga je een beetje buiten de grote stad dan moet je al snel een uur of vier, vijf in de bus over soms niet al te beste wegen. Maar de vooruitgang was onderweg zichtbaar. Diverse nieuwe, bredere bruggen in aanbouw en hopenlijk ook bredere wegen.

Maar het verkeer gaat ook nog allemaal door alle dorpen en stadjes heen, wat erg gevaarlijk en ook nog eens behoorlijk stoffig is. Want de hoofdstad van de provincie Kampong Cham (met dezelfde naam) is niet echt klein, ook niet groot, en heeft een zeker mate van beschaving gekend. Maar zoals met zoveel in Cambodja: kapot is kapot en blijft kapot. Dus de openbare voorzieningen zijn over het algemeen een zootje. Toch functioneert het allemaal redelijk wel. Een beetje nederzetting heeft tegenwoordig bijvoorbeeld al riolering.

Die riolering komt dan midden in een stadje wel uit op een stinkend riviertje, maar het is al met al stukken hygiënischer dan het kuiltje bij de bananenboom.

Soung

Kom je met de bus door Soung, een heel klein stadje buiten Kampong Cham-stad dan zie je een permanente stofwolk. De wegen zijn er op een enkele na niet verhard of zo slecht onderhouden dat het wat stof betreft weinig verschil maakt. Als er al openbare voorzieningen zijn, zoals een trottoir of een kunstwerk dan is het óf kapot, óf zo’n beeld van een olifant bij het centrale kruispunt staat verstopt achter enorme reclameborden. Die zijn meestal wél heel.

Even buiten Soung staat het houten huis van de ouders van Sophea, mijn vriend die me uitnodigde. Over het rommeltje was geen woord gelogen, maar je went snel aan dit soort omgevingen als je dat eenmaal eerder is gelukt en niet bang bent grenzen te verleggen. En gelukkig waren er wel sanitaire voorzieningen. Naast het houten huis stond een huis met betonnen fundering waar ook niet echt over was nagedacht (of in ieder geval niet naar onze maatstaven).

Kampong Cham

Omdat wij verder weinig te doen hadden en er tegen mij niet veel gezegd werd, mochten we veel ontspannen. Ontspannen is de nationale sport hier, alleen al omdat er niet genoeg werk is. Heel veel mensen hebben een zaakje, maar omdat heel veel mensen dat hebben is er vaak weinig klandizie. Hetzelfde zie ik ook in Phnom Penh. Tuktukchauffeurs en ander personeel brengt veel tijd hangend, liggend, zittend, slapend door of doet een praatje of een spelletje (meestal een blikje of flesje al ‘voetballend’ in de lucht houden).

Wat nu volgt is zeker niet badinerend bedoeld, maar puur een beschrijving van hoe het er aan toe kan gaan. Op een zeker moment zou ik wat gaan uitrusten op moeders matras in het houten huis met twee ventilatoren op standje drie (airconditioning heeft geen zin vanwege alle kieren). Maar oma was al in de nachtmodus en de deur was dicht. Ze deed maar al te graag open, want haar lievelingskleinzoon wilde komen kletsen daar waar de meeste familieleden haar maar lieten brabbelen en zelden reageerden. Oma deed open en ik deinsde terug. Ze was enkel in een sarong gewikkeld, en wel alleen vanaf haar middel tot beneden.

Maar oma kende geen gêne meer, ze was immers al oud. En met de paar tanden die ze nog had (ik heb familieleden die de deur niet opendoen zonder gebit in) was ze zo lief. Ze pakte mijn arm regelmatig vast, gaf me een ferme tik op mijn schouders. Kortom, ook voor mij had ze een boontje. En dat kleinzoon homo was scheen ook niet te deren begreep ik van Sophea. Zo zie je maar weer.

Wat ik dan ook weer ontroerend vond om te zien was hoe lief Sophea voor zijn vader was. Elke avond gaf hij hem een massage. Dat deed hij sinds hij een beroerte had gehad. Hij was twee weken naar Soung gekomen om voor hem te zorgen, en om hem nieuwe levensmoed te geven. Dat masseren gebeurde in de kamer waar iedereen bij was, met een vanzelfsprekendheid die me ontroerde.

Honderd dagen

Ik voelde me een beetje opgelaten dat ik werd uitgenodigd aanwezig te zijn bij zo een ceremonie. Net als bij de bruiloft eerder dit jaar (zie hier) kende ik het ‘onderwerp’ van de viering zelf niet. Maar eervol is het wel om door circa honderd mensen aangegaapt te worden alsof een marsmannetje op hun feestje verschijnt.

Nog één oudere heer sprak me aan met één zin: “Bienvenue à le Français” (Welkom aan de Fransman), en voor de rest moest ik het doen met Sophea en zijn oom. Maar aangezien beiden druk in de weer waren, keek ik vooral naar nieuwsgierige blikken en ruggen. De oom zou hoogstwaarschijnlijk ADHD gediagnostiseerd worden in Europa, maar hier was het vooral een druk, vrolijk, aanwezig mannetje.

Sophea was ook druk, jonge familieleden worden geacht mee te helpen en hij was al snel bezig met het rondbrengen van schalen soep en het afruimen van de tafels. Terwijl de rest mij op een enkele verlegen glimlach na negeerde, kon ik mooi rondkijken.

Hoe gaat het er aan toe na een overlijden? Wat ik ervan begreep zijn er drie belangrijke momenten na een overlijden. Na drie dagen, na 7 dagen en na 100 dagen. Ik heb het Sophea nog eens gevraagd en afhankelijk van geld en ver weg wonende familie wordt iemand al naar gelang de voorkeur van de persoon die overleden is gecremeerd of begraven. Voor de crematie zijn er allerlei boeddhistische voorschriften, maar begraven gaat ook niet zomaar.

Er worden Chinese boeddhistische geleerden aan huis geroepen die bepalen op welke plek en in welke positie de overledene begraven dient te worden. Khmer zijn zeer bijgelovig en een boom te dicht bij het graf kan al gevolgen hebben voor het geluk of gezondheid van de nabestaanden. De wortels zouden bijvoorbeeld de kist kunnen bereiken, de rest laat zich raden.

Kampong Cham - Cambodia

Wat er ook van zij, de eerste drie dagen zijn echte rouwdagen, er wordt veel gehuild. De overledene zelf – zo wil het verhaal – weet op dat moment nog niet echt wat er aan de hand is, blijft dicht bij huis en ziet het allemaal aan. Meestal nog goedgezind door zoveel belangstelling en weet niet echt wat er aan de hand is. Waarom al die mensen op bezoek komen bijvoorbeeld.

In de periode tot aan de zeven dagen vindt de overledene (eigenlijk: de geest van) de weg terug naar huis. Na zeven dagen voelt die aan het stoffelijk overschot, misschien laat een stukje huid los, en dan is hij of zij overtuigd van het onvermijdelijke, de dood. De overledene vindt dan de weg terug naar zijn of haar huis.

Wellicht wat warrig allemaal, maar er is een levendig geloof in de geestelijke wereld, bijgeloven en gebruiken. Als de familie genoeg geld heeft voor een ceremonie, wordt die na honderd dagen gehouden, maar dat kan ook later, na drie of vijf jaar. Die ceremonie is vooral bedoeld om de overledene de hemel in te wensen, c.q. te bidden. Ik begreep van de oom van Sophea dat ook gevierd werd dat iemand aangekomen is in de hemel. Maar beide versies kunnen door gebrekkig Engels, dan wel Frans ietwat verkeerd geïnterpreteerd zijn door mij.

De ceremonie zelf

Dat is voornamelijk een eet- en drinkfestijn. Er wordt ter plekke in een tent soep bereid, die in pannen op tafel wordt gezet. Op tafel staan dan ook schalen met fruit en koekjes, en groenten en specerijen om aan de soep toe te voegen. En limoenen natuurlijk.

Alcohol is niet gebruikelijk, al was er een tafel waar witte wijn werd geserveerd, de rest deed het met mineraalwater en de lokale varianten van cola, sinas en 7up. En zoals in het begin al gezegd, werd ik veelvuldig aangespoord om veel te eten.

Zo’n tent zal in de stad opgesteld worden op straat, waarbij het verkeer wordt geblokkeerd. Op het platteland wordt die op een egaal stukje land neergezet. De tafels en stoelen zien er evenals de tent feestelijk en kleurrijk versierd uit. Maar één blik leert dat het plastic tafels en stoelen zijn met kleedjes opgepimpt. De gasten komen en gaan, onderwijl wordt de overledene afwisselend via een geluidsinstallatie van alle soorten goeds gewenst en door een monnik toegebeden.

Omdat er aan de ene kant slechts een paar huizen staan (niet eens zo armoedig op deze plek), en aan de andere kant een stukje bos met daarachter rijstvelden, trekt er een stoet aan landbouwers aan je voorbij. Zo zag ik een bescheiden kudde waterbuffels, door simpele motoren voortbewogen landbouwvoertuigen, maar ook door waterbuffels voortgetrokken karren. Mensen op fietsen, brommers, een paard en kar, enzovoorts. De brommers veelal volgeladen met oogst, je hebt geen idee hoeveel vracht en mensen er met één brommert vervoerd kan worden.

Ondertussen op het feest: al het afval (uitgeknepen limoenen, schillen van het fruit, servetten, botjes, plastic afval en lege flessen) wordt onder het tafelkleed, of op enige afstand op de grond geflikkerd. Nou zou je denken dat dat een enorme bende moet geven. Nou dat is het ook.

Maar, de afvaldienst is ook in ruime mate aanwezig in de vorm van (schrik niet) kippen, kuikens, honden, een enkele kat (al zijn die zo schuw dat ze liever wachten totdat iedereen weg is) en niet helemaal tot mijn verbazing verdwenen naast af en toe een hond ook geregeld kleine kindertjes onder de tafel. Om flesjes te verzamelen. Die kindertjes zien eruit of ze rechtsreeks van zo’n schilderij met huilend zigeunerkind zijn weggelopen.

Hoe vreselijk hard dit ook overkomt (de rest van de gasten eet zonder blikken of blozen door of er niets aan de hand is), al het plastic afval is weg voor het feest is afgelopen. De etensresten zijn door de kippen en honden opgegeten en de rest vergaat in het warme en vochtige klimaat razendsnel.

Morgen deel twee.

Reageren?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Er zijn nog geen reacties geplaatst.